Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 14 januari 2017 tot 15 januari 2017

Antoine Wauters, Etty Hillesum, Osip Mandelstam, F. Springer, Maud Vanhauwaert, Mihai Eminescu, Philip Snijder

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit:Nos Mères

“Elles nous demandent où nous vivons.
Tout haut, nous ne répondons rien.
Tout bas, nous répondons dans le plus grand et le plus beau lieu entouré de biefs, d’osselets, de cascades d’eau chaude et de fines pluies qui ne souillent pas. Sur une terre blanche. Dans un village de petite taille et de petite montagne que nous n’allons jamais quitter, dit-on.
Nous demeurons. Nous disons nous mordons, et nous mordons. Aveugles. Nos pieds nus caressés par les crocs de bêtes noires. Des araignées peut-être. Il y en a tant dans la région. Ou des cafards. Ils escaladent sur nous.
Nous portons des pelisses, des gilets de fine laine, mais le plus souvent nous allons nus.
Après journée, elles viennent nous chercher derrière les plantations de bananes, d’oranges et de mangues où nous vivons dans une abondance verte.
Nous mentons.
Nos mères nous fixent durement. Elles n’ont encore rien dit mais préparent des sermons, l’air mauvais et une verge à la main dont elles vont déchirer nos peaux, c’est sûr, afin de nous rendre moins fragiles garçons.
Elles nous aiment, c’est évident, simplement elles ne supportent plus grand-chose depuis qu’elles sont seules avec nous.
Pieds nus sur la terrasse, elles racontent l’épisode de la mort de l’homme de leur vie, mais entre leurs dents, tout bas, toujours entre leurs dents. Mort dans la boue des poussières d’obus disent-elles, et mort dans la poussière des tirs de Kalachnikov des milices adverses répétons-nous, entre nos dents aussi, tout bas, tâchant de ne pas les affoler.
Elles, elles voudraient que ce soit ça et rien d’autre : elles et nous, elles avec nous, et nous pour elles.
Elles tentent alors de nous capturer, des boucles terminant leurs mains. De nous garder. De nous couver si fort souvent et de nous punir de ce que nous sommes d’affreux gamins et galopins."

 1997871-6c16798f6282fe24e5e21edb80e12610.jpeg
Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

 

De Nederlandse schrijfster Etty Hillesum werd geboren in Middelburg op 15 januari 1914. Zie ook alle tags voor Etty Hillesum op dit blog.

Uit: Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum

“Ik geef me rekenschap van alles tot in de kleinste details, ik geloof wel dat ik, in m’n innerlijke “Auseinandersetzungen”, met m‘n twee voeten staan blijf op de hardste bodem van de hardste realiteit. En mijn aanvaarden is geen resignatie of willoosheid. Er is nog altijd plaats voor de elementaire zedelijke verontwaardiging over een regiem, dat zó met mensen omspringt. Maar de dingen komen te groot en te demonisch over ons, dan dat men daar nog met een persoonlijke wrok en verbittering op zou kunnen reageren. Dat komt me zo kinderachtig voor en niet aangepast aan dit “schicksalhafte“ gebeuren.
Men windt zich dikwijls op, wanneer ik zeg: het is toch niet essentieel of ik ga of een ander, hoofdzaak is toch, dater zoveel duizenden gaan moeten? En het is niet zo, dat ik regelrecht m‘n ondergang in de armen zou willen lopen met een gelaten glimlach, dat is het ook niet. Het is een gevoel van het onafwendbare en een aanvaarden van het onafwendbare en daarbij het weten, dat ons in laatste instantie niets ontnomen kan worden. Ik wil niet uit een soort masochisme beslist mee gaan en afgerukt worden van m’n bestaansbasis der laatste jaren, maar ik weet nog niet eens of ik me prettig zou voelen, als ik verschoond bleef van datgene, wat zovelen moeten ondergaan. Men zegt tegen me: iemand als jij, is verplicht zich in veiligheid te stellen, je moet nog zoveel doen in het leven later, je hebt nog zoveel te geven. Wat ik allemaal al of niet te geven zal hebben, dat zal ik kunnen geven, wáár ik ook ben, hier in een vriendenkringetje of ergens anders in een concentratiekamp. En het is een zeldzame zelfoverschatting, om zichzelf te waardevol te vinden, om een “Massenschicksal" samen mee te ondergaan. En als God vindt, dat ik nog veel te doen zal hebben, welnu, dan zal ik dat ook wel doen, na alles doorgemaakt te hebben, wat anderen ook door kunnen maken.”

 

 1997871-cd68b8a1d9abc352adea7cd209606d3d.jpg
Etty Hillesum (15 januari 1914 – 30 november 1943)
Cover

 

 

De Russische dichter Osip Mandelstam werd geboren op 15 januari 1891 in Warschau. Zie ook alle tags voor Osip Mandelstam op dit blog.

 

Alleen ik kijk de vorst in het gezicht

Alleen ik kijk de vorst in het gezicht:
hij - nergens heen en ik nergens vandaan.
En zonder plooien, glad geperst dient zich
het ademende wonder van de vlakte aan.

De zon ziet in gesteven armoe toe,
de ogen rustig kierend en getroost.
De bossen lispelen, zichzelve nog niet moe,
en sneeuw knerpt, zoals zuiver brooddeeg, zondeloos.

 

 

Zo scherp als ranke wespen kunnen zien

Zo scherp als ranke wespen kunnen zien
die aan de aardas, aan de aardas zuigen,
speur ik mijn tijdperk, kan er bovendien
om niet en uit het hoofd nog van getuigen...

Ik zing niet, heb in schilderen geen zin,
de zwartgestemde strijkstok ligt terzijde:
ik drink alleen het leven gulzig in
en mag de sluwe wespen graag benijden.

O dat het ooit gegeven wordt aan mij,
in zinderende zomergloed verloren,
aan slaap en droom en dood voorgoed voorbij,
de aardas en haar wenteling te horen...

 

 

Voetganger
Voor M.L. Lozinski

Ik ben voor het verhevene beducht,
een soort van hoogtevrees waaraan ik lijd.
Voor mij volstaat een zwaluw in de lucht,
een klokkentoren die de wolken splijt!

Op houtwerk dat een afgrond overbrugt
hoor ik, voetganger van vervlogen tijd,
behalve een aanzwellend sneeuwgerucht
de stenen klokslag van de eeuwigheid.

Maar toch zal ik die reiziger niet zijn
die langs het uitgebloeide lover schiet,
en in mij zingt oprecht gevoelde pijn.

Heus, een lawine is in het verschiet!
En hoe ik ook van klokgegalm geniet,
muziek behoedt je niet voor een ravijn.


Vertaald door Peter Zeeman

 

 

 1997871-ec2ae7d0f14ebc9872542f32825bc862.jpg
Osip Mandelstam (15 januari 1891 – 27 december 1938)
Monument voor de Liefde (tussen Osip en Nadezjda Mandelstam) in de Nadezjda Mandelstamstraat in Amsterdam

 

 

De Nederlandse schrijver en diplomaat F. Springer (eig. Carel Jan Schneider) werd geboren in Batavia op 15 januari 1932. Zie ook alle tags voor F. Springer op dit blog.

Uit: Teheran, een zwanezang

“Oog op de klok, tweede kop koffie, wachtte ik in de vertrekhal van Heathrow op mijn vriend Alfred - onmiskenbaar lndische jongen, accountant in Zürich, wereldwijde opdrachten, Zwitserse vrouw, Zwitserse zoons, en nog altijd dromend van een nooit veroverde jeugdliefde, genaamd Yvonne, mij ook goed bekend want ze woonde in onze straat, Haags Statenkwartier, waar Alfred op onmogelijke tijden bij mij binnenviel (zogenaamd om samen huiswerk te maken) en uren voor het raam van mijn kamer geposteerd stond, in de hoop haar aanbeden gestalte langs te zien fietsen. Natuurlijk ging mij dat gedweep wel eens vervelen.
Zoals hij in het Scheveningse tennispark met open mond vanachter het hek naar Yvonnes stuntelig gehuppel op de baan stond te kijken zonder te willen toegeven dat ze werkelijk geen bal behoorlijk over het net kreeg! Om hem te treiteren dreigde ik somszijn geheim aan de jongedame te verklappen. Zweer dat je dat nooit doet, zweer het, riep hij dan in paniek uit. Nee, hij siste en gromde het, want roepen, schreeuwen kon hij niet. Alfred was met een zeer uitzonderlijk stemgeluid gezegend, eeuwig hees en schor, onvemijderbare keelpoliepen, chronische ontsteking van de stembanden, god wist wat hem mankeerde en waarom dat rare geluid niet te verhelpen was.
In elk geval bleek toen, in Scheveningen, zo’n stem niet het geschiktste instrument om een meisje je liefde te verklaren. Vandaar dat Yvonne nooit iets van zijn tijdloze gevoel voor haar geweten heeft. Alleen tegenover mij durfde hij haar naam uit te spreken en dat deed hij zo hees, zo schor, dat het mij door de ziel sneed. Onze onvermijdelijk sporadischer wordende ontmoetingen begon hij, na de eerste handdruk of schouderklop, steevast met een weemoedig loflied op Yvonne. Altijd vroeg hij of ik wist hoe het nu met haar was. Woonde ze nog met man en kinderen in Bloemendaal?”

 

 1997871-7d48ad938512309b2e0306dcc42fde0a.jpg
F. Springer (15 januari 1932 – 7 november 2011)
Cover 

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Maud Vanhauwaert werd op 15 januari 1984 geboren in Veurne. Zie ook alle tags voor Maud Vanhauwaert op dit blog.

 

Naast mij zit een vrouw

Naast mij zit een vrouw. Ze weent en zegt
'excusez-moi'. Ik zeg 'ce n'est pas grave'. Zij
zegt 'si c'est grave, vous n'en savez rien'.
'Dat is waar' zeg ik 'ik weet er helemaal
niets van'. Ons gesprek is geen einde geen
begin. Zoals alles in een stad valt het
ergens tussenin

Er grolt een handtas, iedereen kijkt op.
Een vrouw ritst een hond tevoorschijn.
'Rustig maar, mama is hier'. Ze ritst nog
wat verder, rijdt in het vlees van de hond.
Hij jankt. 'Rustig maar' sist zij en de
massa schreeuwt 'mama is hier'

Op de schoot van de wenende vrouw ligt
een grote klomp deeg. Ze begint te kne-
den. 'Dat doe ik altijd als alles dreigt uit-
een te vallen. Hoe meer je kneedt hoe
beter het kleeft'

Nog voor ze haar romp over de klomp
heen kan buigen, graaien vreemde handen
naar het deeg. Beringde handen, klamme
kinderhanden, gerimpelde handen, ook
de handen van een Chinees. Hij kneedt
niet, hij pulkt. De vrouw kletst hem vlak
in het gezicht.'Ik heb geen rimpels, het
zijn de kneepjes die het leven mij gaf'

De vrouw naast mij weent niet meer. Het
deeg op haar schoot staat in pieken. Ik ver-
lies haar in de massa, de metro-massa, die,
zoals de zee pas breekt aan het oppervlak,
pas breekt en schuimt bovengronds

 

 1997871-18bc71514c2083561f3bf7912820ff65.jpg
Maud Vanhauwaert (Veurne, 15 januari 1984)

 

 

De Roemeense dichter Mihai Eminescu (eigenlijk Mihail Eminovici) werd geboren op 15 januari 1850 in Botoşani bij Czernowitz. Zie ook alle tags voor Mihai Eminescu op dit blog.

 

The Vesper (Fragment)

Once on a time, as poets sing
High tales with fancy laden,
Born of a very noble king
There lived a wondrous maiden.

An only child, her kinsfolk boon,
So fair, imagination faints;
As though amidst the stars the moon,
Or Mary amidst the saints

From 'neath the castle's dark retreat,
Her silent way she wended
Each evening to the window-seat
Where Lucifer attended.

And secretly, with never fail,
She watched his double race,
Where vessels drew their pathless trail
Across the ocean's face.

And as intent she drank his light,
Desire was quickly there;
While he who saw her every night
Soon fell in love with her.

And sitting thus with rested head,
Her elbows on the sill,
Her heart by youthful fancy led
Did with deep longing fill.

While he, a brilliant shining spark,
Glowed always yet more clear
Towards the castle tall and dark
Where she would soon appear

Until one night with shower of rays
He slips into her room,
As though a strange and silver haze
Did round about her loom.

And when at last the child to rest
Upon her sofa lies,
He lays her arms across her breast
And closes her soft eyes.

 

 1997871-a405c8c640ffe6083e38d4b15688e99b.jpg
Mihai Eminescu (15 januari 1850 - 15 juni 1889) 
Cover 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Philip Snijder werd geboren in Amsterdam in 1956. Zie ook alle tags voor Philip Snijder op dit blog.

Uit: Bloed krijg je er nooit meer uit

“Vanuit het groepje familie dat bij de zitruimte op ons wachtte, kwam met schuddende buik oom Rikus op Dylan af rennen. Hij bereikte hem eerder dan ik en trok hem aan zijn schouders weg van de deur waarop de jongen zijn vuisten kapot stond te beuken.
'Wat doe je nou, malle? Schei uit daarmee!' Hij pakte de fel tegenstribbelende Dylan bij zijn polsen. 'Moet je nou toch 's kijken: allemaal bloed op je handen…'
Ik was nu ook bij ze gearriveerd. Dylans knokkels en vingers waren inderdaad besmeurd met zijn bloed, net als de witte deur.
'Het is helemaal niet waar!' riep hij met overslaande stem terwijl hij, plotseling geheel verslapt, ineenzakte tegen het kolossale lijf van oom Rikus. 'Wedden dat het helemaal niet waar is?'
Oom Rikus keek vragend naar mij, angst in zijn ogen voor wat ik hem ging meedelen.
Ik wist niets uit te brengen en kwam niet verder dan, zoals dat in Goede Tijden Slechte Tijden op dit soort momenten werd gedaan, met vertrokken gezicht langzaam mijn hoofd te schudden.
Uit oom Rikus' mond kwam een zwaar, dierlijk geluid los, hard en kort. Met stijf dichtgeknepen ogen trok hij Dylan steviger tegen zich aan. Op het plateau van de vooruitstekende buik werd de kleine tengere jongen troostend een stukje van de grond getild.
Toen ik opkeek, bleken we inmiddels omringd te zijn door de rest van ons groepje. 'Wat? Wat is er?' werd er van alle kanten geroepen. Iedereen wilde zo lang mogelijk voor zichzelf volhouden dat ze nog niet hadden begrepen wat er met Francien was gebeurd, ook al kon dat nog maar twee seconden duren. 'Wat is er dan? Wat is er met d'r?'
Bijna letterlijk herhaalde ik de woorden die dokter 't Hart een paar minuten geleden in haar kamer had uitgesproken: 'Ze is toch overleden, helaas.'
Ik had geen moment gelegenheid mezelf dat stompzinnig steriele 'helaas' te verwijten. Meteen na mijn uitspraak veranderde het stukje ziekenhuisgang waarin we stonden in een wilde werveling van beweging en geluid, in een chaotisch ballet van ontzetting. Van het ene moment op het andere was ik er een deel van, werd ik er willoos in opgezogen.”

 

 1997871-e7ca1aabc8037abfae624d8adbde674d.jpg
Philip Snijder (Amsterdam, 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:13 Reageer op dit bericht

Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer, Franz Fühmann, Martha Saalfeld, Xu Zhimo

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook alle tags voor Johannes Beilharz op dit blog.

 

Weltmannschaft

Elf Dichter aus aller Welt
begaben sich zum Turnier

War ein Andalusier dabei,
zurückgestrichnes schwarzes
Haar, ermordet: Garcia Lorca

War ein Amerigo-Engländer
dabei mit ernster Brille fürs
Mittelfeld: T. S. Eliot
Bolzte sich ein franko-
abessinischer Waffenhändler ein
mit Namen Rimbaud

Ein schmalbrüstiger und dürftig
bebarteter Österreicher zur
Abwehr: R. M. Rilke

Als Libero ein Franzose,
der auf schwarze Frauen
stand: Baudelaire

Im Sturm ein erblindeter
Bibliothekar aus Argentinien:
Borges

lm Tor einer aus Peru,
der Hungers starb in Paris:
César Vallejo

Ein Judeo-Russe für die
Verteidigung, in Sibirien ums
Leben gekommen: Mandelstam

 

 1997870-b798fae55ab0309271ed86c1c7590216.jpg
Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

 

 

De Franse toneelschrijver en acteur Molière (pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin) werd geboren in Parijs op 15 januari 1622. Zie ook alle tags voor Molière op dit blog.

Uit: Les Précieuses ridicules

“DU CROISY.- Seigneur la Grange...
LA GRANGE.- Quoi ?
DU CROISY.- Regardez-moi un peu sans rire.
LA GRANGE.- Eh bien ?
DU CROISY.- Que dites-vous de notre visite ? en êtes-vous fort satisfait ?
LA GRANGE.- À votre avis, avons-nous sujet de l’être tous deux ?
DU CROISY.- Pas tout à fait à dire vrai.
LA GRANGE.- Pour moi je vous avoue que j’en suis tout scandalisé. A-t-on jamais vu, dites-moi, deux pecques provinciales faire plus les renchéries que celles-là, et deux hommes traités avec plus de mépris que nous ? À peine ont-elles pu se résoudre à nous faire donner des sièges. Je n’ai jamais vu tant parler à l’oreille qu’elles ont fait entre elles, tant bâiller ; tant se frotter les yeux, et demander tant de fois : "quelle heure est-il?" ; Ont-elles répondu que oui, et non, à tout ce que nous avons pu leur dire ? Et ne m’avouerez-vous pas enfin que quand nous aurions été les dernières personnes du monde, on ne pouvait nous faire pis qu’elles ont fait ?
DU CROISY.- Il me semble que vous prenez la chose fort à cœur.
LA GRANGE.- Sans doute je l’y prends, et de telle façon que, je veux me venger de cette impertinence. Je connais ce qui nous a fait mépriser. L’air précieux n’a pas seulement infecté Paris, il s’est aussi répandu dans les provinces, et nos donzelles ridicules en ont humé leur bonne part. En un mot, c’est un ambigu de précieuse et de coquette que leur personne ; je vois ce qu’il faut être, pour en être bien reçu, et si vous m’en croyez, nous leur jouerons tous deux une pièce, qui leur fera voir leur sottise, et pourra leur apprendre à connaître un peu mieux leur monde."

 

 1997870-e282d67e8803fd9304260f5dc69e58a0.jpg
Molière (15 januari 1622 - 17 februari 1673)
Scene uit een opvoering in Noilhan, 2013

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Grillparzer werd geboren in Wenen op 15 januari 1791. Zie ook alle tags voor Franz Grillparzer op dit blog.

 

Dezemberlied

Harter Winter, streng und rauch,
Winter, sei willkommen!
Nimmst du viel, so gibst du auch,
Das heißt nichts genommen!

Zwar am Äußern übst du Raub,
Zier scheint dir geringe,
Eis dein Schmuck, und fallend Laub
Deine Schmetterlinge,

Rabe deine Nachtigall,
Schnee dein Blütenstäuben,
Deine Blumen, traurig all
Auf gefrornen Scheiben.

Doch der Raub der Formenwelt
Kleidet das Gemüte,
Wenn die äußere zerfällt,
Treibt das Innere Blüte.

Die Gedanken, die der Mai
Locket in die Weite,
Flattern heimwärts kältescheu
Zu der Feuerseite.

Sammlung, jene Götterbraut,
Mutter alles Großen,
Steigt herab auf deinen Laut,
Segenübergossen.

Und der Busen fühlt ihr Wehn,
Hebt sich ihr entgegen,
Läßt in Keim und Knospen sehn,
Was sonst wüst gelegen.

Wer denn heißt dich Würger nur?
Du flichst Lebenskränze,
Und die Winter der Natur
Sind der Geister Lenze!

 

 

In der Fremde

Schon bin ich müd zu reisen,
Wärs doch damit am Rand!
Vor Hören und vor Sehen
Vergeht mir der Verstand.

So willst du denn nach Hause?
Ach nein, nur nicht nach Haus!
Dort stirbt des Lebens Leben
Im Einerlei mir aus.

Wo also willst du weilen,
Wo findest du die Rast,
Wenn übrall du nur Fremde,
Die Heimat nirgend hast.

 

 

Wintergedanken

Willst du, Seele, nicht mehr blühen,
Da vorbei des Sommers Flucht?
Oder wenn der Herbst erschienen,
Warum gibst du keine Frucht?

War vielleicht zu reich dein Blühen,
War zu bunt der Farben Licht?
Denn die Blüten geben Früchte,
Aber, ach, die Blumen nicht.



 1997870-235567509d206ebd7532d9d174e64b2c.jpg
Franz Grillparzer (15 januari 1791 - 21 januari 1872)
Borstbeeld aan het Burgtheater in Wenen

 

 

De Duitse dichter en schrijver Franz Fühmann werd geboren op 15 januari 1922 in Rochlitz (in het huidige Tsjechië). Zie ook alle tags voor Franz Fühmann op dit blog.

 

Der Übersetzer

Sein Kopf ist müd. Er stützt ihn in die Hand,
jedoch das Denken drängt ihn: Übertrage
die eine Zeile noch, sinn nach und sage
den ungeheuren Sinn, der dir erstand

aus diesen Worten fremder Sprache! Wage
dies einz’ge Wort nur: Es wird Widerstand,
es wird die Feuerschrift auf schwarzer Wand,
die Front ruft wider deines Volkes Plage!

Wie schwillt des Worts Substanz unter der Stirn,
zieht alles Licht auf die gefurchte Fläche,
die hoch sich wölbt über dem wählenden Hirn,
und hämmert, daß es diesen Fels durchbreche,
um auszusprechen sich, dies Wort, dies eine,
in neuer Sprache: Freiheit, die ich meine!

 

 1997870-0a292de95031a8d9dbd69eeed2a225b4.jpg
Franz Fühmann (15 januari 1922 – 8 juli 1984)
Borstbeeld door Wieland Förster in Kiskőrös

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Martha Saalfeld werd geboren op 15 januari 1898 in Landau. Zie ook alle tags voor Martha Saalfeld op dit blog.

 

Das Herz des Vogels ist geängstigt

Das Herz des Vogels ist geängstigt und
das Herz des Dichters. Ach, es ist das Blau
des Himmels göttlicher Betrug und schlau
verborgne Kälte; es erfriert der Mund,

Der es besingt, und in den Adern blaßt
das rote Blut. Von aller Farbe bleibt
ein Mörtelton. Doch vieles übertreibt
der Liebende zunächst und jedes haßt

Ihn schrecklich darum. Der unbewehrt
dem Fall des Laubs begegnet und der Flucht
der zarten Schwalben und dem Sturz der Frucht -
wie vieler Dinge Tod hat ihn versehrt!

 

 1997870-bd17443fec4ce3eac7fc376b6c689c3e.jpg
Martha Saalfeld (15 januari 1898 – 14 maart 1976)
Cover

 

 

De Chinese dichter Xu Zhimo werd geboren op 15 januari 1897 in de provincie Zhejiang. Zie ook alle tags voor Xu Zhimo op dit blog.

 

Leaving the Revisited Cambridge

Quietly now I leave the Cam,
As quietly as I came.
Gently wave farewell the clouded
Western sky aflame—

There the golden willow stands
a bride of sunset’s glow.
How its dancing ripples glint
and stir my heart below;

crowded rushes wave in water
bouncing with the weed
flowing slick by soft-soil’d banks—
I long to thus proceed!

Duckweed-crumpled rainbow’s pool
of iridescent dream
pure as springs ’neath elmtree’s bough—
O search the shrouded stream;

Punt toward the yonder whence
the emerald fields lie;
Return with joyous song engulfed
by tranquil starlit sky.

But as for me, I cannot sing
this muted summer’s evening;
Even insects hush, as silence
plays the flute for leaving.

Stealth’ly now I part from Cam,
As bid farewell I must.
Waving sleeve so gently lest
a cloudspeck I should dust.

 


Vertaald door Silas S. Brown

 

 1997870-6fa896eb1c42270b001b7c8377ae019c.jpg
Xu Zhimo (15 januari 1897 – 19 november 1931)
Poster voor het Zhimo Poetry Festival in Cambridge, 2015

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:12 Reageer op dit bericht

Willem de Clercq, Louis Guilloux, Walter Serner, Alexander Moszkowski, Aleksandr Gribojedov, Sidonia Zäunemann, Peter Christen Asbjørnsen

De Nederlandse dicher en (dagboek)schrijver Willem de Clercq werd geboren in Amsterdam op 15 januari 1795. Zie ook alle tags voor Willem de Clercq op dit blog.

Uit: Dagboek van Willem de Clercq 1811-1830

“Justus en Clericus raakten in zulk een geestdrift, dat zij door elkander hoogduitsche en latijnsche verzen uitdonderden, zoodat het vuur der opzeggers zelfs de verbazing des voermans tot zich trok. Ede ligt zeer schoon en door een groot bosch omringd. Midden onder dit genoegen verhief de maan haar verzilverd aangezicht, doch er begon zich tevens een vervaarlijk onweder opeen te pakken. Hoezeer nu ook onze natuur-bewonderaars zich mochten verheugen over het heerlijk gezicht, hetwelk het glansrijke weerlicht, dat zijne stralen door de wolken schoot, opleverde, zoo besloot men, daar de fysische mensch boven dreef, het bewonderen te staken en een oogenblik te Papendaal, eene afgezonderde boerenwoning, aan te leggen. Weldra speelden donder, bliksem en weerlicht hunne rol met plasregens gepaard, terwijl onze reizigers bij een gelderschen haard geschaard in een beminnelijke boerin en drie lieve kinderen een heerlijk ostadisch tafereel bewonderden en wezenlijk eenigszins sentimenteel werden. Evenwel vereischte het gebulder des onweders spoedige besluiten. De voerman spoorde hen tot voortgang aan en de jonge dame was vol moed. Men pakte zich dan zoo goed mogelijk in den halven kap in, terwijl de boerin in doodelijken angst tot alle de heiligen in den Hemel bad. Nu ging dan ook de reis voort, aangenamer in de herinnering dan in de werkelijkheid... Zij renden dat hooren en zien verging tot zij eindelijk bij de duisternis des avonds, tot hunne innige vreugde de poorten van Arnhem bereikten. De mede reizende dame vond haren broeder, die als een echt stijf proponent de beleefdheden der reizigers, die door het aanbod van eene visite tegen den volgenden dag bekroond werden, zeer koeltjes beantwoordde, en zijne zuster spoedig van hunne zijde wegtrok....”

1997868-e40a66b23f02f1f6dc90842f4dee36a5.jpg
Willem de Clercq (15 januari 1795 - 4 februari 1844)
Blik op Arnhem door Thomas Barber, eerste helft 19e eeuw

 

 

De Franse schrijver Louis Guilloux werd geboren op 15 januari 1899 in Saint-Brieuc. Zie ook alle tags voor Louis Guilloux op dit blog.

Uit:Salido, suivi de O.K., Joe !

“Les Français que nous sommes se croient un peu trop facilement à l'abri des malheurs qui partout en Europe et ailleurs frappent des centaines de milliers de gens. Vous pensez, comme moi-même, tout en sachant que ce n'est pas vrai, que parce que la France est la France cela n'arrivera jamais chez nous ! Vous avez la plus haute opinion de votre pays et vous l'aimez. N'est-ce pas vous qui un jour m'avez parlé des grandes traditions d'accueil de la France et ajouté que, justement, parce qu'elle pouvait se croire à l'abri des persécutions qui s'exercent ailleurs contre les juifs, les intellectuels, les communistes, les démocrates ou contre le peuple tout court en Espagne, et les Noirs en Amérique, cette même France se devait plus que jamais de maintenir ses traditions, en accueillant, en protégeant, en réconfortant les persécutés ? Et comme ce ne sont pas toujours les gens de droite qui s'en chargent, il faut bien que ce soient les autres ? Au nom de la France, pas seulement au nom de la solidarité ou de l'action politique. Il faut que certaines choses soient faites non seulement pour mettre fin au scandale, mais pour l'honneur."
(…)

"Elle a ouvert la porte. Je suis entré dans une pièce à peu près vide. Sans un mot, la vieille femme est allée tout droit à une commode dont elle a ouvert un tiroir. Elle a sorti du tiroir des photos qu'elle a étalées sur une table : les portraits de ses enfants et de ses neveux que les Allemands étaient venus chercher ici. Une fois ils en avaient emmené trois d'un coup. Elle m'a dit cela d'une voix sans larmes, puis elle a remis les photos dans le tiroir et elle m'a fait entrer dans une pièce voisine où se trouvait couché sur un grabat un vieillard chauve aux joues creuses, aux yeux creux, à la longue barbe blanche, un Job moribond... "
(...)

"Elle a ouvert la porte et nous nous sommes regardés, nous ne savions quoi nous dire. A la fin, je lui ai demandé pourquoi elle ne m'avait pas répondu tout de suite, quand j'avais frappé ? Mais j'ai compris, à son regard, que je n'aurais pas dû lui poser cette question. Est-ce que je ne savais pas l'horreur dont elle avait été saisie en entendant le bruit de mes brodequins sur les marches ?
J'ai redescendu l'escalier lentement, en m'efforçant de faire le moins de bruit possible."

 

 1997868-dcd693972463bce655f2d172202f7e50.jpg
Louis Guilloux (15 januari 1899 – 14 oktober 1980)
Portret door Eugène Dabit, 1935 (Detail)

 

 

De Duitse schrijver Walter Serner werd op 15 januari 1886 in de Tsjechische plaats Karlsbad (Bohemen) geboren. Zie ook alle tags voor Walter Serner op dit blog.

Uit:Die tückische Straße

“Möglichkeiten verpflichten.
Diesen Satz hatte Eiermann insgeheim seiner Lebensführung vorangestellt. Schon in jungen Jahren. Was zur Folge hatte, daß seine Biographie durchaus nicht so schematisch geblieben war wie die anderer, sondern streckenweise ganz ungewöhnliche Höhepunkte aufwies. Allerdings nur in venere. Auf anderen Gebieten pflegte Eiermann, wenn seinem Auge Möglichkeiten sich boten, es im Bewußtsein der ihm mangelnden Fähigkeiten zu schließen. In venere aber war es vor jeder Möglichkeit weit offen und schloß sich erst, wenn sie zur süßen Wirklichkeit geworden war.
Dieses offene Auge, mit dem er jederzeit spazieren ging, verursachte nicht selten, daß Möglichkeiten, die andernfalls gar keine geworden wären, plötzlich vor ihm sich auftaten. Denn so manche Dame, die nur so für sich hinwandelte, ließ im Anblick seines groß auf sie gerichteten Auges, das ihre zur selben Größe sich ausdehnen. Damit war für Eiermann die verpflichtende Möglichkeit da.
Eines Abends aber fiel ihm, als er bereits heimkehren wollte, schon von ferne etwas Glänzendes auf, das bei näherem Zusehen als ein durch das konstante Lächeln seiner Besitzerin entblößter, abnormal großer Goldzahn sich erwies.
Eiermann war dermaßen von diesem Anblick gefesselt, daß er das Gesicht der Goldzahn-Besitzerin gar nicht gesehen hatte. Erst als das hypnotisierende Glänzen seinem Auge fehlte, bemerkte er, daß jene Dame bereits an ihm vorbeigegangen war. Er machte stracks kehrt, sah aber nichts mehr. Da, ein kurzes Aufblitzen: der Goldzahn bog um die Ecke. Diesmal blieb Eiermann auf der Fährte. Denn als er an die Ecke kam, wandelte vor ihm eine einzige Dame. Er hatte, weit ausschreitend, sie fast schon eingeholt, als sie in die Grennegade einbog und daselbst ein Haus betrat.
Ihr dahin zu folgen, wagte er nicht: sie konnte verheiratet sein, einen strengen Vater haben, eine Megäre zur Tante ... Eiermann hatte da so seine Erfahrungen. Nachdem er auf dem gegenüber befindlichen Trottoir noch etwa fünf Minuten auf und ab gegangen war, ohne den ersehnten Goldzahn am Fenster zu erblicken, beschloß er, da einen solch abnormal großen schwerlich zwei Personen zugleich in einem Hause besitzen konnten, einen Brief nach Grennegade sechs zu adressieren und zwar ›An die Dame mit dem Goldzahn‹. Zudem mußte der Briefträger diesen sicherlich längst bemerkt haben, so daß ein also adressierter Brief zweifellos richtig bestellt werden würde. Eiermann stürzte in ein Restaurant, verfaßte eine ebenso energische wie vorsichtige Liebesepistel und warf sie ungesäumt in einen Briefkasten.“

 

 1997868-a64814012b98c03ee8defa8226dd127c.jpg
Walter Serner (15 januari 1886 – augustus 1942)
Cover van zijn Dada Manifest in het Spaans

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Alexander Moszkowski werd geboren in Pilica, Polen, op 15 januari 1851. Zie ook alle tags voor Alexander Moszkowski op dit blog.

 

Was Schiller vergessen hat (Das Lied vom Glockenklöppel)

Als er kam zu dieser Stelle:
„Friede sei ihr erst' Geläut'
Äußerte der Altgeselle:
Meister, Ihr seid zu zerstreut!
Fertig, glaubtet Ihr,
Wär' die Glocke hier,
Und da habt Ihr unterdessen
Ja den Klöppel ganz vergessen!

Denn wo das Strenge mit dem Zarten,
Wo Starkes sich und Mildes paarten,
Da gibt es einen guten Klang;
Drum prüfe, eh' die Zeit dahin ist,
Ob in der Glock' ein Klöppel drin ist,
Sonst weiß man deinem Werk nicht Dank.

Gefährlich ist's, den Leu zu wecken,
Verderblich ist des Nashorns Stoß,
jedoch der schrecklichste der Schrecken,
Das ist die Glocke, klöppellos,

Und wo man hinbringt eine Glocke,
Die inkomplett, da naht, o Graus,
Der Auftraggeber mit dem Stocke
Und ruft empört: „Der Mann muß 'raus!“

Denn was das Messer ohne Stiel ist,
Und was die Bühne ohne Spiel ist,
Und was der Ofen ohne Kohle,
Und was der Stiefel ohne Sohle,
Und was der Blog is ohne Spott
Und was das Rollenspiel ohne Plot
Und was der Globus ohne Ax' is,
Und was der Thum ist ohne Taxis,
Und was Akustik ohne Schall is,
Und was die Schweiz ist ohne Wallis,
Und was die Zarin ohne Zar is,
Und was Helene ohne Paris,
Und was der Haushahn ohne Henn ' is,
Und was der Lawn ist ohne Tennis,
Und was der Walfisch ohne Thran is,
Und was der Piscis ohne Panis,
Und was das Hemd ist ohne Knüppel —
Das ist die Glocke ohne Klöppel!

Drum aus Eisen laßt uns machen
Einen Kloppstock, lang und schwer,
Daß er tönend möge krachen,
Wenn er baumelt hin und her.
So, jetzt ist er da,
Grüßt ihn mit Hurra!
Seid des höchsten Lobs gewärtig,

Denn jetzt ist die Glocke fertig!

 

 1997868-3b3df67a73eb36d072d9ccfee0e5a442.jpg
Alexander Moszkowski (15 januari 1851 – 26 september 1934)
Cover

 

De Russische schrijver Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov werd geboren in Moskou op 15 januari 1795. Zie ook alle tags voor Aleksandr Gribojedov op dit blog.

Uit:WOE FROM WIT (Lijden door verstand,vertaald door A.S.Vagapov)

"LIZZIE:
When she gets up I'll tell her so,
You'll wake her up, I'm afraid, please go.
FAMUSOV:
I'll wake her up? Why, it is you not me
Who starts the clock and makes it play a symphony.
LIZZIE:
(raising her voice):
Now stop it, will you?
FAMUSOV:
(shutting her mouth):
Why shout like that?
Are you going mad?
LIZZIE:
There's something wrong about it, I fear.
FAMUSOV:
About what, my dear?
LIZZIE:
You ought to know for you're not a little one:
Young women's sleep is light at down,
They hear every whisper, a door creak, or a sigh,
They hear everything.
FAMUSOV:
No, it's a lie.
SOFIA:
(her voice comes from her room)
Ah, Lizzie!
FAMUSOV:
(quickly)
Hush!
(Tiptoeing out of the room hurriedly)
LIZZIE:
(alone in the room)
He's gone. Beware of masters, they
Will cause you trouble any day.
Of all the woes may God deliver us from both
From their love and their wrath.”


 1997868-a22263c6645caaeff1c9c85069019749.jpg
Aleksandr Gribojedov (15 januari 1795 – 11 februari 1829)
Scene uit een opvoering in Simferopol, Oekraïene, 2015

 

 

De Duitse dichteres Sidonia Hedwig Zäunemann werd geboren op 15 januari 1714 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Sidonia Zäunemann op dit blog.

 

Kindlicher Feyertags-Wunsch

Geliebtes Eltern-Paar! Wem gleichet wohl die Zeit,
Die jenen traurig macht, und diesen hoch erfreut?
Den Nebel, Rauch und Wind und Schatten kan auf Erden
Die Zeit an Nichtigkeit und Lauf verglichen werden.
Ich weiß Ihr wehrtesten! Ihr denckt in eurem Sinn
Mit mir: wie fliegt die Zeit so schnell, so bald dahin!
Ein Jahr ist wiederum nun bald zu End gegangen,
Gott sey gelobt vor das, was wir darin empfangen.
Ein Jahr des Elends wird zugleich zurück gelegt.
Die Christ-Lust, die der Herr in euer Hertz geprägt,
Die wird Geliebteste! Euch stärcken, trösten, gründen,
Daß Ihr in dieser Zeit werdt süsse Freude finden.
So feyret denn vergnügt in Gott dieß heilge Fest,
Das uns der Herr zum Heil und Glück erscheinen läßt,
Legt es gesund zurück, und tretet mit Vergnügen
Das Neue Jahr auch an. Der Höchste wolle fügen,
Daß, Hochgeliebteste! sein Seegen aus der Höh,
Und seine Lieb und Gnad stets um, und mit Euch geh.
Es woll die Allmachtshand Euch schützen und begleiten,
Und wieder eure Feind und alles Unglück streiten.

 

 1997868-47ad0d29ec68b8a72bfd69ca9396d715.jpg
Sidonia Zäunemann (15 januari 1714 – 11 december 1740)
Plaquette aan de kerk in Plaue

 

 

De Noorse schrijver Peter Christen Asbjørnsen werd geboren op 15 jamuari 1812 in Kristiania, tegenwoordig Oslo. Zie ook alle tags voor Peter Christen Asbjørnsen op dit blog.

Uit: Per Gynt

"Und du kannst Suppe versuchen“, sagte Per Gynt, und goss ihm den ganzen Topf Suppe über die Nase. Der Troll stürzte davon und jammerte laut; aber ringsherum von allen Höhen lachte und spottete und ertönte es:
"Suppenrüssel, Suppenrüssel!"
Hierauf war eine Weile alles still; doch dauerte es nicht lange, da erhob sich draußen wieder Lärm und Getöse. Per Gynt sah hinaus, und da erblickte er einen mit Bären bespannten Wagen; der große Troll wurde aufgeladen, und dann ging es hinauf ins Gebirge mit ihm. Während Per Gynt dem Wagen noch nachsah, wurde plötzlich ein Eimer Wasser durch den Schornstein herabgegossen: das Feuer erlosch, und Per Gynt saß im Dunkeln. Da begann es in allen Ecken zu lachen und zu spotten, und eine Stimme sagte:
"Jetzt wird es Per Gynt gerade so gehen wie den Sennerinnen in der Val-Hütte."
Per Gynt zündete das Feuer wieder an, rief seine Hunde herbei, verschloss die Sennhütte und ging weiter nach Norden bis zu der Val-Hütte, in her die drei Sennerinnen waren. Als er eine Strecke zurückgelegt hatte, sah er ein Feuer lodern, als wenn die ganze Val-Hütte in hellen Flammen stünde, und in demselben Augenblick stieß er auf ein Rudel Wölfe, von denen er die einen niederschoss und die andern erschlug. Als er die Val-Hütte erreicht hatte, war es da stockfinster und von einer Feuersbrunst keine Spur zu entdecken, aber es waren vier fremde Männer in der Hütte, die die Sennerinnen belästigten; das waren vier Bergtrolle, die hießen Gust i Väre, Tron Valjeldet, Tjöstöl Aabakken und Rolf Eldförpungen. Gust i Väre stand vor der Tür und sollte Wache halten, während die andern bei den Sennerinnen drinnen waren und zudringlich werden wollten. Per Gynt schoss auf Gust i Väre, verfehlte ihn aber, und da lief Gust i Väre davon. Als dann Per Gynt in die Stube hineinkam, waren die Sennerinnen in großer Not; zwei von ihnen waren ganz außer sich vor Schrecken und flehten zu Gott um Hilfe und Rettung, die dritte aber, die man die tolle Kari nannte, hatte keine Angst. Sie sagte, sie sollten nur kommen, sie hätte wirklich Lust zu sehen, ob solche Kerle auch Schneid hätten. Als aber die Trolle merkten, dass Per Gynt im Zimmer war, fingen sie zu jammern an und sagten zu Eldförpungen, er solle Feuer anmachen. In demselben Augenblick fielen die Hunde über Tjöstöl Aabakken her und warfen ihn kopfüber auf den Herd, dass Asche und Funken umherstoben.“

 

 1997868-de1f2a1c7a8d54e3d8467979d5f21552.jpg
Peter Christen Asbjørnsen (15 januari 1812 – 6 januari 1885)
Scene uit een balletuitvoering van Edvard Griegs “Peer Gynt” door het Nordharzer Städtebundtheater, 2015

Geschreven door Romenu om 14:10 Reageer op dit bericht

Tsjêbbe Hettinga

De Friese dichter en vertaler Tsjêbbe Piter Hettinga werd geboren in Burgwerd op 15 januari 1949 als zoon van een katholieke boer en paardenhandelaar in Burgwerd, net ten noorden van Bolsward. Zijn moeder verdronk zichzelf op 55-jarige leeftijd. Tijdens zijn jeugd werd Hettinga geleidelijk slechtziend, en uiteindelijk was hij vrijwel blind. Na zijn studie aan de kweekschool te Sneek was Hettinga werkzaam als opnametechnicus van de blindenbibliotheek in Groningen. Daarnaast studeerde hij Nederlands en Fries aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij in 1986 afstudeerde. Hij woonde vanaf 1982 in Leeuwarden, woonde samen (zijn vrouw overleed in 2011) en was vader van twee kinderen. Hij overleed op 64-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Leeuwarden aan kanker. Afgezien van zijn optredens leidde Hettinga een tamelijk teruggetrokken leven. Hij gaf vrijwel geen interviews, en achtte zijn privé-leven niet van belang voor de interpretatie van zijn werk. De dichter Eeltsje Hettinga is zijn jongere broer. Tsjêbbe Hettinga gold als een van meest beeldbepalende Friese dichters. In 1970, 1971 en 1987 won hij de Rely Jorritsmapriis voor zijn poëzie. Zijn optreden op de Frankfurter Buchmesse in 1993 betekende voor hem (en voor de Friestalige poëzie) een doorbraak in de Nederlandse literaire wereld. In 2001 ontving hij de belangrijkste Friese literaire prijs, de Gysbert Japicxpriis, voor zijn bundel Fan oer see en fierder. De poëzie van Tsjêbbe Hettinga is vertaald in het Nederlands (door Benno Barnard en David Van Reybrouck), Engels, Duits, Frans en Spaans. Zelf vertaalde Hettinga werk van Dylan Thomas, Derek Walcott en Walt Whitman naar het Fries. Bij zijn performances werkte Hettinga veel samen met musici. Zelf speelde hij als jazzmuzikant saxofoon. In 1974 raakte Hettinga betrokken bij het literair tijdschrift Hjir. Vijftien jaar lang, tot 1990, was hij lid van de redactie van dit tijdschrift. De Friese regisseur Pieter Verhoeff maakte over Hettinga een documentaire die in 2006 verscheen onder de titel Yn dat sykjen sûnder finen (In dat zoeken zonder vinden).

 

De kruik

Hij dronk, terwijl zijn ogen de strakblauwe ogen
Van de vissersvrouw in het zwart troffen en verwarden,
Bij de bron, in de zoele schaduw van verlegen
Ceders, geur van vis en hars, zicht op zee en sloepen, leeg.
Stil stond zij, terwijl haar verzonken ogen zijn dronk
Zagen in de nacht van stille kreten, liefdes dorst en
De zo gulle kruik op haar nu geschrokken schouder,
Naast een ezel, blauw en stil; door het oorwit van haar arm
De zee, om haar heupen de branding, tussen beiden,
Verstomd door de stormvlagen van een ogenblik stilte:

Zij hadden gedronken, gezien hoe de vissers in
Hun kleine sloepen kleiner werden, de van belofte
Druipende netten van de sterren strakker, voller,
En twee halve manen dreven de groene haven in,
Terwijl de wind het zout over het gebroken ijs
Strooide in glazen op een terras met zwarte slangen,
Witte emmers; en het paadje naar haar hut (nà haar
Heuvelop, de stegen door, vanwege vissersmessen)
Legde zij uit, voelend dat hij komen zou, en hij
Had haar heuvel beklommen, had zich gelaafd aan haar kruik.

 

 

BLAUW EN GROEN

aan de oude middelzeedijk
onder berlikum
stonden tussen slinkende voren
de aardappelplantjes
als kinderkopjes
van de zon te snoepen

in 't zachte zuidwestelijke lentewindje
heb ik toen een kruis geslagen
van mijn voorhoofd naar mijn hart
als het geluid van de vogels
dat blauw is
en van schouder naar schouder
als de veile vlakte in de stilte
die groen is

 

Vertaald door Tsjêbbe Hettinga en Benno Barnard

 

 2094484-a10a97b2ac1fbcb581455f84a0ca7879.jpg
Tsjêbbe Hettinga (15 januari 1949 – 7 maart 2013)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Am Feste vom süßen Namen Jesus (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

 2000703-092ea4b881e88758100c7cb93d50ea07.jpg
Jozef met het kindje Jezus door Guido Reni, ca. 1635

 

 

Am Feste vom süßen Namen Jesus

Was ist süß wie Honigseim,
Wenn er sich der Wab' entgießt?
Süßer ist des Lebens Keim,
Der durch unsre Adern fließt.
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über Alles mild und süß!
Daß der Tod vergißt die herbe Pein,
Wo ein frommer Mund ihn tönen ließ.

Was ist gleich des Löwen Kraft
Wenn er durch die Wälder kreis't?
Stärker ist die Leidenschaft,
Ist der widerspenst'ge Geist.
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über Alles voll der Macht!
Daß er zwängt zu milden Lichtes Schein,
Was die Welt bedräut in Flammenpracht.

Was ist reich wie Meeresfahrt,
Gleich des Schachtes goldner Hut?
Reicher ist, wer sich bewahrt
Seiner Ehre köstlich Gut.
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist mehr und reicher als das all'!
Ach um ihn erträgt man ganz allein
Schmach, Verkennung, aller Ehre Fall.

Was ist schön wie Morgenlicht,
Gleich dem Sternendom der Nacht?
Ach, ein lieblich Angesicht,
Und im Aug' des Geistes Pracht!
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über Alles mild und schön!
Wer ihn trägt im stillen Antlitz sein,
Der ist hold, was auch Natur versehn.

Was ist freudig wie zu ziehn
In die reiche Welt hinaus?
Ach, viel freud'ger, was wir fliehn,
Das verkannte Elternhaus!
Doch dein Name, lieber Jesu mein,
Der ist über alles voll der Lust!
O, wer gäb' nicht um die Freuden sein
Heimat, Freiheit, was ihm nur bewußt!

Ja, dein Name, Jesus Christ,
Der ist stark und reich und mild!
Wer den Namen nie vergißt,
Der kennt aller Leiden Schild.
Und ich soll, o liebster Jesu mein,
Ich, die Arme, treulos aller Pflicht,
Dennoch deines Namens Erbin sein:
Gott, du willst den Tod des Sünders nicht!

 

2000703-d604de6403b6ca9f47829bd43742776b.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Venster met het Jezus monogram in de Namen Jesu kerk in Wenen

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Chris de Stoop, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Martin Auer

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef en alle tags voor Bernlef op dit blog.

 

Aan het eind van een vorige eeuw

Er staat een rijtuig gereed op een binnenplaats
onder een zonnewering.
Voor mij of voor een ander.
Een ander stapte voor alle zekerheid vast in.
Ik weet nog niet of ik vertrekken zal
of hier moet blijven,
deuren open houden moet voor gasten uit het niets.

Alsof er iemand let op mij
achter de gordijnen.

 

 

Vriendinnen

Zij schildert alles wit
samen met een vriendin
zij schilderen alle kamers
op ladders staande wit

In jurken van jaren geleden
verven zij de vlekken weg
trekken naast elkaar verbeten
hun kaarsrechte banen

Als zij klaar zijn (ook wit)
kijken zij naar de nu weer
smetteloze muren en dan
aarzelend pas naar elkaar.

Is het berusting, is het vermoeidheid
handen op elkaars schouders, dat zij
daar zo roerloos blijven staan, als
waren zij nooit meer uit hun baan te drijven

Onaantastbaar, de strijd tegen 't bederf
met verf gewonnen, glorieus
in witgevlekte jurken beginnen zij - twee meisjes
langzaam te dansen met elkaar.

 

 

Sterven

Als je dicht genaderd bent
en denkt het is mij best,
ik heb het wel gezien en er
is niemand aan wie ik nog hecht,

laat nu maar, heer, uw knecht
met een lichaam dat
leger wordt en een
steeds meer gevuld met dromen
laat zachtjes en onvernomen -

dan kun je het wel vergeten.
Het moet nog uit je zweten.

 

 1997561-9a0fa479c96ae85691febd6637b8b1aa.jpg
J. Bernlef (14 januari 1937 - 29 oktober 2012)
In 1968

 

 

De Vlaamse schrijver en journalist Chris De Stoop werd geboren op 14 januari 1958 in Sint-Gillis-Waas. Zie ook alle tags voor Chris de Stoop op dit blog.

Uit: Dit is mijn hof

“Daar staan we dan, mijn broer en ik, laat in de middag, diep in de modder, blauw van de kou, te roepen naar de koeien, ‘kom, kom, kom’, terwijl achter ons opeens kogels tegen het dak van de stal ketsen.
lnstinctmatig duiken we ineen en kijken rond. Verzopen velden en weilanden strekken zieh voor ons uit tot aan de horizon, met overvolle grachten eromheen. Het enige ongewone dat we zien is een bulldozer aan de overkant van de wei achter de omheining.
De oudere koeien laten zieh gewillig bijeendrijven. Ze luisteren nog naar roepnamen als Stampvoet, Steekhoorn of Wittekop en hebben al eerder een winter in de warme stal meegemaakt. Ze plonzen gezapig door het hek naar het erf, voorbij de lange, verse maiskuil, waarvan de bitterzoete geur als natte damp in de lucht hangt. Ze waggelen, draaiend met hun dikke konten, grommend van genoegen, blindelings naar de stal, recht naar de ruif om hooi te eten.
De zeven jonge vaarzen, met hun nog blinkende oranje chips in hun oren, willen echter met geen stokslagen naar het hek, waardoor ze pas in september voor het eerst in de wei zijn gekomen, samen met de springstier. We jagen ze armenzwaaiend op, roepen en tieren, glijden uit en worden drijfnat. Op het laatste moment draaien ze zieh telkens om en stormen rakelings langs ons. Luid loeiend vliegen ze alle kanten uit. En omdat het al sinds onze kinderjaren een uitgemaakte zaak is dat ik de snelste ben en mijn broer de sterkste, is het altijd aan mij om erachteraan te rennen.
De wind wakkert aan, ik spring op de graspollen aan de zijkant van een plas, verlies mijn evenwicht en val languit in het slijk. Uitgeteld kijk ik een halve minuut naar de grote vlakken grijs en zwart die boven me over elkaar schuiven. Hoe vaak hebben we dit al samen gedaan? Ik vond het altijd geweldig om met mijn broer de kudde in en uit de stal te laten.
In ruil daarvoor krijg ik om de paar jaar een aehterkwartier mee naar huis. Niet van de beste koe, die te veel geld waard is, maar van de slechtste.”

 

 1997561-20ef07a81213dc2e703bd01f07a5ace5.jpg
Chris De Stoop (Sint-Gillis-Waas, 14 januari 1958)

 

 

De Britse schrijver en journalist Edward St Aubyn werd geboren op 14 januari 1960 in Cornwall. Zie ook alle tags voor Edward St Aubyn op dit blog.

Uit: Lost For Words

« Malcolm’s doubts were not confined to Hampshire. Elysian was a highly innovative but controversial agricultural company. It numbered among its products some of the world’s most radical herbicides and pesticides, and was a leader in the field of genetically modified crops, crossing wheat with Arctic cod to make it frost resistant, or lemons with bullet ants to give them extra zest. Their Giraffe carrots had been a great help to the busy housewife, freeing her to peel a single carrot for Sunday lunch instead of a whole bunch or bag.
Nevertheless, environmentalists had attacked one Elysian product after another, claiming that it caused cancer, disrupted the food chain, destroyed bee populations, or turned cattle into cannibals. As the noose of British, European and American legislation closed around it, the company had to face the challenge of finding new markets in the less hysterically regulated countries of Africa, Asia and Latin America. That was where the Foreign Office, liaising with Trade and Industry, had stepped in with their combined expertise in exports and diplomacy. The latter had come very much to the fore after some regrettable suicides among Indian farmers, whose crops had failed when they were sold Cod wheat, designed to withstand the icy rigours of Canada and Norway rather than the glowing anvil of the Indian Plain. Although the company disclaimed any responsibility, an unusually generous consignment of Salamander wheat proved such a success that Elysian was able to use a shot of the gratefully waving villagers, their colourful clothing pressed to their elegantly thin bodies by the billows of a departing helicopter, in one of its advertising campaigns.
Elysian’s weaponized agricultural agents had come to Malcolm’s attention when he was asked to sit on the Government committee responsible for the ‘Checkout List’. Aerially dispersed, Checkout caused any vegetation on the ground to burst immediately into flame, forcing enemy soldiers into open country where they could be destroyed by more conventional means. Debates about the Checkout List had of course remained secret, and from the general public’s point of view, Elysian’s name continued to be associated almost entirely with its literary prize."

 

 1997561-6d43e22ffe687001a87484c54c18d540.jpg
Edward St Aubyn (Cornwall, 14 januari 1960)

 

 

De Japanse schrijver Yukio Mishima werd geboren op 14 januari 1925 in Tokyo. Zie ook ook alle tags voor Yukio Mishima op dit blog.

Uit: Runaway Horses (Vertaald door Michael Gallagher)

“How oddly situated a man is apt to find himself at age thirty-eight! His youth belongs to the distant past. Yet the period of memory beginning with the end of youth and extending to the present has left him not a single vivid impression. And therefore he persists in feeling that nothing more than a fragile barrier separates him from his youth. He is forever hearing with the utmost clarity the sounds of this neighboring domain, but there is no way to penetrate the barrier.
Honda felt that his youth had ended with the death of Kiyoaki Matsugae. At that moment something real within him, something that had burned with a vibrant brilliance, suddenly ceased to be.
Now, late at night, when Honda grew weary of his legal drafts, he would pick up the dream journal that Kiyoaki had left him and turn over its pages.
(...)

Since then eighteen years had passed. The border between dream and memory had grown indistinct in Honda’s mind. Because the words contained in this journal, his only souvenir of his friend, had been traced there by Kiyoaki’s own hand, it had profound significance for Honda. These dreams, left like a handful of gold dust in a winnowing pan, were charged with wonder.
As time went by, the dreams and the reality took on equal worth among Honda’s diverse memories. What had actually occurred was in the process of merging with what could have occurred. As reality rapidly gave way to dreams, the past seemed very much like the future.
When he was young, there had been only one reality, and the future had seemed to stretch before him, swelling with immense possibilities. But as he grew older, reality seemed to take many forms, and it was the past that seemed refracted into innumerable possibilities. Since each of these was linked with its own reality, the line distinguishing dream and reality became all the more obscure. His memories were in constant flux, and had taken on the aspect of a dream.”

 

 1997561-f33b724aed28e152cfceb6aff84e9253.jpg
Yukio Mishima (14 januari 1925 - 25 november 1970)

 

 

De Chinese schrijfster Anchee Min werd geboren in Shanghai op 14 januari 1957. Zie ook alle tags voor Anchee Min op dit blog.

Uit: Red Azalea

“As I understood it, my parents were doing work that was saving the world. Every evening I would pick up the children and fight with the kids on the block all the way home. It was like eating a regular meal that I got a purple cheek or a bloody nose. It did not bother me too much. Although I was scared of crossing at traffic lights and dark alleys, I learned to not show my fear, because I had to be a model for the children, to show them what bravery meant. After I arranged for the children to play by themselves in the living room, I went to set up the stove to cook dinner. It always took me a long time to light the stove, because I did not understand that wood and coals needed air to burn. I stuffed the stove as I sang songs of Mao quotations. One time, when I tried many times and the stove would not light, I lost my patience. I went out to play, thinking that the stove was not burning. Then a kid came and told me that there was smoke coming out of our house window. This happened three times.I tried to put the children to sleep while the sky was still bright. The children's little feet kicked the cotton blankets and made new holes over the old. The blankets soon became rags. When the room quieted down, I would lean on the windowsill staring at the entrance to the lane, waiting for my parents to appear. I watched the sky turn deep blue, Venus rising, and I would fall asleep by the window.In 1967, when I was ten years old, we moved. It was because our downstairs neighbor accused us of having a bigger space than they had. They said, How can a family of six occupy four rooms while a family of eleven has only one? The revolution is about fairness. They came up with chamber pots and poured shit on our blankets. There were no police. The police station was called a revisionist mechanism and had been shut down by the revolutionaries. The Red Guards had begun looting houses. No one answered our call for help. The neighbors just watched.The downstairs neighbor kept bothering us. We cleaned the shit night after night, swallowed insults in meek submission. The downstairs family became uncontrollable. They threatened to harm us children when our parents were not at home. They said their second daughter had a history of mental illness. Therefore, they could not be responsible for what she was going to do. The second daughter came up and showed me an ax that she had just sharpened.”

 

 1997561-c4d81eb72866cf5e19f81bcf11fc4c89.JPG
Anchee Min (Shanghai, 14 januari 1957)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver, musicus en cabaretier Martin Auer werd geboren op 14 januari 1951 in Wenen. Zie ook alle tags voor Martin Auer op dit blog.

 

Über die Erde

Über die Erde
sollst du barfuß gehen.
Zieh die Schuhe aus,
Schuhe machen dich blind.
Du kannst doch den Weg
mit deinen Zehen sehen,
das Wasser,
den Wind.

Sollst mit deinen Sohlen
die Steine berühren,
mit ganz nackter Haut.
Dann wirst du bald spüren,
daß dir die Erde vertraut.

Spür das nasse Gras
unter deinen Füßen
und den trockenen Staub.
Laß dir vom Moos
die Sohlen streicheln und küssen
und fühl
das Knistern im Laub.

Steig hinein,
steig hinein in den Bach
und lauf aufwärts
dem Wasser entgegen.
Halt dein Gesicht
unter den Wasserfall.
Und dann sollst du dich
in die Sonne legen.

Leg deine Wange an die Erde,
riech ihren Duft und spür,
wie aufsteigt aus ihr
eine ganz große Ruh'.
Und dann ist die Erde
ganz nah bei dir,
und du weißt:
Du bist ein Teil von Allem
und gehörst dazu.

 

 1997561-424f74f1c35dfc06d85531085993e0ab.jpg
Martin Auer (Wenen, 14 januari 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:53 Reageer op dit bericht

John Dos Passos, Andreas Steinhöfel, Isaäc da Costa, Tillie Olsen, Marek Hlasko

De Amerikaanse schrijver John Dos Passos werd geboren op 14 januari 1896 in Chicago. Zie ook alle tags voor John Dos Passos op dit blog.

Uit: Manhattan Transfer

“Before the ferry leaves a horse and wagon comes aboard, a brokendown springwagon loaded with flowers, driven by a little brown man with high cheekbones. Jimmy Herf walks around it; behind the drooping horse with haunches like a hatrack the little warped wagon is unexpectedly merry, stacked with pots of scarlet and pink geraniums, carnations, alyssum, forced roses, blue lobelia. A rich smell of maytime earth comes from it, of wet flowerpots and greenhouses. The driver sits hunched with his hat over his eyes. Jimmy has an impulse to ask him where he is going with all of those flowers, but he stifles it.
(...)

He is walking up an incline. There are tracks below him and the slow clatter of a freight, the hiss of an engine. At the top of a hill he stops to look back. He can see nothing but fog spaced with a file of blurred archlights. Then he walks on, taking pleasure in breathing, in the beat of his blood, in the tread of his feet on the pavement, between rows of otherworldly frame houses. Gradually the fog thins, a morning pearliness is seeping in from somewhere. Sunrise finds him walking along a cement road between dumping grounds full of smoking rubbishpiles. The sun shines redly through the mist on rusty donkey-engines, skeleton trucks, wishbones of Fords, shapeless masses of corroding metal. Jimmy walks fast to get out of the smell. He is hungry; his shoes are beginning to raise blisters on his big toes. At a cross-road where the warning light still winks and winks, is a gasoline station, opposite it the Lightning Bug lunchwagon. Carefully he spends his last quarter on breakfast. That leaves him three cents for good luck, or bad luck for that matter. A huge furniture truck, shiny and yellow, has drawn up outside.
"Say will you give me a lift?" he asks the redhaired man at the wheel.
"How fur ye goin?"
"I dunno. . . . Pretty far."

 

 1997558-dd03d996b034cf282b1fb1a6389d8abc.jpg
John Dos Passos (14 januari 1896 – 28 september 1970)

 

 

De Duitse schrijver en vertaler Andreas Steinhöfel werd geboren op 14 januari 1962 in Battenberg. Zie ook alle tags voor Andreas Steinhöfel op dit blog.

Uit: Anders

„Felix bedeutet der Glückliche. Der Name stammt aus dem Lateinischen. und er war. als die Winters ihn für ihren Sohn aussuchten, in der Hitparade der Jungennarnen soeben auf Platz elf vorgerückt - Tendenz leicht steigend. Melanie Winter hatte die Liste aus dem Internet heruntergeladen und hielt sie ihrem Mann unter die Nase. Ein sorgfältig rot lackierter Fingernagel tippte wiederholt auf die elfte Zeile, und tatsächlich, erkannte André Winter: Felix stand nicht nur weit genug vom. um später einmal belegen zu können. dass man sich mit dieser Wahl durchaus auf der Höhe der Zeit befunden hatte. Nein, in seiner hübschen Zweisilbigkeit stand der Name auch weit genug hinten, um sich deutlich von allen spitzenreitenden einsilbigen Jans und Toms und Bens abzugrenzen, die in diesem Jahr scharenweise, wie es aussah. zur Meinung der Menschheit an den Start geschickt wurden.
André Winter studierte stumm die Liste, speziell die Ziffer vor dem Namen Felix. Elf war eine Primzahl. Primzahlen machten ihn nervös. Alles, was sich nicht in ganzzahlige Größen teilen ließ, machte ihn nervös - das uferlose Internet, die gestauchten Zahlenkolonnen unter seinen Kontoausziigen… manchmal sein ganzes Leben. Ein Primzahlenname beschwor womöglich etwas herauf. das ihm in Zukunft Kopfzerbrechen bereiten mochte.
Aber die Zukunft war weit entfernt. Die Gegenwart war ausgefüllt von einem fordernd tippenden Zeigefinger, und noch nervöser als die Elf machte André Winter das Wissen darum, wie ungehalten seine Frau reagierte, wenn sie nicht bekam, was sie wollte. Deshalb stimmte er, mit einem letzten Blick auf ihre roten Fingernägel zu. Vermutlich war er bloß abergläubisch.
Vielleicht ging alles gut.
Und alles ging gut. Elf Jahre lang.
Am ersten Tag des zwölften ]ahres wurde alles anders.“

 

 1997558-ca68b8bbb769a87572ef6b29384625fa.JPG
Andreas Steinhöfel (Battenberg, 14 januari 1962)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Isaäc da Costa werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1798. Zie ook alle tags voor Isaäc da Costa op dit blog.

 

Vijf en twintig jaren
Een lied in 1840

Kan het zijn dat de lier, die sinds lang niet meer ruiste,
die sinds lang tot geen harten in dichtmuziek sprak,
weer opeens van verrukking en hemellust bruiste,
en in stromende galmen het stilzwijgen brak?

Kan het zijn dat een ader, verstikt en vergeten,
schoon eens mede van jeugdige zangtonen vol,
thans opnieuw, door een stout maar gelukkig vermeten,
in de zandgrond geraakt, weder uitschoot en zwol?

’t Mochte zijn, dat een winter voorbij waar gevaren,
en haar ijs bij de stralen der lentezon smolt; —
dat — een reeks van onvruchtbaar vervlotene jaren
door één oogst voor het minst al die dorheid vergold!

Neen! de mens mag zijn lente geen tweedemaal smaken;
op zijn winter volgt nooit weer herleving en groei! —
dan alleen als dit stof eens zijn doden zal slaken
voor een eeuwige zon, voor een eindloze bloei!

Evenwel heeft wellicht onze Dichtkunst haar tijden. —
o! De harp van mijn stam heeft de wissling gekend
van gejuich en geklag, van verheffing en lijden,
van bevrijding en lange — verdorrende ellend.



 1997558-8a387b293c038a8e7e1dce83dd26dad8.gif
Isaäc da Costa (14 januari 1798 – 28 april 1860)

 

 

De Joods-Amerikaanse schrijfster, dichteres en feministe Tillie Lerner Olsen werd geboren in Omaha (Nebraska) op 14 januari 1912. Zie ook alle tags voor Tillie Olsen op dit blog.

Uit: I Stand Here Ironing

“I stand here ironing. and what you asked me moves tormented back and forth with the iron.
“I wish you would manage the time to come in and talk with me about your daughter. I‘m sure you can help me understand her. She's a youngster who needs help and whom I'm deeply interested in helping.”
“Who needs help.” . . . Even if 1 came. what good would it do? You think because I am her mother 1 have a key. or that in some way you could use me as a key? She has lived for nineteen years. There is all that life that has happened outside of me, beyond me.
And when is there time to remember. to sift. to weigh. to estimate, to total? I will start and there will be an interruption and I will have to gather it all together again. Or I will become engulfed with all I did or did not do. with what should have been and what cannot be helped.
She was a beautiful baby. The first and only one of our five that was beautiful at birth. You do not guess how new and uneasy her tenancy in her now-loveliness. You did not know her all those years she was thought homely, or see her poring over her baby pictures, making me tell her over and over how beautiful she had been-and would be. I would tell her-and was now. to the seeing eye. But the seeing eyes were few or nonexistent. Including mine.
I nursed her. They feel that’s important nowadays. I nursed all the children, but with her. with all the fierce rigidity of first motherhood. I did like the books then said. Though her cries battered me to trembling and my breasts ached with swollenness, I waited till the clock decreed.“

 

 1997558-a2825194abe5e018d92bb189643df950.jpg
Tillie Olsen (14 januari 1912 – 1 januari 2007)
Cover

 

 

De Poolse schrijver Marek Hlasko werd geboren op 14 januari 1934 in Warschau. Zie ook alle tags voor Marek Hlasko op dit blog.

Uit: The Graveyard (Vertaald door Norbert Guterman)

“Franciszek Kowalski, forty-eight years of age, slender, slightly balding, with a ruddy complexion, prominent cheekbones, and blue eyes, took a drink you won’t believe how rarely, only on really extraordinary occasions; he never drank more than he could hold, and never had to be told later by others what he had talked about and how he had behaved He was one of the lucky few who upon waking in the morning never have to be ashamed of the night before. Late one night, however, on his way home from a party meeting, a meeting which had dragged on for many hours, and at which he had often had to take the floor on matters of importance to him and his fellow workers, he ran into a friend whom he had known when they were both partisan fighters, He had not seen him since 1945 when he himself had marched off to the front while his friend, then seriously wounded, had gone to the hospital and stayed there until the end of the war.
This meeting so delighted them that they decided to celebrate it with a glass of vodka. They went to the nearest bar. The friend ordered a half pint; and when the bottom of the bottle showed, Franciszek called the waiter, and, so as not to give his friend the impression that he had gone completely rusty since the days of the underground, ordered another half pint
This put them in suda high spirits, they talked so heartily, and faded memories took on such brilliant colors, that they asked for a third half pint almost in one breath, and then the waiter himself, without asking them, served them a fourth. When they walked out, day was breaking, and the first bands of light were beginning to show in the gray sky. They said goodbye, afiecfionatdy shaking hands at great length, and then each went his way.
Franciszek walked briskly, keeping his eye on a line in the sidewalk, but he felt that some hitherto unknown forces were rocking him from side to side, and the line in the sidewalk kept vanishing from his field of vision. “I guess I’m a bit…”, he murmured, “abit. . .what the hell . . .”

 

 1997558-db28adff484afa00bd57b1687de1b392.jpg
Marek Hlasko (14 januari 1934 – 14 juni 1969)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn vorige blog van vandaag.



Geschreven door Romenu om 11:52 Reageer op dit bericht

Rudolf Hagelstange, Anatoli Rybakov, Werner Helwig, Zacharias Topelius, Ida Dehmel

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Hagelstange werd geboren op 14 januari 1912 in Nordhausen. Zie ook alle tags voor Rudolf Hagelstange op dit blog.

 

Von der Überwindung des Todes

Es gilt nicht dies: zu überwinden,
Was in uns nach Behalten schreit.
Es darf ein Herz wohl Freude finden
An Dingen der Vergänglichkeit:
Ein Abendfrieden unter Linden,
Ein Trunk, ein Stern, ein Frauenkleid.
Entsagung ist die Straße der Gefahren,
Und Torheit macht nicht halt vor weißen Haaren.

Es gilt auch nicht: den Tag verspielen
Mit dem Gedanken an den Untergang
Und nach dem eigenen Herzen zielen
In einem fieberhaften Überschwang.
Wer sah nicht zu, wie ach so vielen
Dabei der Bogen in der Hand zersprang,
Und wie sie wehrlos, selbstvergessen
Nun taumelnd ihren Weg durchmessen?

Wohl aber gilt uns dies: sich selbst entschreiten,
Den Blick gerichtet auf das große Tor,
In dem das Ungewisse dieser Zeiten
Sich ins unendlich Ungewisse still verlor.
Die Schätze, die uns hier entgleiten,
Sond ohnehin nur schwaches Rohr,
Das uns zerbricht auf dieser letzten Straße,
Die jenseits liegt vor uns und unserem Maße.

Ich wollte, daß ich diese Kraft besäße,
Ganz ohne Neugier schweigend nachzudringen
Dem Tode, so in Demut der Gefäße,
Die schmerz- und klagelos zur Neige gingen
Und ohne daß die Gier an ihnen fräße,
Zu wissen, welchen Trank sie bringen,
Bis ich am Tore still die Schuh vom Knöchel streife
Wie eine Frucht die Schale in der Zeit der Reife.

 

 1997551-10c376c9edb00658ce5cb0592987d5cb.jpg
Rudolf Hagelstange (14 januari 1912 – 5 augustus 1984)

 

 

De Russische schrijver Anatoli Rybakov werd geboren op 14 januari 1911 in Tsjernihiv. Zie ook alle tags voor Anatoli Rybakov op dit blog.

Uit: The Children of the Arbat

“What Lenin had called bureaucratic perversion was in fact the only possible way to run the country. It had its dangers: the bureaucracy tries to stand between the people and the leadership, it tries to supplant the leadership. That has to be stamped out without mercy. The apparatus must be the unquestioning executor of the supreme will, it has to be kept in a state of fear, which it will in turn pass on to the people.
Did he have such an apparatus? No, he did not! The present apparatus had been formed in the struggle for power and was not yet an instrument of the leader; it regarded itself as a partner in the victory. Budyagin’s visit had been a reminder of this.
The apparatus of the true leader is the one he creates for himself after he has come to power. Such an apparatus must not be eternal or permanent, otherwise ties become cemented and the apparatus acquires a monolithic quality and strength of its own. One must keep shuffling it, renewing and replacing it.
The creation of such an apparatus is more complicated than just getting rid of rivals. The apparatus consists of hundreds of thousands of people who have been concentrated into a single organism, linked and welded together from top to bottom. The present members of the Politburo were no longer those who had returned with Lenin from abroad. The Politburo members now had their own connections within the apparatus, their own links, which stretched from the top to the bottom. You only had to touch one link for the whole chain to rattle.
Did he trust his own entourage?
In politics you trust nobody.”

 1997551-3312c3fec7cb2e285a750346ccf77ece.jpg
Anatoli Rybakov (14 januari 1911 – 23 december 1998)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Helwig werd op 14 januari 1905 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Werner Helwig op dit blog.

Uit:Auf der Knabenfährte

“Dieses mental Angestecktwerden ist auf sehr vielen Ebenen möglich. So ist das Sich-identisch-fühlen eines Lesers mit seinem Lieblingsschriftsteller dem gleichen Vorgang zuzuordnen. Ansteckungen können also zum Guten wie zum Schlimmen führen. Ich, beispielsweise, bin entscheidend von dem Werk des englischen Schriftstellers John Cowper Powys angesteckt worden. Das heißt, er hat einen Gärungsvorgang in mir angeregt, der meinen eigentlichen "Ton" fördern half. Zu solcher Fruchtbarkeit können Freundschaften und Liebesverhältnisse führen. Fuhrmann nennt das: Wir setzen uns aus den anderen zusammen, die wir suchen, weil sie wiederum uns für ihre eigene Komplettierung brauchen.
In diesem Sinne verstehe ich auch, warum das Schreiben von Büchern im Laufe der letzten Jahrzehnte, sozusagen durch Erpressung seitens der nothaften Zeit, zu einer Beschreibung des Vorgangs, der zum Schreiben führt, hat werden können. Wir suchen im Schriftsteller den Freund, mit dem wir Intimstes austauschen. Wir wünschen ihn, mehr als in ausgerundeten Romanen mit gestellten Kulissen, in Tagebüchern und Briefen über seinem mystischen Eigentum, im Zentrum dieses Eigentums anzutreffen und dort, in diesen Bezirken, Signale mit ihm zu tauschen, in denen er sich, wir uns, endgültig und vorbehaltlos zu erkennen geben. Das ist hilfreich. Das führt uns in brüderlicher Vereinigung durch die zermalmenden Gewalten der Gegenwart.“

 

 1997551-c7007483287fad379735bc2803fb915c.jpg
Werner Helwig (14 januari 1905 – 4 februari 1985)

 

 

De Finse dichter en schrijver Zacharias Topelius werd geboren in Nykarleby op 14 januari 1818. Zie ook alle tags voor Zacharias Topelius op dit blog.

Uit: Times of Gustaf Adolf (Vertaald door Selma Borg en Marie A. Brown)

"That is not true," rejoined another, who had received from returning soldiers a vague idea of the conspiracies against the king's life. "It is," added he, with a shy voice, as if fearing to be heard by the object of his story, " it is a nun from Walskland, hired by the Jesuits to make away with the king. Six times has she given him deadly poison, and six times has he been warned in dreams not to drink. When for the seventh time she offered him the draught, the king drew his sword and forced her to swallow her own poison."
"But how can she then be here alive?" remarked an elderly lady, innocently.
"Alive?" repeated the story-teller, without being disconcerted. "Oh, that is a question.
Those creatures can dissemble wonderfully. . . .
Yes, indeed, do you remember the Dutchman last year who swallowed melted lead ? I do not wish
to say too much — but just look! The black-haired nun is as pale as a corpse! "
"Has she given the king poison?" exclaimed a trembling female voice close by. It was Meri, who, with bated breath, drank every word.
"What nonsense!" replied a sea-captain, with the air of knowing more than all the rest. " When I was in Stralsund last spring, I saw those same eyes, which one cannot easily forget. The girl was then brought to Stockholm, and one of the guards told me the whole story. She is a Spanish witch, who has sold herself to the evil one, to be for seven years the most beautiful woman on earth.”

 1997551-06f49d090bdb5b2c7f97e5e03edd35e1.JPG
Zacharias Topelius (14 januari 1818 – 12 maart 1898)
Portret door Maria Wiik, z.j.

 

 

De Duitse dichteres en strijdster voor vrouwenrechten Ida Dehmel werd geboren op 14 januari 1870 in Bingen. Zie ook alle tags voor Isa Dehmel op dit blog.

Uit: Die Muse der Bohème (Artikel van Özlem Topçu in het Hamburger Abendblatt, 2008)

„Ida Dehmel war ein respektierter Teil der feinen Blankeneser Gesellschaft, auch nach dem Tod ihres Mannes 1920. Bis 1933. Dann durfte sie keine Muse mehr sein – weil sie Jüdin war, lebte aber mit einer Sodergenehmigung weiter in dem Haus. Die Zerstörung ihres Lebens und die Angst vor den Nazis trieb sie in den Selbstmord. Im Alter von 72 Jahren nahm sie sich 1942 mit Schlaftabletten das Leben. In der Straße vor dem Haus erinnert heute ein Stolperstein an Ida Dehmel.
Als sie 1896 das erste Mal Richard Dehmel begegnete, waren beide noch mit anderen Partnern verheiratet. Ida Dehmels Ehe war noch von ihrem Vater, einem konservativen Kaufmann aus Bingen am Rhein, arrangiert worden. Ida, die bereits einen Sohn hatte, ließ alles stehen und liegen und ging mit Richard nach Hamburg. Richard Dehmels Gedicht „Empfang“ belegt die exzessive Liebe und das Verlangen zwischen den beiden:
„Wie dein Ohr brennt! wie dein Mieder drückt! / rasch, reiß auf, du atmest mit Beschwerde; / o, wie hüpft dein Herzchen nun beglückt! / Komm, ich trage dich, du wildes Wunder: / wie dich Gott gemacht hat! Weg den Plunder! / und dein Brautbett ist die ganze Erde.“
Ida und Richard wurden ein Traumpaar, nicht nur, weil sie „für damalige Verhältnisse in einer nicht gekannten Offenheit mit ihrer Erotik umgin-gen“, sagt ihr Biograf Matthias
Wegner („Aber die Liebe. Der Lebenstraum der Ida Dehmel“, Claassen-Verlag). Fotos dokumentieren ihre Lust an der Verkleidung und ihren Hang für „alles Dekorative“, sagt Wegner. Feinste Stoffe, avantgardistischer Schmuck und Kleider, die alle Blicke auf die dunkle Schönheit mit dem vollen Haar zogen. „Sie wollte das so – und sie wollte auch provozieren“, sagt der Autor. Das sei wichtig für sie gewesen, um aus dem Schatten ihres so präsenten Mannes heraustreten zu können. Es gelang ihr. Wenn Ida Dehmel zu ihren Soirées einlud, kamen sie alle. Im Mittelpunkt der Künstlerkreise zu stehen, hatte sie zu ihrer Lebensaufgabe gemacht – und institutionalisiert: 1926 gründete sie den Bund Deutscher Künstlerinnen, aus dem später die Gemeinschaft Deutscher und Österreichischer Künstlerinnenvereine aller Kunstgattungen hervorging (Gedok). Die Gemeinschaft gibt es heute noch – das größte Netzwerk für Künstlerinnen in Europa. Alle drei Jahre verleiht die Gedok in Gedenken an die Gründerin den „Ida-Dehmel-Literaturpreis“.

 

 1997551-295b3c3aab0cb9a9057c67902b838053.jpg
Ida Dehmel (14 januar 1870 - 29 september 1942)

Geschreven door Romenu om 11:50 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten