Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 mei 2013 tot 19 mei 2013

Whitsunday (George Herbert)


Prettige Pinksterdagen!

 

 

 

1394689-69f872a703e80ddfbc63df15026fbb8c.jpg 

Pinksteren door Fernando Gallego, 2e helft 15e eeuw

 

 

 

Whitsunday

 

Listen sweet Dove unto my song,
And spread thy golden wings in me;
Hatching my tender heart so long,
Till it get wing, and fly away with thee.

Where is that fire which once descended
On thy Apostles? thou didst then
Keep open house, richly attended,
Feasting all comers by twelve chosen men.

Such glorious gifts thou didst bestow,
That th'earth did like a heav'n appear;
The stars were coming down to know
If they might mend their wages, and serve here.

The sun which once did shine alone,
Hung down his head, and wisht for night,
When he beheld twelve suns for one
Going about the world, and giving light.

But since those pipes of gold, which brought
That cordial water to our ground,
Were cut and martyr'd by the fault
Of those, who did themselves through their side wound,

Thou shutt'st the door, and keep'st within;
Scarce a good joy creeps through the chink:
And if the braves of conqu'ring sin
Did not excite thee, we should wholly sink.

Lord, though we change, thou art the same;
The same sweet God of love and light:
Restore this day, for thy great name,
Unto his ancient and miraculous right.

 

 

 

 1394689-c72d3d391850118caeb1bcaf2c34f72d.jpg

George Herbert (3 april 1593 - 1 maart 1633)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 19e mei ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 09:34 Reageer op dit bericht

Constantin Göttfert, Karel van het Reve, Gijs IJlander, Jodi Picoult, Ruskin Bond

De Oostenrijkse dichter en schrijver Constantin Göttfert werd op 19 mei 1979 in Wenen geboren. Zie ook mijn blog van 29 december 2010.

 

Uit: Satus Katze

 

„Das Plakat der Freien Bühne zeigte eine hässliche schwarze Katze, deren Fell mehrere kahle Stellen aufwies. Ich beugte mich wei-ter vor, Schweiß hatte den Rücken meines Hemdes mit der Sessellehne verklebt. Von meinem Klapptisch im gegenüberliegenden Gastgarten des Café Wortner konnte ich den Namen des Stückes nicht erkennen. Der Springbrunnen in der Mitte des Platzes warf Feuchtigkeit auf die Zeitungen der Gäste, bei jedem Windstoß segelten winzige weiße Blüten blätter aus den Kirschbaumzweigen auf meine Unterarme herab. Mit einer Hand schirmte ich die Augen gegen die tief stehende Sonne ab, aber die Buchstaben auf dem Plakat blieben unleserlich.

Es war Mitte Mai. Nach längerer Abwesenheit war ich wieder nach Wien zurückgekehrt. Durch ein Stipendium einer Kulturstiftung der Universität Oulu hatte ich einige Monate in Finnland verbracht. Per Vertrag war ich dazu verpfl ichtet, über den Fortschritt des eingereichten Arbeitsprojektes Auskunft zu geben, und seit meiner Ankunft in Wien Schwechat überlegte ich nun, wie ich der Universität klarmachen konnte, dass ich schon seit Stipendienbeginn nichts mehr geschrieben hatte.

Ich blätterte durch die Seiten meines Notizbuches, überflog einige Einträge, blätterte weiter, die Blütenblätter klebten an meinen Unterarmen. Nichts von dem, was ich in Finnland erlebt hatte, hatte ich niedergeschrieben, nicht einen Satz, nicht ein Wort, doch nun nahm ich den Stift, blickte auf das Plakat an der gegenüberliegenden Straßenseite, in die halb geschlossenen Augenlider der Katze, und mit rasender Geschwindigkeit schrieb ich die Worte:

die Katzen meiner Nachbarin nieder.

Eine Straßenbahn zog ratternd über die Wiedner Hauptstraße, gefolgt von einer Kolonne Autos, aus deren offen stehenden Seitenscheiben Musik kam.

Ich schlug das Notizbuch zu und bückte mich nach dem Stift, der über die Tischkante in den Kies gerollt war, als ich auf die Stimme einer jungen Frau aufmerksam wurde, die an einem der Nachbartische telefonierte.“

 

 

 1394685-ebe1e7f7f97e2e50f6d473cd4bee9619.jpg

Constantin Göttfert (Wenen, 19 mei 1979)

 

 

 

 

 

De Nederlandse letterkundige, vertaler, essayist, schrijver en columnist Karel van het Reve werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1921. Zie ook alle tags voor Karel van het Reve op dit blog.

 

Uit: Het geloof der kameraden

 

“De opvatting dat het denken tegelijk een produkt en een afspiegeling van de materie is gaat eigenlijk terug op de oudere opvatting dat God de mens schiep naar zijn beeld: de mens is in die opvatting tegelijk produkt en evenbeeld van God. Deze visie vinden we in enigszins gewijzigde vorm terug bij de Duitse filosoof Hegel (1770-1831), die beweerde dat de Weltgeist bezig was zichzelf te realiseren in de wereld. God is hier tot Weltgeist - whatever that may have been - geworden en in deze gestalte schept hij niet alleen de mens, maar de hele wereld naar zijn evenbeeld. Marx nu is beïnvloed door deze gedachte - en door trouwens nog wel meer gedachten - van Hegel, en daarenboven onder de indruk gekomen van een bewering van een andere Duitse filosoof, Ludwig Feuerbach (1801-1872). Deze geleerde had in de 19e eeuw bekendheid gekregen door het wat uitvoeriger herhalen van het aforisme van Lichtenberg, dat niet God de mens naar Zijn evenbeeld, maar omgekeerd de mens God naar zijn ('s mensen) evenbeeld geschapen had. Hier moeten we even vasthouden, dat hier het woord ‘God’ in twee verschillende betekenissen wordt gebruikt. God die de wereld schept is - bij wijze van spreken - een ‘echte’ God, de god die door de mensen geschapen wordt is de voorstelling van een god, een denkbeeldige god.

Marx nu was van mening, dat men die bewering van Hegel moest omdraaien, net als Feuerbach het met Genesis 1:27 had gedaan. Bij Hegel, meende Marx, stond de zaak op zijn kop. In werkelijkheid is het andersom: niet de geest heeft naar zijn evenbeeld de materie geschapen, maar de materiële wereld heeft de menselijke geest ‘naar zijn beeld’ voortgebracht. Zo gemakkelijk laat zich echter Hegels visie niet omdraaien. Men kan zich desnoods een god voorstellen die het plan opvat een mens of desnoods een wereld te scheppen naar zijn eigen beeld. Men kan zich ook nog een mens voorstellen die zich naar eigen evenbeeld een god schept. Maar een wereld die, blijkbaar zonder daartoe tevoren het plan te hebben opgevat, krachtens een hoogst merkwaardige coïncidentie iets gaat voortbrengen wat zijn eigen evenbeeld blijkt te zijn, namelijk het menselijk denken - dat is een vrij wilde voorstelling, die allerlei moeilijkheden met zich mee brengt en onder meer geleid heeft tot het marxistisch-leninistische dogma, dat de processen die zich in de materiële wereld afspelen hun evenbeeld vinden in de processen die zich afspelen in de menselijke hersenen.”     

 

 

 1394685-c3f6be893e75aba805396e9e82dc2ac3.jpg

Karel van het Reve (19 mei 1921 – 4 maart 1999)

Hier met uitgever Geert van Oorschot (links)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gijs IJlander (eig. Gijs Hoetjes) werd op 19 mei 1947 in Alkmaar geboren. Zie ook alle tags voor Gijs IJslander op dit blog.

 

 

Zolang de vaarboom in de modder staat

 

Wat waren wij graag overstag gegaan,
Als er een zeil was geweest
En wind om op te varen.

 

Maar meegesleurd met de stroom
In een pieremachochel van gedachten
(Terwijl de vaarboom in de modder staat)
Biedt slechts waterpest houvast.
Nee, roepen kan niet meer,
Want daar ruist al de waterval.

 

God besta nou eens een keer,
Doe niet zo verrekte flauw man.
Steek een vinger in het water,
Ruk die vaarboom los,
Vang ons op
In onze val o zo sierlijk.

 

Maar wij gaan onder in schuim en zog
En waar de vaarboom in de modder staat,
Daar wappert nog, daar wappert nog,
Een vlaggetje van gedachten.

 

 

 

 1394685-c2be4b25ced6214e5983d129acf9d80b.jpg

Gijs IJlander (Alkmaar, 19 mei 1947)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jodi Lynn Picoult werd geboren op 18 mei 1966 in Nesconset op Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Jodi Picoult op dit blog.

 

Uit: Nineteen Minutes

 

“Alex had been a superior court judge now for thirty-four days. She’d believed that, having proved her mettle as a district court judge for the past five years, this time around the appointment might be easier. But at forty, she was still the youngest judge in the state. She still had to fight to establish herself as a fair justice -- her history as a public defender preceded her into her courtroom, and prosecutors assumed she’d side with the defense, although her district court decisions had been meticulously fair. When Alex had submitted her name years ago for the bench, it had been with the sincere desire to make sure people in this legal system were innocent until proven guilty. She just never anticipated that, as a judge, she might not be given the same benefit of the doubt.

The smell of freshly brewed coffee drew Alex into the kitchen. Josie was hunched over a steaming mug at the kitchen table, poring over a textbook. She looked exhausted – her grey eyes were bloodshot; her chestnut hair was a knotty ponytail. “Tell me you haven’t been up all night,” Alex said.

Her daughter didn’t even glance up. “I haven’t been up all night,” Josie parroted.

Alex poured herself a cup of coffee and slid into the chair across from her. “Honestly?”

“You asked me to tell you something,” Josie said absently. “You didn’t ask for the truth.”

Alex frowned. “You shouldn’t be drinking coffee.”

“And you shouldn’t be smoking cigarettes,” Josie replied.

Alex felt her face heat up. “I don’t –“

“Mom,” Josie sighed, “Even when you open up the bathroom windows, I can still smell it on the towels.” She glanced up, as if daring Alex to challenge her other vices.”

 

 

 1394685-7a9929ff8be1d245b96318f3c0c1a87d.jpg

Jodi Picoult (Nesconset, 19 mei 1966)

 

 

 

 

De Indiase dichter en schrijver Ruskin Bond werd geboren op 19 mei 1934 in Kasauli. Zie ook alle tags voor Ruskin Bond op dit blog.

 

 

Lone Fox Dancing

 

As I walked home last night
I saw a lone fox dancing
In the cold moonlight.

I stood and watched. Then
Took the low road, knowing
The night was his by right.

Sometimes, when words ring true,
I'm like a lone fox dancing
In the morning dew.

 

 

 

It Isn’t Time That’s Passing

 

Remember the long ago when we lay together
In a pain of tenderness and counted
Our dreams: long summer afternoons
When the whistling-thrush released
A deep sweet secret on the trembling air;
Blackbird on the wing, bird of the forest shadows,
Black rose in the long ago summer,
This was your song:
It isn't time that's passing by,
It is you and I.

 

 

 

 1394685-7aa73b5af9a35f1438b03de89996e456.jpg

Ruskin Bond (Kasauli, 19 mei 1934)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 09:33 Reageer op dit bericht

Lorraine Hansberry, Fritz Rudolf Fries, Rahel Varnhagen, Anna Jameson

De Amerikaanse schrijfster Lorraine Hansberry werd geborenop 19 mei 1930 in Chigago. Zie ook alle tags voor Lorraine Hansberry op dit blog.

 

Uit: A Raisin in the Sun

 

“Mama: It don’t sound nice for a young girl to say things like that — you wasn’t brought up that way. Me and your father went to trouble to get you and Brother to church every Sunday.

Beneatha: Mama, you don’t understand. It’s all a matter of ideas, and God is just one idea I don’t accept. It’s not important. I am not going out and be immoral or commit crimes because I don’t believe in God. I don’t even think about it. It’s just that I get tired of Him getting credit for all the things the human race achieves through its own stubborn effort. There simple is no blasted God — there is only man and it is he who makes miracles!

(MAMA absorbs this speech, studies her daughter and rises slowly and crosses to BENEATHA and slaps her powerfully across the face. After, there is only silence and the daughter drops her eyes from her mother’s face, and MAMA is very tall before her)

Mama: Now — you say after me, in my mother’s house there is still God. (There is a long pause and BENEATHA stares at the floor wordlessly. MAMA repeats the phrase with precision and cool emotion) In my mother’s house there is still God.

Beneatha: In my mother’s house there is still God. (A long pause)”

 

 1394680-a23e1d8a0dd4a4601326aa59182fc70b.jpg

Lorraine Hansberry (19 mei 1930 – 12 januari 1965)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en vertalerFritz Rudolf Fries werd geboren op 19 mei 1935 in Bilbao als zoon van een Duitse koopman. Zie ook alle tags voor Fritz Rudolf Fries op dit blog.

 

Uit: Last Exit to El Paso

 

„Es dunkelte schon, als das Telefon klingelte.

Der Mann in seinem Bett, seine Tage sind gezählt nach Ansicht der Ärzte, drückt die grüne Taste an seinem Mobiltelefon. Altmodisch, wie er zu sein glaubt, verweigert er sich einer eskalierenden Technik. Bevor er sich mit heiserer Altmännerstimme meldet, berührt seine Hand den warmen Leib seines Enkels Fabius. Schlaftrunken, aber aufmerksam für die Geräusche im weiten Haus wartet

das Kind auf das Märchen, das sein Großvater heute für es ausgesucht hat. Es muss ein kurzes Märchen sein, denn vor der Tür steht schon Kathleen, Großvaters Pflegeschwester, Sekretärin, Haushälterin, um das Kind ins Bett zu bringen. Während das Telefon klingelt, beobachtet

Fabius den Flug der Obstfliegen um die matt scheinende Deckenlampe, eine Art Weltkugel aus japanischem Papier. Die Fliegen jagen einander, balgen sich wie junge Katzen, retten sich auf die Verstrebungen der Lampe, die im Windhauch aus dem spaltweit geöffneten Fenster schaukelt.

Der alte Mann in seinem Bett meldet sich ein zweites Mal. Eine eilige Stimme, Mann oder Frau, fragt: Spreche ich mit Herrn Pierre Arronax, ja, herzlichen Glückwunsch, Herr Arronax! Sie haben eine Weltreise gewonnen! Wir melden uns in wenigen Minuten wieder, nehmen Sie Papier und Bleistift zur Hand, wir rufen an …!

Blödsinn, denkt der alte Mann, woher wissen sie meinen Namen, der dazu noch ein Pseudonym ist aus der Zeit, da er sich mit Jules Verne beschäftigte. Er? Eine Weltreise, in achtzig Tagen? Da er schon heute ein toter Mann ist?“

 

 

 1394680-45aa6ffb02ae560b5ed907723962462e.jpg

Fritz Rudolf Fries (Bilbao, 19 mei 1935)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Rahel Varnhagen werd geboren op 19 mei 1771 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Rahel Varnhagen op dit blog.

 

Uit: Gedanken, Beobachtungen und Erinnerungen

 

„Mit dem Alter, mit jedem halben Tag, werd ich der Verstellung unfähiger. Und oh! wie richtig das. Mein ewiges Denken macht mir alles schneller klar als sonst, und in mir graben hat mich empfindlicher gemacht, als die freigebige Natur selbst es beabsichtigte.

Nichts ist odiöser, als sich hinter Ignoranz verstecken, weil es zärtlich gegen sich selbst und roh gegen die andern und eine ungeschickte Lüge ist, und diese Komposition die schlechteste Art von Nichtswürdigkeit ist.

An der Seele zimmert jeder ordentliche Mensch, solange er lebt.

Mit dem Schicksal bin ich nicht »ausgesöhnter«; ich denke schon länger, es gibt keins. Es gibt ein Universum, in dem entwickeln wir uns; und es ist ganz gleich, welches Schicksal wir haben, wenn wir zu Sinne gekommen sind; die Entwicklung ist unser Schicksal.

Nun hab ich auch erfunden, was ich am meisten hasse: Pedanterie; sie setzt ganz notwendig Leere voraus: und hält sich deshalb fest an Formen. Ist sie von der bessern Art, so tut sie dies im halben Gefühl dieser Leere mit Rechtschaffenheit; ist sie aber von der schlechten, so tut sie es mit Stolz und Prahlerei, nicht ahnend und zugebend, daß etwas anderes existiere.

Es kann also nichts Unleidlicheres geben, als diese Stupidität im völligen Marsch begriffen zu sehen: wie Narrheit, anmaßend und langweilig: gar nicht zum Ertragen! Was mich aber empört, ist diese Klasse, die mit Prätension sittlich!!! sind.”

 

 

 1394680-3cda88cbecc620f6db2cfd994abe7c40.jpg

Rahel Varnhagen (19 mei 1771 – 7 maart 1833)

Geselligkeit bei Rahel Varnhagen. Gekleurde ets door Erich M. Simon, ongedateerd

 

 

 

De Britse schrijfster Anna Jameson werd geboren op 19 mei 1797 in Dublin. Zie ook alle tags voor Anna Jameson op dit blog.

 

Uit: The Diary of an Ennuyée

 

“July 27. — A conversation with S** always leaves me sad. Can it then be possible that he is right? No — O no! my understanding rejects the idea with indignation, my whole heart recoils from it; yet if it should be so! what then: have I been till now the dupe and the victim of factitious feelings? virtue, honour, feeling, generosity, you are then but words, signifying nothing? Yet if this vain philosophy lead to happiness, would not S** be happy? it is evident he is not. When he said that the object existed not in this world which couldlead him twenty yards out of his way, did this sound like happiness? I remember that while he spoke, instead of feeling either persuaded or convinced by his captivating eloquence, I

was perplexed and distressed; I suffereda painful compassion, and tears were in my eyes. I, who so often have pitied myself, pitied him at that moment a thousand times more; I thought, I would not buy tranquillity at such a price as he has paid for it. Yet if he should be right? that if, which every now and then suggests itself, is terrible; it shakes me in the utmost recesses of my heart.

S**, in spite of myself, and in spite of all that with most perverted pains he has made himself (so different from what he once was), can charm and interest, pain and perplex me: — not so D**,  another disciple of the same school: he inspires me with the strongest antipathy I ever felt for a human being. Insignificant and disagreeable is his appearance, he looks as if all the bile under heaven had found its way into his complexion, and all the infernal irony of a Mephistopheles into his turned - up nose and insolent curled lip.”

 

 

1394680-bc519e1549cd7d318db4f9557c7959b8.jpg
Anna Jameson (17 mei 1794 – 17 maart 1860)

Anoniem portret

Geschreven door Romenu om 09:14 Reageer op dit bericht

Yahya Hassan

Onafhankelijk van geboortedata

De Deense dichter van Palestijnse afkomst Yahya Hassan werd geboren 19 mei 1995 in Aarhus.

LANGDIGT (LANG GEDICHT)

Kein Schweinefleisch willst du zu dir nehmen,
möge Allah dich belobigen für deine Essgewohnheiten,
du willst Freitagsgebet bis zum nächsten Freitagsgebet,
du willst Ramadan bis zum nächsten Ramadan,
und zwischen den Freitagsgebeten und den Ramadans,
trägst du ein Messer in deiner Tasche,
während du Menschen fragst, ob sie denn ein Problem haben,
wenngleich doch du das wahre Problem bist.

 
1500455-c83c18ec69b508053117d635ebbd47b8.jpg
Yahya Hassan (Aarhus,19 mei 1995)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Markus Breidenich, Yi Mun-yol, W.G. Sebald, François Nourissier, Gunnar Gunnarsson

De Zuidkoreaanse schrijver Yi Mun-yol werd geboren op 18 mei 1948 in Yongyang. Zie ook alle tags voor Yi Mun-yol op dit blog.

 

Uit: Our Twisted Hero (Vertaald door Kevin O'Rourke)

 

“As soon as my mother brought me into the room, the teacher in charge came over to greet us. He too fell far short of my expectations. If we couldn't have a beautiful and kind female teacher, I thought at least we might have a soft-spoken, considerate, stylish male one. But the white rice-wine stain on the sleeve of his jacket told me he didn't measure up. His hair was tousled; he had not combed it much less put oil on it. It was very doubtful if he had washed his face that morning, and his physical attitude left grave doubts about whether he was actually listening to Mother. Frankly, it was indescribably disappointing that such a man was to be my new teacher. Perhaps already I had a premonition of the evil that was to unfold over the course of the next year.
That evil showed itself days later when I was being introduced to the class.
"This is the new transfer student, Han Pyongt'ae. I hope you get on well."
The teacher, having concluded this one line introduction, seated me in an empty chair in the back and went directly into classwork. When I thought of how considerate my Seoul teachers had been in invariably giving prolonged proud introductions to new students, almost to the point of embarrassment, I could not hold back my disappointment. He didn't have to give me a big buildup, but he could at least have told the other children about some of the things I had to my credit. It would have helped me begin to relate to the others and them to me.
There were a couple of things the teacher could have mentioned. First of all, there was my school work. I may not have been first very often, but I was in the first five in my class in an outstanding Seoul school. I was quietly proud of this; it had played no small part in ensuring good results in my relations not only with teachers but also with the other children. I was also very good at painting.
I was not good enough to sweep a national children's art contest, but I did get the top award in a number of contests at the Seoul level. I presume my mother stressed my marks and artistic ability several times, but the teacher ignored them completely. In some circumstances, my father's job, too, could havebeen a help. So what if he had suffered a setback in Seoul, even a bad one, bad enough to drive him from Seoul to here? He still ranked with the top few civil servants in this small town.”

 

 

1394339-2c7544ccac75d29796780d5c6059f0c2.jpg 

Yi Mun-yol (Yongyang, 18 mei 1948)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

 

Im Herbarium

 

Wir hatten Blätter, aufgehängt zum Trocknen,

über uns. Den letzten Mückenstich in Kupfer schon

 

gepresst. Von Blütenträumen falscher Zwanziger

berieselt, in Bücher uns vergraben. Alte

 

Würmer, in erotischen Motiven. Reich

der Carnivoren: Venusfliegenfallen, schön:

 

Auf hadernhaltigem Papier der Druck der abge-

schlossenen Kapitel, waren wir. In Blei gesetzte

 

Namen, Spiegelschrift, der Rosen.

 

 

 

 

Fliegen

 

Aufeinander so fliegen. Bestäubtest du nicht

die Bücher meiner Regale? Die Narben. Narben

im Innern der Zimmer. Wachsen. Jetzt warte.

Warte auf Blütenkelche und blaue Himmel.

 

Dann findest du Honig in gläsernen Spendern.

Und weißt. Du weißt von den Körnerbrötchen.

Streichzarten Butterblumen so viel. Dem

Aufstrich der Rosen im Fenstereck. Dann

 

siehst du den Blättern das Grünzeug an. Das

über den Tischen wächst. Bis über die Dielen

Schatten wirft. Durch Scheiben die Sonne auf

Quittengelee. Fällt ein Tropfen mir ein

 

von Johannisbeersaft. Von dir ist der Nektar in

wabenförmigen Eiswürfelbechern. Der Tau

aller frisch gepressten Gräser. In Seiten von

Alben. Erinnerungsstücken. Von uns. Und

 

von dir ist das Summen der Boxen am Morgen.

Das strahlende Spiel auf den Flügeln. Komm.

Lass noch einmal uns kreisen und über den

Krümeln eine Fliege uns machen. Zu zweit.

 
 

 

1394339-3f038307544c02cea1975192e90347dd.jpg 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver W.G. Sebald werd geboren in Wertach (Allgäu) op 18 mei 1944. Zie ook alle tags voor W. G. Sebald op dit blog.

 

Uit: Austerlitz (Vertaald door Anthea Bell)

 

“It was several months after this meeting in Liege that I came upon Austerlitz, again entirely by chance, on the old Gallows Hill in Brussels, on the steps of the Palace of justice which, as he immediately told me, is the largest accumulation of stone blocks anywhere in Europe. The building of this singular architectural monstrosity, on which Austerlitz was planning to write a study at the time, began in the 1880s at the urging of the bourgeoisie of Brussels, over-hastily and before the details of the grandiose scheme submitted by a certain Joseph Poelaert had been properly worked out, as a result of which, said Austerlitz, this huge pile of over seven hundred thousand cubic meters contains corridors and stairways leading nowhere, and doorless rooms and halls where no one would ever set foot, empty spaces surrounded by walls and representing the innermost secret of all sanctioned authority.

Austerlitz went on to tell me that he himself, looking for a labyrinth used in the initiation ceremonies of the Freemasons, which he had heard was in either the basement or the attic story of the palace, had wandered for hours through this mountain range of stone, through forests of columns, past colossal statues, upstairs and downstairs, and no one ever asked him what he wanted.

During these wanderings, feeling tired or wishing to get his bearings from the sky, he had stopped at one of the windows set deep in the walls to look out over the leaden gray roofs of the palace, crammed together like pack ice, and down into ravines and shaft-like interior courtyards never penetrated by any ray of light.”

 

 

 1394339-650bb5da47c36f6f56c21479176af8d4.jpg

W.G. Sebald (18 mei 1944 – 14 december 2001)

 

 



De Franse schrijver
François Nourissier werd geboren op 18 mei 1927 in Parijs. Zie ook alle tags voor François Nourissier op dit blog.

 

Uit: Lettre à mon chien

 

« S’il est vrai qu’on a les chiens qu’on mérite, comme je suis fier de ta démence et de tes tendresses ! Dans cette vie de partout corsetée, colmatée, nourrie de labeurs et de décorations, tu es la fuite du cœur, la fissure par où s’insinuent les déraisons. Il y a trente ans je ne t’aurais pas méritée, justement, j’étais trop empêtré d’ordre et de calculs. Je croyais aux investissements. »
"Chaque matin à mon réveil, tu me rappelles - leçon sans prix - que la gravité est une grimace repoussante et que seules comptent les fêtes de la vie. Puissé-je m'en souvenir au jour de la grande peine de ton départ - si je suis là pour la souffrir."

(…)

 

"Chaque matin à mon réveil, tu me rappelles - leçon sans prix - que la gravité est une grimace repoussante et que seules comptent les fêtes de la vie. Puissé-je m'en souvenir au jour de la grande peine de ton départ - si je suis là pour la souffrir."

 

 

 1394339-e7c773927f04d0e85718d57bcb59d74e.jpg

François Nourissier (18 mei 1927 – 15 februari 2011)

 

 

 

 

De IJslandse dichter en schrijver Gunnar Gunnarsson werd geboren op 18 mei 1889 in Fljótsdalur. Zie ook alle tags voor Gunnar Gunnarsson op dit blog.

 

Uit: Father And Son (Vertaald door Peter Foote)

 

“Among the few words that passed between them, however, was one sentence that came up again and again--when old Snjolfur was talking to his son. His words were:

The point is to pay your debts to everybody, not owe anybody anything, trust in Providence.

In fact, father and son together preferred to live on the edge of starvation rather than buy anything for which they could not pay on the spot. And they tacked together bits of old sacking and patched

and patched them so as to cover their nakedness, unburdened by debt.

Most of their neighbours were in debt to some extent; some of them only repaid the factor at odd times, and they never repaid the whole amount. But as far as little Snjolfur knew, he and his father had

never owed a penny to anyone. Before his time, his father had been on the factor's books like everyone else, but that was not a thing he spoke much about and little Snjolfur knew nothing of those

dealings.

It was essential for the two of them to see they had supplies to last them through the winter, when for many days gales or heavy seas made fishing impossible. The fish that had to last them through the

winter was either dried or salted; what they felt they could spare was sold, so that there might be a little ready money in the house against the arrival of winter. There was rarely anything left, and

sometimes the cupboard was bare before the end of the winter; whatever was eatable had been eaten by the tune spring came on, and most often father and son knew what it was like to go hungry”.

 

 

1394339-6e306ae8dc4afdf07a2d82fd84104d4a.jpg 

Gunnar Gunnarsson (18 mei 1889 – 21 november 1975)

Hier met collega schrijver Halldór Laxness (rechts) in 1947


 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:48 Reageer op dit bericht

Ernst Wiechert, Omar Khayyam, Franziska zu Reventlow, Bertrand Russell, John Wilson

De Duitse dichter en schrijver Ernst Wiechert werd geboren op 18 mei 1887 in Kleinort bij Sensburg in Oostpruisen.(Tegenwoordig Polen). Zie ook alle tags voor Ernst Wiechert op dit blog.

 

Uit: Der Knecht Gottes Andreas Nyland

 

„Und als ich auf die alte Welt zurückblickte, erkannte ich. daß es eine fremde Welt war. Wie Andreas Nyland war ich durch die große Wandlung gegangen, und als der "Mann in der Öde" kehrte ich zu meinem Tagewerk zurück.
Aber jedes Tagewerk ist unerbittlich an die alte Welt gebunden, und sie läßt nicht zu. daß wir das Steuer nach dem Unendlichen drehen. Das Unendliche liegt immer nur im Reich des Geistes, und so entstand der "Knecht Gottes". Dieselbe Lampe leuchtete auf seine Blätter, die den "Totenwolf" beschienen hatte, aber die Achse des Lebens hatte sich schweigend gewendet, und der Haß stand im fallenden Hause.
Mit der Dumpfheit der Idee gebar sich die Dumpfheit des Charakters wie der Handlung, und dieselbe Unerbittlichkeit, die den Verfasser über stürzende Götter ins Abseitige und Einsame getrieben hatte, treibt den Knecht Gottes aus der Welt des Seienden in das Tal. wo Gott ihn begrub. Denn immer noch war mir, selten zum Vorteil, Erkennen gleich Bekennen, nur daß das Kunstwerk in ungeheurer Projektion an den Himmel des Begreifens schleudern muß, was im niedrigen Licht des Lebens eng und bescheiden aus dem Schatten sich hebt.
Unter der letzten Zeile dieses Buches stand "Kein Ende". Noch war die Furcht vor dem "Alles oder Nichts" zu überwinden, noch zögerte die Hand, den letzten Faden von der Spindel laufen zu lassen.
Nach Jahresfrist erst befreite der Mut zum Letzten den Schöpfer wie das Werk.
Gewiß, alles dieses ist schon geschrieben worden. Aber läßt sich nicht alle Kunst im Grunde auf ein paar ewige Dinge und Verhältnisse zurückführen, wie alle erschütternden Klänge von Gottes- und Menschenhand auf sieben Töne? Und ist unser Ringen mit dem Engel Gottes im Morgenrot eine zwecklose und leere Gebärde, weil Jakob mit ihm gerungen hat an der Furt des Jabbok?“

 

 

1394337-f75cf1bc522d8d9a5a01b4a0dd3f186c.jpg 

Ernst Wiechert (18 mei 1887 – 24 augustus 1950)

 

 

 

 

 

De Perzische dichter Omar Khayyám, of zoals zijn arabische naam luidt, al-Imâm Abu Hafs 'Omar ebn Ebrâhim al-Khayyâmi, werd geboren op 18 mei 1048 te Nishapur. Zie ook alle tags voor Omar Khayyám op dit blog.

 

 

Kwatrijnen

 

Met mijn begeerten strijd ik; wat te doen?
‘t Berouwt mij dat ‘k verloor; maar wat te doen?
Ofschoon Gij kwijtscheldt wat ik deed, de schande
Te weten, dat Gij ‘t weet, blijft; wat te doen?

 

 

Voor U draag ik gewillig elke smaad.
Breke ik mijn eed, zoo treff’ mij smart en haat.
En moest ik lijden tot den jongsten dag,
Het zou te kort zijn voor mijn euveldaad.

 

 

Geen zoete slok is hier door ons gedronken,
Of schielijk werd een bittre drank geschonken.
Geen bete broods werd in het zout gestipt,
Met zout gewreven rauw de wonden blonken.

 

 

Wees vrolijk, want wat baat het dat gij treurt.
Pluk snel uw oogenblik als ‘t open geurt.
Wees blij, dat hemels gunst niet eeuwig duurt,
Want anders kwam er nooit voor u een beurt.

 

 

 

Vertaald door Willem de Mérode

 

 

 1394337-64a1b41baf0820f95d8db1bed289fac8.jpg

Omar Khayyam (18 mei 1048 - 4 december 1131)

Beeld bij het mausoleum in Nishapur

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Franziska (gravin) zu Reventlow werd geboren op 18 mei 1871 in Husum. Zie ook alle tags voor Franziska zu Reventlow op dit blog.

 

Uit: Ellen Olestjerne

 

„Die Freifrau Anna Juliane war eine schöne, stattliche Frau mit raschen, dunklen Augen und eiserner Tatkraft – von früh bis spät auf den Beinen, um überall nach dem Rechten zu sehen. Aber dabei hatte sie nichts Leichtes in ihrer Art, das Leben zu nehmen, es türmte sich alles vor ihr auf wie ein Berg, über den sie nie hinaussehen konnte – die Wirtschaft, der große Haushalt, die Kinder, tausend Dinge, die täglich zu tun und zu überlegen waren und ihr beständig im Kopf herumgingen. Seit ihre Älteste erwachsen war, hatte sie nun wenigstens jemand, mit dem sie das alles teilen und beraten konnte, während sie des Vormittags im Garten saßen, Wäsche ausbesserten oder Obst zum Einkochen schälten.

Wenn nur das Heu von den Strandwiesen hereinkäme, ehe es wieder Regen gab und alles zugrunde ging wie im vorigen Jahr – Gott weiß, der Vater hatte diesen Frühling schon genug Ärger gehabt; das durfte nicht noch dazu kommen. Wie lange würde sich Nevershuus überhaupt noch halten lassen, bei all den mißlichen Verhältnissen?

»Ach Mama«, sagte dann wohl Marianne in ihrer ruhigen Weise, »quäl' dich doch nicht darum, es hat ja noch Zeit bis zur Heuernte.«

Aber die Mutter war schon längst wieder bei anderen Gedanken – ob Marianne meinte, daß das neue Kindermädchen zuverlässig sei? Ellen und Detlev waren in letzter Zeit gar so unbändig, und sie hatte jetzt doch nur die beiden Kleinen zu hüten. Und wie würde es Erik nun wohl auf der Schule gehen – mit Kai wollte es ja immer noch nicht recht vorwärts, und vor allem war seine Gesundheit eine rechte Sorge. Ja, Sorgen überall, und Sorgen mußten ja sein. Es war ein Wort, das die Freifrau häufig gebrauchte, und wenn sie dabei angekommen war, konnte sie so aus tiefster Seele heraus seufzen. Dann fiel ihr plötzlich wieder ein, daß sie versäumt hatte, irgend etwas anzuordnen, und sie ging mit ihrem raschen Schritt ins Haus hinein, um es nachzuholen.“

 


1394337-800ef163710feeaf9cf3ae7961bce906.jpg
Franziska zu Reventlow (18 mei 1871 – 25 juli 1918)

Hier met haar zoon Rolf

 

 

 

 

De Britse filosoof, logicus, wiskundige en politiek activist Bertrand Arthur William Russell werd geboren in Trellech (Monmouthshire), Wales, op 18 mei 1872. Zie ook alle tags voor Bertrand Rusell op dit blog.

 

Uit: In Praise of Idleness

 

“But, I shall be told, the case is quite different when savings are invested in industrial enterprises. When such enterprises succeed, and produce something useful, this may be conceded. In these days, however, no one will deny that most enterprises fail. That means that a large amount of human labor, which might have been devoted to producing something that could be enjoyed, was expended on producing machines which, when produced, lay idle and did no good to anyone. The man who invests his savings in a concern that goes bankrupt is therefore injuring others as well as himself. If he spent his money, say, in giving parties for his friends, they (we may hope) would get pleasure, and so would all those upon whom he spent money, such as the butcher, the baker, and the bootlegger. But if he spends it (let us say) upon laying down rails for surface card in some place where surface cars turn out not to be wanted, he has diverted a mass of labor into channels where it gives pleasure to no one. Nevertheless, when he becomes poor through failure of his investment he will be regarded as a victim of undeserved misfortune, whereas the gay spendthrift, who has spent his money philanthropically, will be despised as a fool and a frivolous person.

All this is only preliminary. I want to say, in all seriousness, that a great deal of harm is being done in the modern world by belief in the virtuousness of work, and that the road to happiness and prosperity lies in an organized diminution of work.”

 

 

1394337-d893f9f482034ffa6e674df1068559f5.jpg 

Bertrand Russell (18 mei 1872 – 2 februari 1970)

 




De Schotse schrijver
John Wilson werd geboren in Paisley op 18 mei 1785. Zie ook alle tags voor John Wilson op dit blog.

 

 

Prayer to Sleep

 

O gentle Sleep, wilt thou lay thy head
For one little hour on thy lover's bed,
And none but the silent stars of night
Shall witness be to our delight!
Alas! 'tis said that the couch must be
Of the Eider-down that is spread for thee,
So, I in my sorrow must lie alone,
For mine, sweet Sleep! is a couch of stone.
Music to thee I know is dear;
Then, the saddest of music is ever here,
For Grief sits with me in my cell,
And she is a syren who singeth well.
But thou, glad Sleep! lovest gladsome airs,
And wilt only come to thy lover's prayers
When the bells of merriment are ringing,
And bliss with liquid voice is singing.
Fair Sleep! so long in thy beauty wooed,
No rival hast thou in my solitude;
Be mine, my Love! and we two will lie
Embraced for ever—or awake to die!
Dear Sleep! farewell!—hour, hour, hour, hour,
Will slowly bring on the gleam of morrow,
But thou art Joy's faithful paramour,
And lie wilt thou not in the arms of Sorrow.

 

 

1394337-b9627d29f471dc182e5334464f4d20e0.jpg 

John Wilson (18 mei 1785 - 3 april 1854)

Anoniem portret
Geschreven door Romenu om 14:44 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten