Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 februari 2016 tot 20 februari 2016

P. C. Boutens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, David Nolens, Georges Bernanos

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook alle tags voor P. C. Boutens op dit blog.

 

Sonnet LXIV

Waar tijd en eeuwigheid elkaar beroeren,
Worden de sterren in de nacht geboren,
Vuurbloemen die de rijzendranke roeren
Van donkre aardtochten naar Gods ooglicht boren.

En waar de heemlen van voor Hem vervloeren
Tot glazen glansbaan eindelozer koren,
Lijnen der stelslen weemlende contouren
Door 't klaar kristal donkervermoede voren:

Door weêrzijds-open venstren als door ogen
Schijnen de heemlen in elkaar en de aarde:
Liefde met liefde wisslen wondre waarden,
Aarddonker tegen Godslicht opgewogen...
In evenwicht van gulden ruil geheven
Wandelt de wereld vleugelloos te zweven.

 

 

Kussen van uw lippen en uw ogen

Kussen van uw lippen en uw ogen,
Zachte daden uwer handen,
Zoals koele wateren getogen
Door de tuinen dezer landen,

Drenken in onmiddellijk bevloeien
’s Harten diepste wortelcellen,
En naar een oneindig openbloeien
Gaat de siddrende aandrift zwellen, –

Een geluk als nieuwe wijn geschonken,
Waar de schijnen dood en leven
Schaduwloos in liggen wegbezonken,
En daar is alleen gebleven

Aandacht waar al donkere geruchten,
Aller namen duizendtallen,
Welke blaadren en onrijpe vruchten,
Tot verglansde stilte vallen.

 

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

 

Zevende strofe
voor Lionardo's Johannes

Daar heb ik stilst en diepst geweend,
o tranen heller dan de heugenis
van jonkheids eerst-bewusten morgenlach -
want voor mijn oogen steeg in zilvren nevel
van goddelijkste droefenis
de doode lieflijkheid van zoo veel jaren
in strengen dienst en liefdes kuischen deemoed
doorwaakt tot al hun weedom zich verdichtte
tot dezen droom van éenen oogenblik:
onder den effen spiegel van uw glimlach
dees dood- en leven-overscheemrende' afgrond...
 
Daar voelde ik achter mij den naakten glans
van witste zon, de maan van liefdes nachten,
en door de levenzoele sluieren
van onze tranen brak haar helle vuur
op donkren wereldwand in paarlen snoeren
van bleeken amethysten regenboog.

 

 1880064-dd931a7096e319e9d37a10ccb8a572c1.jpg
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Portret door Willem Adriaan van Konijnenburg, z.j.

 

 

De Amerikaanse schrijfster Ellen Gilchrist werd geboren op 20 februari 1935 in Vicksburg, Mississippi. Zie ook alle tags voor Ellen Gilchrist op dit blog.

Uit: Acts of God

“Amelie passed behind him on her way to get some paper towels for the bacon and he stopped her and put his hands on her back end and held them there. “Bad boy,” she said. “Let me finish with this bacon.”
AMELIE AND WILL had been in love since the eighth grade at Madison Junior High when Will was the quarterback of the junior high team and Amelie was a cheerleader in a wool skirt that came down below her knees and a white wool sweater with a large M just in front of her new breasts. This was back when cheerleaders watched the football games and only got up to cheer when the team was having a timeout.
The Madison Junior High was a three-story brick building on Lee Street, and it was still in use as a grade school, kindergarten through sixth grade. Many of their fourteen grandchildren and twelve great-grandchildren had gone to school there. Their great-grandchildren played in the school yard where Will gave Amelie her first kiss and where he had pushed her on the swings when the swings were twice as high as the safe ones they have now.
It was in a neighborhood that still boasted mansions and pretty wooden houses, but the houses were inhabited now by people who commuted to Atlanta and weren’t from old Madison families like the McCameys and the Tuckers and the Walkers and the Garths. None of the new people belonged to the Daughters of the American Revolution, much less the Children of the Confederacy, and none of them ever came by to say hello to Will and Amelie or tell them they lived in the neighborhood.
Will and Amelie still lived in the white wooden house their daddies had bought for them the week it was discovered they had run off to South Carolina to be married, and with good cause, after what they had been doing after football games the fall they were seniors in high school. Will was the quarterback of the high school team and Amelie had given up being cheerleader to be the drum major of the marching band. Amelie and Will had been in love so long they couldn’t remember when it began, although Will said he remembered the first kiss and how the leaves were turning red on the maple trees on the school yard. “They couldn’t have been turning red,” Amelie always said. “I had on a blue cotton dress with yellow flowers embroidered on the collar. I would not have been wearing that to school in October.”

 

 1880064-b326011da73ec75b5ea054a5ea057fdd.jpg
Ellen Gilchrist (Vicksburg, 20 februari 1935)

 

 

De Duitse schrijfster Julia Franck werd geboren op 20 februari 1970 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Julia Frank op dit blog.

Uit: Der neue Koch

„Erster Tag. Die Beine schwer, rot mit weißen Punkten, weil sich das Blut unter den Venenklappen staut und das Herz nur langsam in der Hitze pumpt. In ihren Augen sehe ich die Schwere der Beine, müde Augen, verquollene, mit Ringen darunter. Ich habe sie abgesetzt neben der Tür, sie fächelt sich Luft an die Lider, und ihre Knie zittern unter der Anstrengung, dem Versuch, sich zu berühren – sie kann schon längst ihre Beine nicht mehr schließen, wenn sie sitzt, Fleisch dazwischen hindert sie. Ihre Augen sehen auf mich herab, Schweiß rinnt in kleinen Bächen ihre Waden entlang, und auch zwischen den Schenkeln schimmert es klebrig, ihre Augen folgen mir träge, so gut sie können, das Gelb ums
Braun ist zäh und dick und trüb, der Schleim, sie kommen mir nach, die ich auf dem Boden krieche und Glassplitter mit der Hand aufsammle. Ich muß aufpassen, mich nicht zu schneiden und meine Knie zu schützen, die nackt sind, weil immer noch Sommer ist und ich kurze Hosen trage.
Sie wischt sich die Stirn mit einem Taschentuch, das sie in der geö‡neten Hand hält, auch die kann sie nicht mehr ganz schließen. Mit der anderen Hand tastet sie neben sich an der Wand entlang, es gibt einige graue Flecken rund herum, um den Schalter für den Ventilator zu finden. Sie sitzt zu weit entfernt, läßt ihren Arm sinken. Bei jedem Atemzug bebt ihr Busen auf und ab, ich kenne sie, ich muß nicht mehr hinsehen, um zu wissen, wie das aussieht. Feine Glasplättchen bleiben an meinen Fingern und den Handflächen kleben.
Du mußt einen feuchten Lappen nehmen, sagt sie und deutet mit ihrem Arm zum Waschbecken. Ich stehe auf, mir fällt das Gehen leicht, trotzdem habe ich mir angewöhnt, in ihrer Gegenwart alles sehr langsam zu tun – also gehe ich langsam zum Schalter und stelle den Ventilator an, dann gehe ich zum Waschbecken hinüber, ich spüle das Glas von meinen Händen, ho‡e ich, und nehme den Lappen, auf den sie gezeigt hat. Er riecht nach Schimmel. Bevor ich mich wieder bücke, biete ich ihr an, ein neues Glas mit Eistee zu holen. Sie möchte viel Eis, und ich bringe es ihr. Sie setzt an, sie leert jedes Glas in einem Zug, ein Teil läuft ihr daneben, tropft vom Kinn auf die Bluse.“

 

 1880064-6cbd2821fee33b145973d556778b9a3e.jpg
Julia Franck (Oost-Berlijn, 20 februari 1970)
 

 

 

De Vlaamse schrijver David Nolens werd geboren in Antwerpen op 20 februari 1973. Zie ook alle tags voor David Nolens op dit blog.

Uit: Stilte en melk voor iedereen

“Zijn ogen rusten nooit. Daarom heeft het monster van de dwanggedachte vrij spel. Op zoek naar iets wat hij vooralsnog niet kent, wordt hij achternagezeten door mijn kut, de kustpenis, het controlescherm en nog een hele reeks duistere en pijnlijke denkbeelden die ik niet ken. “Waarom word je geen lid van een sportclub?”’
(…)

‘Ik werkte met twee collega’s in een kleine kamer aan een ronde tafel, zodat we met z’n zessen waren: drie computers en wij. Wij konden niet anders dan ofwel naar het computerscherm, ofwel naar elkaar kijken. Ik heb een erg grote, erg complexe vagina, als een kathedraal. Mijn man is atheïst. Dat betekent volgens mij dat hij bang is voor de gedachte aan God.’
(…)

De koning is moe. ‘België kan barsten’, zegt hij. Ik leg een vinger op zijn mond. ‘Zeg zoiets niet. Het land is te klein om in tweeën uiteen te vallen. En wat met Brussel, onze enige echte stad?’ ‘Mijn stad!’ roept hij [...]. ‘Vlaanderen zonder hart en zonder achtertuin is een klein Vlaanderen. Er bestaat ook nog zoiets als geografische identiteit, als ik die in gedachten oproep, dan voel ik mij, in wie ik ben , geruggensteund door Wallonië. [...] Al jaren leven wij in conflict. Neem ons dat niet af. Het gebakkelei tussen noord en zuid geeft ons kleur.”

 

 1880064-a50d4cd4916cec1cb73ab74cf827dea5.jpg
David Nolens (Antwerpen, 20 februari 1973)
Cover

 

 

De Franse schrijver Georges Bernanos werd geboren in Parijs op 20 februari 1888. Zie ook alle tags voor Georges Bernanos op dit blog.

Uit:Journal d’un curé de campagne

… « Apporter de la paille fraîche au bœuf, étriller l’âne… », soit. Mais les besognes simples ne sont pas les plus faciles, au contraire. Les bêtes n’ont que peu de besoins, toujours les mêmes, tandis que les hommes ! Je sais bien qu’on parle volontiers de la simplicité des campagnards. Moi qui suis fils de paysans, je les crois plutôt horriblement compliqués. À Béthune, au temps de mon premier vicariat, les jeunes ouvriers de notre patronage, sitôt la glace rompue, m’étourdissaient de leurs confidences, ils cherchaient sans cesse à se définir, on les sentait débordant de sympathie pour eux-mêmes. Un paysan s’aime rarement, et s’il montre une indifférence si cruelle à qui l’aime, ce n’est pas qu’il doute de l’affection qu’on lui porte : il la mépriserait plutôt. Sans doute cherche-t-il peu à se corriger. Mais on ne le voit pas non plus se faire illusion sur les défauts ou les vices qu’il endure avec patience toute sa vie, les ayant jugés par avance irréformables, soucieux seulement de tenir en respect ces bêtes inutiles et coûteuses, de les nourrir au moindre prix. Et comme il arrive, dans le silence de ces vies paysannes toujours secrètes, que l’appétit des monstres aille croissant, l’homme vieilli ne se supporte plus qu’à grand-peine et toute sympathie l’exaspère, car il la soupçonne d’une espèce de complicité avec l’ennemi intérieur qui dévore peu à peu ses forces, son travail, son bien. Que dire à ces misérables ? On rencontre ainsi au lit de mort certains vieux débauchés dont l’avarice n’aura été qu’une âpre revanche, un châtiment volontaire subi des années avec une rigueur inflexible. Et jusqu’au seuil de l’agonie, telle parole arrachée par l’angoisse témoigne encore d’une haine de soi-même pour laquelle il n’est peut-être pas de pardon.
Je crois qu’on interprète assez mal la décision que j’ai prise, voilà quinze jours, de me passer des services d’une femme de ménage. Ce qui complique beaucoup la chose, c’est que le mari de cette dernière, M. Pégriot, vient d’entrer au château en qualité de garde-chasse. Il a même prêté serment, hier, à Saint-Vaast. Et moi qui avais cru bien manœuvrer en lui achetant un petit fût de vin ! J’ai dépensé ainsi les deux cents francs de ma tante Philomène, sans aucun profit, puisque M. Pégriot ne voyage plus désormais pour sa maison de Bordeaux à laquelle il a tout de même passé la commande. Je suppose que son successeur tirera tout le profit de ma petite libéralité. Quelle bêtise !“

 

 1880064-fb84bc910fe992556730c7376b7bd0de.jpeg
Georges Bernanos (20 februari 1888 - 5 juli 1948)
Affiche voor de film van Robert Bresson, 1951

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:59 Reageer op dit bericht

William Carleton, Cornelis Sweerts, Johann Heinrich Voß, Pierre Boulle, Ludwig Steub, Johann Fr. Riederer

De Ierse schrijver William Carleton werd geboren op 20 februari 1794 in Glogher, in het graafschap Tyrone. Zie ook alle tags voor William Carleton op dit blog.

Uit: The Midnight Mass

“At the time in which the incidents contained in this sketch took place, the peasantry of Ireland, being less encumbered with heavy rents, and more buoyant in spirits than the decay of national prosperity has of late permitted them to be, indulged more frequently, and to a greater stretch, in those rural sports and festivities so suitable to their natural love of humor and amusement. Dances, wakes, and weddings, were then held according to the most extravagant forms of ancient usage; the people were easier in their circumstances, and consequently indulged in them with lighter hearts, and a stronger relish for enjoyment. When any of the great festivals of their religion approached, the popular mind, unrepressed by poverty and national dissension, gradually elevated itself to a species of wild and reckless mirth, productive of incidents irresistibly ludicrous, and remarkably characteristic of Irish manners. It is not, however, to be expected, that a people whose love of fighting is so innate a principle in their disposition, should celebrate these festive seasons without an occasional crime, which threw its deep shadow over the mirthful character of their customs. Many such occurred; but they were looked upon then with a degree of horror and detestation of which we can form but a very inadequate idea at present.
It was upon the advent of one of those festivals--Christmas--which the family of M'Kenna, like every other family in the neighborhood, were making preparations to celebrate with the usual hilarity. They cleared out their barn in order to have a dance on Christmas-eve; and for this purpose, the two sons and the servant-man wrought with that kind of industry produced by the cheerful prospect of some happy event. For a week or fortnight before the evening on which the dance was appointed to be held, due notice of it had been given to the neighbors, and, of course, there was no doubt but that it would be numerously attended.”

 

 1880057-0cfa9c08e8816cc4ba4b09b989ce6a97.jpg
William Carleton (20 februari 1794 – 30 januari 1869)
Glogher

 

 

De Nederlandse dichter, liedtekstschrijver, toneelschrijver en boekhandelaar Cornelis Sweerts werd geboren in Amsterdam op 20 februari 1669. Zie ook alle tags voor Cornelis Sweerts op dit blog.

 

Laten wy de liefde haaten

Laten wy de liefde haaten,
Vlieden wy dat groot gevaar.
Min die speelt by alle staaten,
Dikwils rollen droef en naâr,
En in wreedheên uitgelaten,
Wordmen 't gift te laat gewaar,
Laten wy de liefde haaten,
Vlieden wy dat groot gevaar.
Laten wy de liefde haaten,
Vlieden wy dat groot gevaar.

 

 1880057-e44dea16818da964b83db75809c835af.jpg
Cornelis Sweerts (20 februari 1669 - 23 maart 1749)
De Keizersgracht in Amsterdam, gezicht richting Leidsestraat door Hendrik Keun, 1772

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Johann Heinrich Voß werd geboren op 20 februari 1751 in Sommersdorf / Mecklenburg. Zie ook alle tags voor Johann Heinrich Voß op dit blog en eveneens alle tags voor Johann Voß.

 

Der Herbsttag

Die Bäume stehn der Frucht entladen,
Und gelbes Laub verweht ins Tal;
Das Stoppelfeld in Schimmerfaden
Erglänzt am niedern Mittagsstrahl.
Es kreist der Vögel Schwarm, und ziehet;
Das Vieh verlangt zum Stall, und fliehet
Die magern Aun, vom Reife fahl.

O geh am sanften Scheidetage
Des Jahrs zu guter Letzt hinaus;
Und nenn ihn Sommertag und trage
Den letzten schwer gefundnen Strauß.
Bald steigt Gewölk, und schwarz dahinter
Der Sturm, und sein Genoß, der Winter,
Und hüllt in Flocken Feld und Haus.

Ein weiser Mann, ihr Lieben, haschet
Die Freuden im Vorüberfliehn,
Empfängt, was kommt, unüberraschet,
Und pflückt die Blumen, weil sie blühn.
Und sind die Blumen auch verschwunden;
So steht am Winterherd umwunden
Sein Festpokal mit Immergrün.

Noch trocken führt durch Tal und Hügel
Der längst vertraute Sommerpfad.
Nur rötlich hängt am Wasserspiegel
Der Baum, den grün ihr neulich saht.
Doch grünt derK amp von Winterkorne;
Doch grünt, beim Rot der Hagedorne
Und Spillbeern,unsre Lagerstatt!

So still an warmer Sonne liegend,
Sehn wir das bunte Feld hinan,
Und dort, auf schwarzer Brache pflügend,
Mit Lustgepfeif, den Ackermann:
Die Krähn in frischer Furche schwärmen
Dem Pfluge nach, und schrein und lärmen;
Und dampfend zieht das Gaulgespann.

Natur, wie schön in jedem Kleide!
Auch noch im Sterbekleid wie schön!
Sie mischt in Wehmut sanfte Freude,
Und lächelt tränend noch im Gehn.
Du, welkes Laub, das niederschauert,
Du, Blümchen, lispelst: Nicht getrauert!
Wir werden schöner auferstehn! Kamp,
ein eingefriedigtes Fruchtfeld.

 

 1880057-fa2c87bf53a32b31e3c5f1f930fbd195.jpg
Johann Heinrich Voß (20 februari 1751 – 29 maart 1826)
Portret door Johann Heinrich Wilhelm Tischbein, rond 1817

 

 

De Franse schrijver Pierre Boulle werd geboren op 20 februari 1912 in Avignon. Zie ook alle tags voor Pierre Boulle op dit blog.

Uit: La planète des singes

“Il y avait plusieurs éléments baroques, certains horribles, dans le tableau que j'avais sous les yeux, mais mon attention fut d'abord retenue tout entière par un personnage, immobile à trente pas de moi, qui regardait dans ma direction.Je faillis pousser un cri de surprise. Oui, malgré ma terreur, malgré le tragique de ma propre position -j'étais pris entre les rabatteurs et les tireurs-la stupéfaction étouffa tout autre sentiment quand je vis cette créature à l'affût, guettant le passage du gibier. Car cet être était un singe, un gorille de belle taille. J'avais beau me répéter que je devenais fou, je ne pouvais nourrir le moindre doute sur son espèce. Mais la rencontre d'un gorille sur la planète Soror ne constituait pas l'extravagance essentielle de l'événement. Celle-ci tenait pour moi à ce que ce singe était correctement habillé, comme un homme de chez nous, et surtout à l'aisance avec laquelle il portait ses vêtements. Ce naturel m'impressionna tout d'abord. A peine eus-je aperçu l'animal qu'il me parut évident qu'il n'était pas du tout déguisé. L'état dans lequel je le voyais était normal, aussi normal pour lui que la nudité pour Nova et ses compagnons.Il était habillé comme vous et moi, je veux dire comme nous serions habillés si nous participions à une de ces battues, organisées chez nous pour les ambassadeurs ou autres personnages importants, dans nos grandes chasses officielles. Son veston de couleur brune semblait sortir de chez le meilleur tailleur parisien et laissait voir une chemise à gros carreaux, comme en portent nos sportifs. La culotte, légèrement bouffante au-dessus des mollets, se prolongeait par une paire de guêtres. Là s'arrêtait la ressemblance; au lieu de souliers, il portait de gros gants noirs. C'était un gorille, vous dis-je! Du col de la chemise sortait la hideuse tête terminée en pain de sucre, couverte de poils noirs, au nez aplati et aux mâchoires saillantes. Il était là, debout, un peu penché en avant, dans la posture du chasseur à l'affût, serrant un fusil dans ses longues mains. Il se tenait en face de moi, de l'autre côté d'une large trouée pratiquée dans la forêt perpendiculairement à la direction de la battue.Soudain, il tressaillit. Il avait perçu comme moi un léger bruit dans les buissons, un peu sur ma droite. Il tourna la tête, en même temps qu'il relevait son arme, prêt à épauler.”

 

 1880057-b5db19870a4da60123dc57315cc25d9d.jpg
Pierre Boulle (20 februari 1912 – 30 januari 1994)

 

 

De Duitse schrijver Ludwig Steub werd geboren op 20 februari 1812 in Aichach. Zie ook alle tags voor Ludwig Steub op dit blog.

Uit:Der schwarze Gast

“Bist du, mein lieber deutscher Landsmann, schon einmal auf der Wassermauer zu Meran gesessen? Auf der breiten Wassermauer, wo du so angenehm lustwandeln und gegen die grauen Schlösser von Mais hinaufschauen magst und hinab gegen Löwenberg und gegen das Ultnertal und das rote Vorgebirg der Mendola, – wo du die Pracht des alten Paradieses nachgebildet wähnst und am stillen Morgen auch an seinen stillen Frieden und die süße melancholische Ruhe der Engel denken kannst? Wenn du dort gewesen bist, so hast du auch das Kirchlein Sankt Katharina in der Scharte wahrgenommen, hoch oben an der grünbelaubten Porphyrwand, auf welcher die letzten Strahlen ruhen, wenn die Sonne am Ortles untergeht. Es ist freilich ein mühseliger Pfad hinauf zu jener hirtlichen Flur, in der das uralte Kirchlein steht, wohl drei, vielleicht auch vier Stunden zu steigen, an dem stillen Gebirge empor; doch bist du oben reichlich belohnt, wenn du wieder in das alttirolische Eden hinuntersehen, und alle jene tausend Schönheiten, die der Schlenderer im Tale nur einzelnweise einzunehmen und abzugeben vermag, die Stadt und die zugewandten Dörfer, die Landsitze, die Türme und die Burgen, die Gärten und die Weingüter, die Wiesen und die Wälder, die weißen Ströme und die grünen Berge in einem großen entzückenden Bilde zusammenfassen kannst.
Und an einem der vergangenen Tage, an einem schönen Sommerabende, sah man von jener felsigen Bergzinne den felsigen Steg herab sich eine hohe Gestalt bewegen. Sie hüpfte zwar anfangs gelenkig von einem Steine zum andern, allein der Abend war warm, die Sonne schien noch mächtig auf den roten Porphyr, dieser strahlte ihre Hitze freigebig wieder aus, und auf den Zügen des Wanderers malte sich bald etliche Ungeduld.“

 

 1880057-e4a59f076f340b3edc3c1a23a92aba76.jpg
Ludwig Steub (20 februari 1812 – 16 maart 1888)
Anoniem portret 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Friedrich Riederer werd geboren op 20 februari 1678 in Neurenberg. Zie ook alle tags voor Johann Friedrich Riederer op dit blog en eveneens alle tags voor J. F. Riederer.

 

Die vierdte Satyra
Von den Liebes-Romanen. (Fragment)

Als ob mit Damon ich mich im Tournier befinde,
Und mir Pamfilia ein Band am Ermel binde,
Wie ich ein Ritter bin, mit Artaxerxe stech,
Ihn aus dem Sattel heb, und ihm dem Halse brech,
Wie ich nach Lantzen ruff, und allenthalben siege,
Wie ich drauf das Portrait von der Printzesin kriege,
Wie ich nach Hofe komm, wie ich dort werd gespeißt,
Und auf dem Ritter-Saal mich jeder willkomm heist,
Wie mir die Königin reicht ihre Hand zu küssen,
Wie alle Cavalier zur Tafel dienen müssen,|<25>
Wie Hof und Stadt und Land von meinem Ruhm ist voll,
Und die Printzeßin mir getrauet werden soll,
Wie das bringt Eiffersucht, wie andre Buhler kommen,
Die diesen Bissen mir vom Maule weggenommen,
Wie ich mich rauff und wehr, und wie mein Schwerd nicht ruht,
Das viel Quixotten-Streich und blut’ger Wunder thut,
Wie ich zu Felde geh, zurück komm in Triumphe,
An meine Degen-Spitz spiß zwantzig, dreyßig Rumpffe,
Wie ich mit Riesen kämpff, die Räuber-Höhlen zwing,
Und in Confusion zwey, drey Squadronen bring,
Wie ich zum öfftern mahl mit Götter Kindern sprache,
Der Damen Ehre rett, die schon im Zügen lage,
Mit Scorpionen mich und Drachen misch im Streit,
Und bring durch ihren Tod dem Lande Fruchtbarkeit...

 

 1880057-5e4eae84797038c19f265a2b25f934c0.jpg
Johann Friedrich Riederer (20 februari 1678 – 25 juni 1734)
Lezer in wit door Jean-Louis-Ernest Meissonier, 1857
(Geen portret beschikbaar) 

Geschreven door Romenu om 11:57 Reageer op dit bericht

In Memoriam Umberto Eco

 

In Memoriam Umberto Eco

De Italiaanse schrijver Umberto Eco is vrijdagavond op 84-jarige leeftijd overleden. Zijn familie heeft dat vrijdagnacht bekend gemaakt. Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook alle tags voor Umberto Eco op dit blog.

Uit: In de naam van de roos (Vertaald door Jenny Tuin en Pietha de Voogd)

“En terwijl ik mijn gefascineerde blik van die raadselachtige polyfonie van heilige ledematen en helse spierbundels afwendde, zag ik aan de zijkanten van het portaal, en onder het diepe gewelf van de bogen, soms gebeeldhouwd op de steunmuren in de ruimte tussen de ranke zuilen die ze schraagden en versierden, en verder op de dichte haag van hun kapitelen van waaruit ze zich vertakten naar het woudachtige gewelf van de talrijke bogen, nog meer visioenen, verschrikkelijk om te zien en op die plek alleen gerechtvaardigd door hun parabolische en allegorische kracht of om de zedelijke lering die ervan uitging: en ik zag een wellustige, naakte vrouw met een ontvleesd lichaam, aangevreten door smerige padden, leeggezogen door slangen, gepaard met een dikbuikige sater met ruige griffioens poten en een liederlijk opengesperde keel die zijn verdoemenis uitschreeuwde; en ik zag een vrek, verstijfd in de starheid van de dood op zijn protserige hemelbed, tot weerloze prooi geworden van een horde duivels, van wie één hem de ziel in de vorm van een zuigeling (die helaas nimmer meer tot het eeuwige leven geboren zou worden) uit zijn reutelende mond rukte, en ik zag een hoogmoedige op wiens schouders een duivel neerstreek en hem zijn klauwen in de ogen stak, terwijl elders twee vraatzuchtigen elkaar in een weerzinwekkende worsteling in stukken reten, en nog meer wezens, met bokkenpoten, leeuwenmanen en pantermuilen, gevangen in een woud van vlammen waarvan men de schroeilucht bijna kon ruiken. En rondom hen, tussen hen in, boven hen en onder hun voeten, nog meer gezichten en nog meer ledematen, een man en een vrouw die elkaar bij de haren grepen, twee adders die de ogen van een verdoemde uitzogen, een hoonlachende man die met zijn haakvormige handen de muil van een hydra opensperde, en alle andere dieren van satans bestiarium, in vergadering bijeen en als bewakers en erewacht geschaard om de troon tegenover hen, om met hun nederlaag Zijn lof te zingen, faunen, tweeslachtige wezens, beestmensen met zes vingers aan elke hand, sirenen, centauren, gorgonen, harpijen, maren, dracontopoden, minotauren, lynxen, pardels, climaeren, draken met hondenkoppen die uit hun neusgater vuur spuwden, getande reuzenhagedissen, veelstaartige monsters, harige slangen, salamanders, hoornadders, waterschildpadden, ringslangen, tweekoppige adelaars met tanden op hun rug, hyena's, otters, kraaien, krokedillen, zeemonsters met zaagvormige hoorns, kikkers, griffioenen, apen, bavianen, leeuw-hyena's, mantichora's, gieren, rendieren, wezels, draken, hoppen, steenuilen, basilisken, hypnalissen, praesters, schorpioenen, sauriërs, walvissen, rolslangen, ringelaars, pijlslangen, dispassen, smaragdhagedissen, zuigvissen, poliepen, murenen en schildpadden. De gehele bevolking van het dodenrijk scheen zich te hebben verzameld om, duister woud en troosteloze vlakte van uitgestotenen, als voorhal te dienen voor de verschijning op het timpaan van Hem die was gezeten, voor Zijn gelaat vol belofte en dreiging, zij, de verslagenen van Armageddon, voor het aangezicht van Hem die komen zal om voorgoed de levenden van de doden te scheiden.” 

 

 1879991-14143b12095bd65686a92874b9a362fe.jpg
Umberto Eco (5 januari 1932 – 19 februari 2016)

Geschreven door Romenu om 08:03 Reageer op dit bericht

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Helene Hegemann, Björn Kuhligk, Dmitri Lipskerov, Wolfgang Fritz

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook alle tags voor Siri Hustvedt op dit blog.

Uit: The Summer Without Men

“Sometime after he said the word pause,I went mad and landed in the hospital. He did not say I don't ever want to see you againor It's over, but after thirty years of marriage pause was enough to turn me into a lunatic whose thoughts burst, ricocheted, and careened into one another like popcorn kernels in a microwave bag. I made this sorry observation as I lay on my bed in the South Unit, so heavy with Haldol I hated to move. The nasty rhythmical voices had grown softer, but they hadn't disappeared, and when I closed my eyes I saw cartoon characters racing across pink hills and disappearing into blue forests. In the end, Dr. P. diagnosed me with Brief Psychotic Disorder, also known as Brief Reactive Psychosis, which means that you are genuinely crazy but not for long. If it goes on for more than one month, you need another label. Apparently, there's often a trigger or, in psychiatric parlance, "a stressor," for this particular form of derangement. In my case, it was Boris or, rather, the fact that there was no Boris, that Boris was having his pause. They kept me locked up for a week and a half, and then they let me go. I was an outpatient for a while before I found Dr. S., with her low musical voice, restrained smile, and good ear for poetry. She propped me up—still props me up, in fact.
I don't like to remember the madwoman. She shamed me. For a long time, I was reluctant to look at what she had written in a black-and- white notebook during her stay on the ward. I knew what was scrawled on the outside in handwriting that looked nothing like mine, Brain shards, but I wouldn't open it. I was afraid of her, you see. When my girl came to visit, Daisy hid her unease. I don't know exactly what she saw, but I can guess: a woman gaunt from not eating, still confused, her body wooden from drugs, a person who couldn't respond appropriately to her daughter's words, who couldn't hold her own child. And then, when she left, I heard her moan to the nurse, the noise of a sob in her throat: "It's like it's not my mom." I was lost to myself then, but to recall that sentence now is an agony. I do not forgive myself.
The Pause was French with limp but shiny brown hair. She had signi?cant breasts that were real, not manufactured, narrow rect- angular glasses, and an excellent mind. She was young, of course, twenty years younger than I was, and my suspicion is that Boris had lusted after his colleague for some time before he lunged at her signi?cant regions. I have pictured it over and over. Boris, snow-white locks falling onto his forehead as he grips the bosom of said Pause near the cages of genetically modi?ed rats. I always see it in the lab, although this is probably wrong. The two of them were rarely alone there, and the "team" would have noticed noisy grappling in their midst. Perhaps they took refuge in a toilet stall, my Boris pounding away at his fellow scientist, his eyes moving upward in their sockets as he neared explosion.”

 

 1879849-74ac7f8a17ab9b32defa740c10ca60bd.jpg
Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Zie ook alle tags voor Helen Fielding op dit blog.

Uit: Olivia Joules and the Overactive Imagination

“Rules for Living by Olivia Joules
1. Never panic. Stop, breathe, think.
2. No one is thinking about you. They're thinking about themselves, just like you.
3. Never change haircut or color before an important event.
4. Nothing is either as bad or good as it seems.
5. Do as you would be done by, e.g. thou shalt not kill.
6. It is better to buy one expensive thing that you really like than several cheap ones that you only quite like.
7. Hardly anything matters: if you get upset, ask yourself, "Does it really matter?"
8. The key to success lies in how you pick yourself up from failure.
9. Be honest and kind.
10. Only buy clothes that make you feel like doing a small dance.
11. Trust your instincts, not your overactive imagination.
12. When overwhelmed by disaster, check if it's really a disaster by doing the following: (a) think, "Oh, fuck it," (b) look on the bright side, and if that doesn't work, look on the funny side.
If neither of the above works then maybe it is a disaster so turn to items 1 and 4.
13. Don't expect the world to be safe or life to be fair.”

 

 1879849-532881282d1056afaf66319314769f61.jpg
Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)
 

 

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook alle tags voor Jaan Kross op dit blog.

Uit:Der Verrückte des Zaren (Vertaald door Helga Viira)

„Auf Eevas Wunsch waren wir auch diesmal nicht bei Timos Verwandten abgestiegen, sondern wie gewöhnlich an der Moika bei der Witwe des Akademiemitglieds Lehrberg. Schon vor einigen Monaten hatte man Timo aus Schlüsselburg in die Peter-Pauls-Festung überführt, und als man ihn schließlich am Abend des io. Mai von dort in die Wohnung der Frau Lehrberg brachte, geschah das natürlich in Begleitung eines Feldjägers. Dieser blieb, versteht sich, über Nacht, und Eeva befahl mir, ihn in Frau Lehrbergs Küche betrunken zu machen. Das war leichter als erhofft — dank Frau Lehrbergs starkem Kirschschnaps, von dem sie zwei Flaschen spendiert und mir dabei zugeblinzelt hatte: Um Gottes willen nicht damit geizen!
Während der Feldjäger in der Küche Krautsuppe aß und Schnaps trank, dann ein Lied pfiff, schließlich döste und zuletzt schnarchte, begaben sich vier oder fünf Herren mit hochgestellten Kragen ins Wohnzimmer der Lehrbergs, begrüßten Timo, flüsterten emphatisch und schneuzten sich ins Taschentuch. Wer sie waren, weiß ich nicht, denn ich sah sie nur durch den Türspalt, im Flur brannte eine einzige Kerze, und die Herrschaften hatten nicht nur ihre Mantelkragen hochgestellt, sondern auch ihre Nasen sorgfältig im Cachenez verborgen. Ich hörte Timo einen von ihnen Wassilij Andrejewitsch nennen, und da dieser Andrejewitsch noch mehr aus dem Häuschen zu sein schien als die anderen, kam ich auf den Gedanken, er könnte der Dichter Shukowski sein, dem ich vor fünf oder sechs Jahren einmal begegnet war. Es hieß, die Freundschaft zu einem so verworfenen Menschen wie Timo würde Shukowski, dem Hofmeister der Zarin, als doppeltes Vergehen angekreidet werden. Ehrlich gesagt wunderte ich mich, daß uns in den wenigen Stunden so viele Freunde aufsuchten, um sich in Erinnerung zu bringen und ihre Sympathie zu bekunden, wo doch während der neun Jahre, die Timo verschwunden war, außer Shukowski sich fast niemand gezeigt hatte.
Um sechs Uhr früh, als der Feldjäger ausgeschlafen hatte, erhielt er Verstärkung durch drei Gendarmen. Eeva wußte sie sogleich zu nutzen: Sie mußten unsere Koffer hinaustragen und auf dem Kutschendach festbinden. Dabei hörte ich die Nachbarn im Treppenhaus sagen: »Diese Frau von Bock istein tolles Weib... Nicht nur ihren Mann hat sie sich zurückerkämpft ... Ihr wird auch noch eine halbe Abteilung Militär als Gepäckträger abgestellt…“

 

 1879849-d199ce70f48d597a0282fd19b5c58db7.jpg
Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

 

De Duitse schrijfster, regisseuse en actrice Helene Hegemann werd geboren in Freiburg im Breisgau op 19 februari 1992. Zie ook alle tags voor Helene Hegemann op dit blog.

Uit: Jage zwei Tiger

„Er hatte Kai andauernd von einem Jungen erzählt, in dessen Körper sich das komplette Universum befand – solange er den Mund geschlossen hielt, war er bloß ein schmächtiges, kleines gehänseltes Kind. Öffnete er ihn jedoch, spielte sich in seinem Hals die komplette Existenz alles je Dagewesenen ab. Dieser in der Nightlifebranche beheimatete Mann hatte eines Nachts zwei spanische Teeniegirls mit nach Hause genommen und war dementsprechend plötzlich weg gewesen vom Fenster, Kai erinnerte sich nicht mal an seinen Namen, realisierte jetzt jedoch endlich, worum es in der Geschichte überhaupt ging. Darum, dass er selbst gleichzeitig das Universum und dessen kleinster Teil war. Und sich alle Menschen permanent im Zentrum dieses Widerspruchs bewegen mussten, um lebendig zu bleiben.
Stundenlang lief Kai durch das hochmystische Ambiente, mit gesenktem Kopf durch das Laub, es war Herbst, bis er etwas Silbernes zwischen den Blättern aufblitzen sah, das den Anschein uneingeschränkter, unberührter Natur zerstörte. Ein in der Erde befestigter Metallhaken, von dem ein diagonal gespanntes, dunkelblaues Seil ausging. Kai konnte vor lauter Botanik nicht sehen, wohin es führte, also kämpfte er sich durch die Büsche. Das Seil endete an einem von vier zwei Meter hohen Masten auf einem kleinen, von Tannen umgebenen Seeufer. Über den Masten hing eine rote Plane, auf die weiße Sterne gedruckt waren, es war ein halb abgebautes Tierzelt mit bunt angemalten, hüfthohen Gittern, die teilweise schon gestapelt auf dem Boden lagen. Ein einziger Ziegenbock graste unangeleint vor sich hin, aus der Ferne ertönte das Meckern seiner bereits weggeführten Kollegen. Wieder Menschenstimmen, von sehr weit weg, relativ hysterisch, jedoch auf einer langweiligeren Ebene als in seinem Traum, sie schienen sich auf Ostdeutsch über Sonderangebote verschiedener Discountsupermärkte zu streiten. Das Bild des allein gelassenen Tiers war surreal, wie es da graskauend stand und Kai anstarrte, umgeben von dieser Käfigruine. Der Großteil des bunten Lacks war abgeblättert, und der sternenbesetzte Zeltstoff hatte Löcher.“

 

 1879849-3bddf1df29a8d5cbf96742bd0cb84229.jpg
Helene Hegemann (Freiburg im Breisgau, 19 februari 1992)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

In den Landschaften
(für Peter Wawerzinek)

Man steht an Küsten, unterkühlt
auf Klippen, in Tälern
überpokert von Gipfeln

man hat zwei Zimmerpflanzen
die bekommen Wasser und 
dieser Kaktus, der durchhält

man muß nicht wedeln, die Wäsche
trocknet von selbst, die zwei Leben
die man hatte, da paßt ein drittes drauf

man steht unter Bäumen, worunter
auch sonst, da stecken Misteln drin
das sieht verstörend aus

man ist geduldet, ein lebender Gast
mit Schuhwerk am Knöchel, man ist
ein dummes Gewirr, was Größres will

 

Was steht

Ich verneine die Zeitpunkte, die Flächen
die Orte, die zu stecknadeln sind

ich liebe, was ich nicht verhökern kann
ich hasse, was ich anders lieben könnte

ich traue dem Wasser, dem Unvermögen
der Unschärfe, dem Sand

solang ich mich erinnern kann, fängt
das Wünschen immer wieder von vorne an

 

 1879849-0b9fabc245018f02e090305714623405.jpg
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook alle tags voor Thomas Brasch op dit blog.

Uit: Vor den Vätern sterben die Söhne

„Die Schicht ist um 5 zuende. Um viertel sechs werde ich am Tor sein. Holst du mich ab?
Was sonst, sagte er, ich bin um fünf am Tor.
Er streichelte ihr über die Wange, beugte sich herunter und küßte sie auf den Hals. Dann drehte er sich um und ging.
Ich hätte es ihr sagen sollen. Morgen kommt sie von der Schicht, und ich bin nicht da. Sie wird denken, ich hätte es vergessen. Bis halb sechs wird sie warten und dann wird sie weinen. Sie wird denken, ich wäre bei irgendeiner gewesen. Als ich mit Harry unterwegs war, hat sie dreimal bei ihm angerufen. Ich hätte es ihr sagen müssen. Oder irgendeine Geschichte, daß ich wegfahre, dann müßte sie morgen nicht warten. Irgendwann erfährt sie es sowieso. Entweder schreibe ich ihr von drüben oder ich bin tot. Vielleicht bin ich morgen um fünf tot. Wie das klingt: Vielleicht bin ich morgen tot. Heute sage ich, daß ich morgen um fünf am Tor bin und morgen um fünf liege ich im Leichenschauhaus. Oder ich sitze vor einem Polizisten. Einer von hier oder einer von drüben? Ich hätte es ihr sagen sollen. Erzähl deine Märchen jemand anders, du denkst doch nicht, daß ich das glaube, was willst du drüben, hätte sie gesagt, mich angesehen und sich umgedreht. Dann wäre ich trotzdem zu der Stelle gegangen und hätte es versucht. Aber es wäre anders gewesen als jetzt.
Robert ging über die Straße zur Haltestelle und stieg in die Bahn.
Ich werde irgendwohin fahren. Noch über sechs Stunden. Irgendwo werde ich aussteigen und mich auf eine Bank setzen. Vielleicht trink ich noch einen und gehe dann zu der Stelle. Ich muß jetzt an etwas anderes denken. Ich werde drüben studieren und irgendwann werde ich sie holen, und wir leben zusammen. Wenn es sicher ist, wird sie kommen. Ich werde alles vorbereiten. Oder ich bin tot.
Entschuldigen Sie, die Hiddenseer Straße, können Sie mir sagen, wo ich aussteigen muß. Ich bin hier fremd. Der kleine Mann lächelte Robert an.
Ich weiß nicht, Hiddenseer. Ich weiß nicht. Ich bin auch fremd hier. Vielleicht fragen Sie den Fahrer.
Schönen Dank, sagte der Kleine und lächelte wieder.“

 

 1879849-29beb649fead77d5b40d9b5892b631f3.jpg
Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)

 

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook alle tags voor Dmitri Lipskerov op dit blog.

Uit: The Last Sleep of Reason (Vertaald door Dmitri Priven)

“First he saw a ripped-up fishing net, and thought: why is it here, what's there to fish; then he cast a glance at a pile of rotting planks of wood with someone's bluish toes showing underneath them.
"I've found the body!" Sinichkin was proud of himself, but instantly stopped short as there were too few planks to cover a body. Quickly shoving off the rot, he saw a severed foot underneath.
"Man's foot" automatically determined Volodya. "Nails unclipped".
It also dawned on the detective that the ear fragment and the foot were biologically related and that the owner of the severed members rested at pond's bottom.
Sinichkin took a whistle out of his pocket and blew it with all his might; he succeeded in attracting the attention of the fishermen at the other end of the puddle.
"Call the police!" he yelled, causing anglers' intense frustration.
"Screw you!" simultaneously flashed across the fishermen's brains.
But among a hundred scoundrels there is always one decent person. On the beach too there was one like that who stepped forward. He knew that swearing caught no fish so he ran to the nearest payphone as fast as he could.
In fifteen minutes the police jeep parked at the quarry. Out of it, like a fat black poodle, rolled Major Pogosian accompanied by Lieutenant Karapetian, who was constantly tugging at his sideburns. Zubov was not interested, so he stayed in the car to listen to the radio and nibble on his pumpkin seeds.
"A foot, sir," Sinichkin shrugged his shoulders.“

 

 1879849-d01e15b21a079897377f76b107d1bbf0.jpg
Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Wolfgang Fritz werd geboren op 19. Februar 1947 in Innsbruck. Zie ook alle tags voor Wolfgang Fritz op dit blog.

Uit:Wettergott und Wetterspott

„Es war einmal ein Mann, der hatte noch nie im Leben eine Frau gesehen, denn er war blind zur Welt gekommen. Und weil er auch keine Hände hatte, so konnte er sich keine ertasten.
Der Mann sang gern und viel, die Lieder kamen aus seinem Kopf. Es gab kaum einen, der seine Gesänge ertragen konnte.
Der Mann hatte einen Wärter, der ihm versprach, ihn mit gering dosiertem Gift binnen drei Monaten umzubringen. Er gab ihm aber in Wirklichkeit kein Gift-
Schon nach drei Tagen fiel der Blinde so unglücklich/glücklich aus dem Bett, daß er sich das Rückgrat brach.
Vorher hatte er gesungen: Jetzt weiß ichs's genau
Eine Frau
Ist rund und grau
Und schmeckt nach Kakao.
Und es war einmal eine Frau, die hatte noch nie im Leben einen Mann gesehen, denn sie war blind zur Welt gekommen. Und weil sie keine Hände hatte, konnte sie sich auch keinen ertasten.
Die Frau sang gern und viel, die Lieder kamen aus ihrem Kopf, und sie waren so schön, daß oft viele Menschen unter ihrem Fenster stehenblieben, um die Lieder zu hören. Und alle ihre Lieder schilderten die Süßigkeit der Liebe in derart ergreifenden Tönen, daß mancher Mann da unter ihrem Fenster vor Sehnsucht fast verging. Nicht selten kam es vor, daß einer zu ihr vorzudringen versuchte, aber diese Frau hatte eine Wärterin, die niemanden zu ihr vorließ.“

 

 1879849-aa1d0df80b6557420b2447bc79dbc466.jpg
Wolfgang Fritz (Innsbruck, 19 februari 1947)
Innsbruck 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari 2013 deel 1 en 2 en ook mijn blog van 19 februari 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:04 Reageer op dit bericht

In Memoriam Harper Lee

 

In Memoriam Harper Lee

De Amerikaanse schrijfster Nelle Harper Lee, de schrijfster van het boek 'To Kill a Mockingbird' is op 89-jarige leeftijd overleden. Dat heeft haar uitgever Random House vrijdag bevestigd. Nelle Harper Lee werd geboren in Monroeville op 28 april 1926. Zie ook alle tags voor Harper Lee op dit blog.

Uit:To Kill a Mockingbird

“Boo's transition from the basement to back home was nebulous in Jem's memory. Miss Stephanie Crawford said some of the town council told Mr. Radley that if he didn't take Boo back, Boo would die of mold from the damp. Besides, Boo could not live forever on the bounty of the county.
Nobody knew what form of intimidation Mr. Radley employed to keep Boo out of sight, but Jem figured that Mr. Radley kept him chained to the bed most of the time. Atticus said no, it wasn't that sort of thing, that there were other ways of making people into ghosts.
My memory came alive to see Mrs. Radley occasionally open the front door, walk to the edge of the porch, and pour water on her cannas. But every day Jem and I would see Mr. Radley walking to and from town. He was a thin leathery man with colorless eyes, so colorless they did not reflect light. His cheekbones were sharp and his mouth was wide, with a thin upper lip and a full lower lip. Miss Stephanie Crawford said he was so upright he took the word of God as his only law, and we believed her, because Mr. Radley's posture was ramrod straight.
He never spoke to us. When he passed we would look at the ground and say, "Good morning, sir," and he would cough in reply. Mr. Radley's elder son lived in Pensacola; he came home at Christmas, and he was one of the few persons we ever saw enter or leave the place. From the day Mr. Radley took Arthur home, people said the house died.
But there came a day when Atticus told us he'd wear us out if we made any noise in the yard and commissioned Calpurnia to serve in his absence if she heard a sound out of us. Mr. Radley was dying.
He took his time about it. Wooden sawhorses blocked the road at each end of the Radley lot, straw was put down on the sidewalk, traffic was diverted to the back street. Dr. Reynolds parked his car in front of our house and walked to the Radley's every time he called. Jem and I crept around the yard for days. At last the sawhorses were taken away, and we stood watching from the front porch when Mr. Radley made his final journey past our house.”

 

 1879845-12c93152a13cd3512eeca427e3601b6c.jpg
Harper Lee (28 april 1926 – 19 februari 2016)

Geschreven door Romenu om 18:45 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten