Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 januari 2017 tot 9 januari 2017

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Nora Bossong, Theodor Holman, Danny Morrison, Brian Friel, Simone de Beauvoir, Kurt Tucholsky

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit:Moeten wij van elkaar houden?

“Ergens in een kast bij mijn ouders thuis ligt een super8-filmpje met het geheim van mijn jeugd. Ik weet dat het er moet zijn. Als het was weggegooid, was het me zeker verteld. Ik heb het al meer dan dertig jaar niet gezien. Het was te druk. Ik bezit geen ouderwetse projector om het af te kunnen draaien. Ik ben te lui, te weinig sentimenteel of nostalgisch, niet technisch genoeg om het op mijn computer over te zetten. Lange tijd had ik niet de behoefte om terug te kijken. Inmiddels is het een herinnering aan een herinnering geworden.
Die herinnering is als volgt: we zitten met z’n vieren bij elkaar in de huiskamer met de gordijnen dicht. Ik en mijn zuster drinken limonade van Riedel, mijn ouders een glas bier. Mijn vader haalt de film uit een geel, in de hoeken uitgescheurd kartonnen doosje. Ik mag het spoeltje in de projector zetten en het uiteinde van de film door het mechaniek loodsen. Wanneer alles gereed is en we allemaal klaarzitten, onze ogen op het witte projectiescherm gericht, zet ik op een teken van mijn vader de projector aan.
We kijken zwijgend naar wat we al zo vaak gezien hebben: ik en mijn zusje toen we nog heel klein waren, spelend op het strand bij Bloemendaal. Twee kleuters in het zand, met schepjes en een lach op ons gezicht, de wind in ons vlassige blonde haar. Mijn moeder lezend onder een parasol.
Het filmpje is in kleur. Er is geen geluid. Het zand ziet er geel uit. Achter ons een paarsblauwe zee.
We kijken naar losse, woordloze scènes. In een ervan zie je ons wegrennen voor de uitlopers van een grote golf in de branding. In een andere staan we tot onze knieën in rustig water. Mijn zusje houdt een schepnetje omhoog, waar ik geboeid maar ook een beetje angstig naar kijk. Ze heeft iets gevangen.
We kijken in het donker naar een zonovergoten wereld, gevangen in een eeuwig moment. Mijn vader was een verwoed amateurfilmer, hij heeft zijn gezin ontelbare keren vastgelegd, maar dit is het enige filmpje dat me helder voor de geest staat. Zowel de beelden zelf als het kijken ernaar. Mijn herinneringen aan mijn dagen aan het strand zijn onlosmakelijk verbonden met de rituele vertoning van het filmpje in onze huiskamer. Waarom hebben we er zo vaak samen naar gekeken? Wat zochten we in die beelden? “

 

 1996063-49070f824e4f626755fc9b0473d5991f.jpg
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

 

De Duitse schrijver Benjamin Lebert werd geboren op 9 januari 1982 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Benjamin Lebert op dit blog.

Uit: Crazy

„Meine Eltern mögen das Gebäude. Sie sagen, der Klang der Schritte auf dem Holzbelag sei schön.
Was weiß ich schon davon. Im Sekretariat erwartet uns eine dicke Frau. Sie heißt Angelika Lerch. Pausbacken und mächtig steht sie vor mir. Ich fürchte mich. Sie schenkt mir ein paar Aufkleber vom Internat. Überall ist ein Adler abgebildet, der lacht und einen Schulranzen trägt. Darunter steht in kursiv gedruckter Schrift: Internat Neuseelen – der Beginn einer neuen Schulära.
Ich werde sie meinen Eltern schenken. Sollen sie sie in die Küche pappen oder ... ach, weiß Gott wohin. Angelika Lerch reicht mir die Hand und heißt mich im Schloss willkommen. Sie sei selbst schon dreißig Jahre hier und habe sich noch nie beklagt. Ich beschließe, darauf nicht zu antworten. Neben meinen Eltern nehme ich auf einem rotbraunen Canapé Platz und schmiege mich ungewöhnlich nah an sie heran. So etwas habe ich schon lange nicht mehr gemacht. Doch es tut gut, sie sind warm, und ich fühle mich beschützt. Ich nehme die Hand meiner Mutter. Der Internatsleiter sei gleich persönlich hier, um mich in Empfang zu nehmen, sagt Frau Lerch. Sie kneift sich dabei die Nasenflügel zu. Nun ist es also nicht mehr zu ändern. Nun sitze ich hier und werde bald abgeholt.
In meinem Verdruss schaue ich auf den Boden.
Doch ich sehe den Boden nicht. Ich sehe ... ach, ist ja eigentlich auch egal. Knapp fünf Minuten sitze ich hier.
Dann kommt der Internatsleiter. Jörg Richter ist ein junger Mensch, um die dreißig schätze ich ihn, vielleicht auch ein bisschen älter. Ungefähr 1,85 m groß. Sein schwarzes Haar ist in der Mitte gescheitelt, sein Gesicht sieht freundlich aus. Er kommt herein und lässt sich auf den nächstbesten Stuhl fallen. Dann, als hätte er es vergessen, springt er wieder auf, um uns zu begrüßen. Seine Hand ist feucht. Er bittet uns, mit in sein Büro zu kommen. Es ist nicht weit vom Sekretariat entfernt. Unterwegs achte ich auf den Klang des Holzbelags. Ich finde ihn nicht schön. Aber wen interessiert das.“

 

 1996063-cda32cccb267f7dccadadfa5ff5a2829.png
Benjamin Lebert (Freiburg im Breisgau, 9 januari 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver Wessel te Gussinklo werd geboren in Utrecht op 9 januari 1941. Zie ook alle tags voor Wessel te Gussinklo op dit blog.

Uit: Wij zullen aan God gelijk zijn

“Allereerst iets over categorieën als volk, geloof en cultuur; categorieën waar rampzalige verrassingen als Hitler, Lenin, Stalin of Mao, Pol Pot en Castro, of in deze tijd bijvoorbeeld Bin Laden uit voortkomen, maar die ook ten grondslag liggen aan grootse prestaties en wonderen van verlichting en vernieuwing. En hier voer ik u mee naar een paar in deze tijd onderschatte en deels uit angst voor dat nationalisme of voor culturele en religieuze onverdraagzaamheid genegeerde achtergronden die het lot van volken, culturen en geloven bepalen, en natuurlijk ook van de mensen, de deelhebbers daaraan. Men is onderdeel van een volk, een cultuur, een geloof; die grote, machtige gestalte die ver boven de enkeling uitgaat. Men dient die grote machtige gestalte al is het maar door burger te zijn, of gelovige, de taal te spreken, gewoonten en gebruiken te volgen, waarden te delen; want ook zoiets is dienen. En tegelijk wordt men gevormd door dat grotere geheel, door de aanwensels, de hebbelijkheden, je zou kunnen zeggen de tics die die gestalte zijn eigenheid geven, die zijn cultuur zijn, en die eigenlijk het karakter van die gestalte met zijn zwakke kanten en zijn kracht, zijn gebreken, zijn onvermogens en zijn talenten uitmaken. En nog iets: men is onderdeel van zijn succes en zijn tegenslagen, zijn zelfvertrouwen, zijn depressies en zijn manieren – ach ik som maar wat op –, men is er onderdeel van, men deelt de sfeer, het timbre. En natuurlijk deelt men de beelden, de verwachtingen, de hoop en de melancholie; want daar niet bij betrokken zijn betekent eenzaamheid, betekent onkenbaar zijn en eigenlijk níét bestaan. Ontsnappen is nauwelijks mogelijk. Honderd meter van de Belgische grens, om het klein en dichtbij te houden, staat men met zijn gezicht naar de Randstad en niet werkelijk naar het nabije België en de wereld daar – want in de Randstad gebeuren de dingen, daarvandaan komen de scheppende, voedende beelden. En honderd meter over die grens staat men met zijn gezicht naar Brussel; of verderop, voorbij de Nederlandse oostgrens, met zijn gezicht naar Berlijn – omdat, met wat afleidend geschitter en geblikker van elders tussendoor, daar de voedende en scheppende impulsen vandaan komen.”

 

 1996063-6c276e1d5a422c9f457065f634b10565.jpg
Wessel te Gussinklo (Utrecht, 9 januari 1941)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Besuch

Die alte Frau sitzt tagelang am Fenster
und hält ein Taschentuch, zu träg,
hinaus in eine Welt zu winken,
die sie nicht mehr betritt. Das Draußen
ist ein Fernsehbild. Wie es mir glückt,
von dort ihr Zimmer zu betreten,
bleibt ihr ein Rätsel,
sie fragt mich nicht danach,
sagt nur:
Es gibt so vieles,

das ich nicht versteh,
ach Mädchen, weißt,
die Klügste bin ich eben nicht.
Und hinter ihrem Schatten klafft
die Wohnung,
die zu große Schale einer Muschel, vergraben
in dem Zeitschlick, der nicht mehr zur Stadt gehört.
Es begann damit, dass sie verzwergte
Jahr um Jahr, nicht mehr zu finden
Ihr mondäner Gang, ihr Blinzeln,
als brenne ihr verrauchte Luft
eines Kasinos in den Augen.
Vielleicht, sagt sie und irgendwann
und will nicht weg von ihrem Fenster,
sie ist so dünn geworden,
dass sie keinen Tag mehr spürt.
Ach Mädchen, sagt sie,
weißt, wir ham ja Zeit.

 

 1996063-90c7df04f5b8a0309503630772fdaf4a.jpg
Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, dichter, scenarioschrijver en radiopresentator Theodor Holman werd geboren in Amsterdam op 9 januari 1953. Zie ook alle tags voor Theodor Holman op dit blog.

 

De kistenmaker

Ik zag u grimmig binnenkomen,
Het ellemaatje stevig in uw hand.
Beroepshalve liet u tranen stromen
En mat meteen mijn linkerhand.

‘Van binnen hout, of zacht fluweel?’,
Vroeg u een huilend vrouwspersoon.
Terstond greep zij u naar de keel
En sprak niet droevig, doch ongewoon:

‘Het beste voon kem is bordkarton,
Zodat de maden zich makkelijk naar binnen vreten!
Of leg zijn naakte lijk pal in de zon;
Zijn leven lang heeft hij al op fluweel gezeten!’

 

 1996063-00fef4fde6e7766fde6346dc6a76368b.JPG
Theodor Holman (Amsterdam, 9 januari 1953)

 

 

De Noordierse schrijver en journalist Danny Morrison werd geboren op 9 januari 1953 in Belfast. Zie ook alle tags voor Danny Morrison op dit blog.

Uit: You Haven’t Changed A Bit

“Henry thought the shopper, the middle-aged woman at the dairy section seemed unsure of where things were stocked and was a stranger to the store, though she looked vaguely familiar. He watched her scrutinise the small print of a packet of cheese. She turned around for a second as if looking for help but Henry quickly
picked at random a tub of cherry yoghurt and placed it in his basket.
Her lower lip seemed to be in a permanent pout suggesting permanent indecisiveness. He studied her features for a clue to her identity and then the penny dropped and he realised who she was and tried to work out how long it had been since he had last seen her.
The Thursday dances in Clondara Hall. Maureen… Hayes! That’s it! I must have gone out with her for two or three months, he thought. My God, thirty five years ago. Maybe even thirty six. Should he say hello?
I don’t believe it! Maureen! Maureen Hayes. It is Maureen? You probably don’t remember me. We used to go out together but then we sort of drifted.
But what if this upset her?
What if her husband – for she was wearing a wedding ring – had died many years previously leaving her childless? Or left her burdened with half a dozen children who were all now up and living abroad for whom she had worked herself to the bone? What if she was now extremely lonely and ripe for the rekindling of some old flame and that they got together only for Henry to feel ensnared after a bit, with her driving him out of his wits? But he was way too far ahead of himself.
Her hair was slightly grey at the temples but brown overall, probably dyed. And she wore glasses, which she never had before. She was not unlike the spinster in that James Stewart film, It’s A Wonderful Life, who never married because her husband wished he hadn’t been born and was granted his wish. Although it all turned out happy ever after in the end when he wished he were alive again.”

 

1996063-afb7f1f6fded70e7187534f65333d114.jpg
Danny Morrison (Belfast, 9 januari 1953)

 

 

De Ierse schrijver Brian Friel werd geboren op 9 januari 1929 geboren in Omagh, Noord-Ierland, in een katholiek onderwijzersgezin. Zie ook alle tags voor Brian Friel op dit blog.

Uit: Fathers and Sons

“FENICHKA Don’t go, Dunyasha. Stay with me.
DUNYASHA You're well fit to handle that old goat. And Dunyasha's place is in the kitchen.
FENICHKA Please.
DUNYASHA You’re too gentle. Tell him straight out to bugger
off.
She rises, makes a curtsy to Pavel and exits quickly left, leaving her basket behind her.
The relationship between Pavel and Fenichka is uneasy. He looks into the pram and then at Fenichka.
PAVEL Am I intruding?
FENICHKA No. Not at all.
PAVEL Will you be sending into town for groceries today?
FENICHKA Yes.
PAVEL Would you order something for me?
FENICHKA What do you want?
PAVEL Tea. Green tea. If you would.
FENICHKA Of course.
PAVEL Half a pound would suffice.
FENICHKA I’ll see to that.
PAVEL Merci bien. (into pram) Hello-hello-hello-hello. He has very strong fingers. Maybe he'll be a cellist like his father. How do you like your new bedroom, Fenichka?
FENICHKA I love it. It gets the sun in the early morning.
PAVEL I see your light on very often in the middle of the night.
She rises and gathers her things.
FENICHKA That’s his lordship - cutting a new tooth. Aren't you cutting a new tooth, you rascal, and keeping your mother awake at night?
PAVEL Tu es trés belle.
FENICHKA Sorry?
PAVEL Look - he won’t let me go.
FENICHKA Let your uncle go, Mitya."

 

1996063-9237504659b55d3025b5587271a7c3a0.jpg
Brian Friel (9 januari 1929 - 2 oktober 2015)
Scene uit een opvoering in Boston, 2013

 

 

De Franse schrijfster Simone de Beauvoir werd geboren op 9 januari 1908 in Parijs. Zie ook alle tags voor Simone de Beauvoir op dit blog.

Uit: L’invitée

“C’était cela que signifiait trente ans, une femme faite. Elle était pour l’éternité une femme qui ne sait pas danser, une femme qui n’a eu qu’un amour dans sa vie, une femme qui n’a pas descendu en canoë les canons du Colorado ni traversé à pied les plateaux du Tibet. Ces trente années, ce n’était pas seulement un passé qu’elle traînait derrière elle, elles s’étaient déposées tout autour d’elle, en elle-même, c’était son présent, son avenir, c’était la substance dont elle s’était faite. Aucun héroïsme, aucune absurdité n’y pourrait rien changer. Certes, elle avait tout le temps avant sa mort d’apprendre le Russe, de lire Dante, de voir Bruges et Constantinople ; elle pouvait encore semer ça et là dans la vie des incidents imprévus, des talents neufs ; mais ça n’en resterait pas moins jusqu’à la fin cette vie-ci et pas une autre ; et sa vie ne se distinguait pas d’elle-même. »
(…)

Notre passé, notre avenir, nos idées, notre amour… Jamais elle ne disait « je » ; et cependant Pierre disposait de son propre avenir, et de son propre cœur ; il s’éloignait, il reculait aux confins de sa propre vie. Elle demeurait là, séparée de lui, séparée de tous, et sans lien avec soi-même ; délaissée et ne retrouvant dans ce délaissement aucune véritable solitude… La solitude, ce n’était pas une denrée friable qui se laissât consommer par petits morceaux ; elle avait été puérile d’imaginer qu’elle pourrait s’y réfugier pendant une soirée ; elle devait totalement y renoncer tant qu’elle ne l’aurait pas totalement reconquise."

 

 1996063-b9630036ed7261b8e7020c767d2e13da.jpg
Simone de Beauvoir (9 januari 1908 – 14 april 1986)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, columnist en journalist Kurt Tucholsky werd geboren in Berlijn op 9 januari 1890. Zie ook alle tags voor Kurt Tucholsky op dit blog.

 

Ideal und Wirklichkeit

In stiller Nacht und monogamen Betten
denkst du dir aus, was dir am Leben fehlt.
Die Nerven knistern. Wenn wir das doch hätten,
was uns, weil es nicht da ist, leise quält.
Du präparierst dir im Gedankengange das,
was du willst – und nachher kriegst dus nie . . .
Man möchte immer eine große Lange,
und dann bekommt man eine kleine Dicke –
C'est la vie –!

Sie muß sich wie in einem Kugellager
in ihren Hüften biegen, groß und blond.
Ein Pfund zu wenig – und sie wäre mager,
wer je in diesen Haaren sich gesonnt . . .
Nachher erliegst du dem verfluchten Hange,
der Eile und der Phantasie.
Man möchte immer eine große Lange,
und dann bekommt man eine kleine Dicke –
Ssälawih –!

Man möchte eine helle Pfeife kaufen
und kauft die dunkle – andere sind nicht da.
Man möchte jeden Morgen dauerlaufen
und tut es nicht. Beinah . . . beinah . . .
Wir dachten unter kaiserlichem Zwange
an eine Republik . . . und nun ists die!
Man möchte immer eine große Lange,
und dann bekommt man eine kleine Dicke –
Ssälawih –!


 1996063-5b7900e828ae4f9ee60ff67b01f6a296.jpg
Kurt Tucholsky (9 januari 1890 - 21 december 1935)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Juan Marsé, Alfred Tomlinson, Gaston Miron, Leonardo Sciascia, Waldtraut Lewin, Vasyl Stus

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

Uit:The Calligraphy of Dreams (Vertaald door Nick Caistor)

“Torrente de las Flores. He never thought that a street whose name meant a river of flowers could be the backdrop to a tragedy. From the top of Travesera de Dalt, the street slopes steeply downwards, levelling out where it meets Travesera de Gracia. It has forty-six corners, is seven-and-a half metres wide, is lined with low-rise buildings, and boasts three taverns. In summer, during the perfumed days of the patron saint’s fiesta, drowsy beneath an ornamental bower of paper bunting and multi-coloured
garlands, the street takes on a sound like reeds rustling in the breeze, and a quavering, underwater glow that makes it seem otherworldly. After supper on nights of stifling heat, it becomes a prolongation of everyone’s home.
These events happened many years ago, when the city was less believable than now, but more real. One July Sunday, shortly before two in the afternoon, the blazing sun and a sudden shower mingle for a few minutes, and the air is filled with a shimmering light, a wavering, deceptive transparency that envelops the whole street. This is turning out to be a very hot summer, and by this time of day the blackish road surface has become so heated that the drizzle evaporates even before it hits the ground. When the shower ends, on the pavement outside the Rosales bar-cum-wine cellar a block of ice delivered by a truck and loosely wrapped in a cloth is melting in the remorseless sunlight. It’s not long before tubby Agustin, the bar owner, emerges with bucket and ice pick, squats down, and starts chipping pieces off it.
On the stroke of half-past two, a little higher up than the bar and across the street, where the optical illusion is at its strongest, Senora Mir comes running out of the doorway of number 117. She is clearly in distress, as if she is fleeing a fire or an apparition. She stands in the middle of the road in her slippers, her white nurse’s uniform only half done up, apparently unconcerned that she is revealing what she shouldn’t. For a few seconds she doesn’t seem to know where she is; she twists round, clawing the air with both hands until she stops spinning and, head sunk on her chest, lets out a long, hoarse cry that seems to come from the pit of her stomach, a scream that slowly subsides into sighs and then tails off like a kitten’s mewling."

 

 1995632-78dcb53bf3f75b0cf7d9ce3a551efbcf.jpg
Juan Marsé (Barcelona, 8 januari 1933)

 

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Words For The The Madrigalist

Look with the ears, said Orazio Vecchi,
Trusting to music. willing to be led
Voluntarily blind through its complete
Landscape of the emotion, feeling beneath the feet
Of the mind’s heart, the land fill, the height
Re-form: Look with the ears-they are all
Looking with the eyes. missing the way:
So. waiting for sleep, I look
With the cars at the confused clear sounds
As each replenished tributary unwinds
Its audible direction, and dividing
The branchwork of chime and counterchime
Runs the river's thick and drumming stem:
Loud with their madrigal of limestone beds
Where nothing sleeps. they all
Give back-not the time the listener calls
But the measure of what he is
In the hard. sweet music of his lack.
The unpremeditated oonsonanoes: and the words
Return it to you over the ground-
Bass of their syllables. Orazio Vecchi:
Hear with the eyes as you catch the current of their sounds.

 

 1995632-6ba402f3f9df82d662733e72446b56ba.jpg
Alfred Tomlinson (8 januari 1927 - 22 August 2015)

 

 

De Franstalige, Canadese dichter, schrijver en uitgever Gaston Miron werd geboren op 8 januari 1928 in Sainte-Agathe-des-Monts. Zie ook alle tags voor Gaston Miron op dit blog.

 

La marche à l'amour (Fragmment)

Tu as les yeux pers des champs de rosée
Tu as des yeux d'aventure et d'années-lumière
La douceur du fond des brises au mois de mai
Dans les accompagnements de ma vie en friche
Avec cette chamleur d'oiseau à ton corps craintif
Moi qui suis charpente et beaucoup de fardoches
Moi je fonce à vive allure et entêté d'avenir
La tête en bas comme un bison dans son destin
La blancheur des nénuphars s'élève jusqu'à ton cou
Pour la conjuration de mes manitous maléfiques
Moi qui ai des yeux où ciel et mer s'influencent
Pour la réverbération de ta mort lointaine
Avec cette tache errante de chevreuil que tu as
Tu viendras toute ensoleillée d'existence
La bouche envahie par la fraicheur des herbes
Le corps muri par des jardins oubliés
Où tes seins sont devenus des envoûtements
Tu te lèves, tu es l'aube dans mes bras
Où tu changes comme les saisons
Je te prendrai marcheur d'un pays d'haleine
A bouts de misère et à bout de démesures
Je veux te faire aimer la vie notre vie
t'aimer fou de racines à feuilles et grave
De jour en jour à travers nuits et gués
De moellons nos vertus silencieuses
Je finirai bien par te rencontrer quelque part
Bon dieu!
Et contre tout ce qui me rend absent et douloureux
Par le mince regard qui me reste au fond du froid
J'affirme ô mon amour que tu existes
Je corrige notre vie
Nous n'irons plus mourir de langueur
A des milles de distance dans nos rêves bourrasques
Des filets de sang dans la soif craquelée de nos lèvres
Les épaules baignées de vols de mouette
Non
J'irai te chercher nous vivrons sur la terre


 1995632-0f5c61aedc946aee58374d9bfe60e0d6.jpg
Gaston Miron (8 januari 1928 – 14 december 1996)

 

 

De Italiaanse schrijver en politicus Leonardo Sciascia werd geboren in Racalmuto, Agrigento op 8 januari 1921. Zie ook alle tags voor Leonardo Sciascia op dit blog.

Uit: Le long voyage (Vertaald door Olivier Favier)

« C’était par une nuit qui semblait opportune, une obscurité dense dont chaque déplacement faisait presque sentir le poids. Le bruit de la mer faisait peur, souffle de ce fauve qui était le monde: un souffle qui venait s’éteindre à leurs pieds.
Ils étaient, avec leurs valises de carton et leurs bagages, sur un fragment de plage pierreuse, abritée par les collines, entre Gela et Licata: ils y étaient arrivés à la nuit tombante, et ils étaient partis à l’aube de leurs villages; villages de l’intérieur, loin de la mer, agglutinés sur les contrées arides de ce fief. Certains d’entre eux voyaient la mer pour la première fois: l’idée les épouvantait de tout traverser, depuis cette plage déserte de Sicile, la nuit, vers une autre plage déserte de l’Amérique, encore de nuit. Parce que tel était le contrat -moi je vous embarque la nuit, avait dit l’homme: une sorte de commis-voyageur pour le bagou, mais au visage sérieux et honnête- et de nuit je vous débarque: sur la plage du Nugiorsi, je vous débarque, à deux pas de Nuovaiorche
… Ceux qui ont de la famille en Amérique peuvent leur écrire d’attendre à la gare de Trenton, douze jours après l’embarquement… Calculez par vous-mêmes.
Bien sûr je ne peux pas vous assurer de jour précis, supposons que la mer soit mauvaise, que les gardes-côtes soient en train de surveiller.
Un jour de plus, un jour de moins, cela ne fait rien: l’important c’est de débarquer en Amérique.
L’important c’était vraiment de débarquer en Amérique: quand et comment ça n’avait pas d’importance.
Si les lettres arrivaient à leur famille, avec ces adresses confuses pleines de taches d’encre qu’ils parvenaient à tracer sur les enveloppes, ils seraient arrivés eux aussi; « qui a une langue traverse la mer », disait justement le proverbe.
Et ils traverseraient la mer, cette grande mer obscure; et ils atteindraient les stori et les farme de l’Amérique, l’affection de leur frères, oncles, neveux et cousins, les maisons riches, chaudes et abondantes, les automobiles grandes comme des maisons. Deux-cent cinquante mille lires: moitié au départ, moitié à l’arrivée. »

 

 1995632-5b878b9e65082a63154e0a760382ad8e.jpg
Leonardo Sciascia (8 januari 1921 - 20 november 1989)
Standbeeld in de lagere school "General Macaluso” in Racalmuto

 

 

De Duitse schrijfster Waldtraut Lewin werd geboren op 8 januari 1937 in Wernigerode. Zie ook alle tags voor Waldtraut Lewin op dit blog.

Uit: Drei Zeichen sind ein Wort

„Murmelt etwas von Schweinehunden, Ganoven und Antisemiten. Aber das verdirbt niemandem weiter die Stimmung…
Madame beschäftigt sich mit Buchführung, und der Heldendarsteller zieht sich nach dem Endlosfrühstück in sein Zimmer zurück, um - ja, was wohl zu machen? Studiert er neue Rollen ein, macht er Übungen, oder faulenzt er nur mit einem Buch, auf dem Bett hingefl äzt? Leonie hat keine Ahnung.
Sie hat mitbekommen, dass man, trotz hervorragend bestück ter Küche, einfach keine Lust hat, den Herd anzuwerfen. >>Etwas kommen lassen« ist einfacher.
Am nächsten Freitagvormittag beginnt sie ihre Offensive mit der naiven Frage: >>Madame Laskarow, kochen Sie eigentlich morgen am Sabbat oder verbietet Ihnen das Ihr Glaube?«
>>Mein Glaube?« Die Angesprochene legt den Kopf schief, als habe man ihr ein schwieriges Rätsel vorgesetzt. Sie wirkt ein bisschen verlegen. (Leonie hat längst mitbekommen, dass keiner hier in die Synagoge geht.)
Der Prinzipal hebt den Kopf und sieht über den Rand der Zeitung hinweg von der einen Frau zur anderen. >>Meine Selde, was die Madame ist, kann nicht mal gef1 llte Fisch machen, obwohl das aus der Gegend, wo sie herkommt, die Hauptspeise ist.<<
>>Gef1 llte Fisch kann ich auch nicht«, sagt Leonie und blickt ihn mit großen Augen an. >>Aber sonst kann ich sehr gut kochen. Das sagen alle. Mein Vater ist Koch, er hat es mir beigebracht.”

 

 1995632-3417bbd941f60f186e3b58ea4a7671bf.jpg
Waldtraut Lewin (Wernigerode, 8 januari 1937)

 

 

De Oekraïense dichter en schrijver Vasyl Stus werd geboren op 8 januari 1938 in Rakhnivka, in de provincie Vinnytsia Oblast. Zie ook alle tags voor Vasyl Stus op dit blog.

 

How I Wish to Die (Fragment)

How I wish to die!
So es not to be silent,
or toscream‚
the last star,
weathered eafly.
The last ascent
on a dull day
to see it - and die!
And not to
turn back anymore:
I to deep peace,
where silence is lulling,
where song will grip
the sick heart –
not even to breathe –
how I wish to die!

The dreams have
already been dreamt through,
the thoughts have been
thought through,
all the joy has abated,
all the colors died away.
Cold, as an icevhole,
is the vertical road.
You won't ascend it
either by foot, or by eye,
or by movement, or by spirit,
or by sick body.

 

Vertaald door Natalia Burianyk

 

 1995632-3ec0c707b87f47685551be415627ba20.png
Vasyl Stus (8 januari 1938 – 4 september 1985)
Portret door Boris Spornikov, jaren 1980 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn vorige blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 12:15 Reageer op dit bericht

Claudia Grehn, Wilkie Collins, Béla Zsolt, Francisco Bocanegra, Baltasar Gracián y Morales, Roland Moed

De Duitse (toneel)schrijfster Claudia Grehn werd geboren op 8 januari 1982 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Claudia Grehn op dit blog.

Uit: Reicht es nicht zu sagen ich will leben

„JÜRGEN Siehst du wie die Leute schauen. Weißt du warum die das machen. Wegen dir starren die uns an. Weil du so tust.
ANNETTE Oder ist das der Zeitpunkt zu fragen, was meinst du mit – da – und wen meinst du mit – alle – was soll das heißen – man hat – bist du keine eigene Person?
JÜRGEN Sag: Ciao Bella. Ciao Bella.
VERA Der Vater reißt am Arm des kleinen Mädchens.
JÜRGEN Du hältst die Fresse.
BRIETZ Als ich zum ersten Mal auf diesem Platz stand war ich 53, 11 Jahre vor
der Pension. Jürgen.
JÜRGEN Herbert.
BRIETZ Janine hat mich in Köln angerufen. Wegen der Firma, die du hier übernommen hast. Deine Firma läuft nicht.
JÜRGEN Du kommst zum genau richtigen Zeitpunkt.
BRIETZ Sie hat gesagt, sie hat Glück gehabt mit dir. „Aber seine Kumpels, die gefallen dir nicht, Herbert. Wenn du nicht kommst, nimmt er sich einen von denen als Partner.“ Seit der Trennung nennt sie mich Herbert. Wir haben uns früh getrennt, Janines Mutter und ich. Wenn
was war, war ich immer da. Ich bin dreiundfünfzig. Und noch immer gefragt. Holt den Brietz,
heißt es, der macht, dass nicht wir denen was schulden sondern die uns. Als Janine angerufen hat. Hatte ich ein Angebot für Bochum auf dem Tisch. Wenn man in diesen Zeiten nicht einmal mehr der Familie hilft.
JÜRGEN Das muss jetzt schnell gehen. Vor Jahresende in die Bauphase. Diese Stadt, die wächst nach innen verschachtelt sich - Denkmalschutzobjekt, integrierte Innenstadtlage, nachhaltiger Standort- so was findest du nie wieder, nicht hier. Das wird ein Wohlfühlort und dann machen wir gleich noch Verwaltung, Ordnung, Sicherheit, Gebäudefunktionen aufrechterhalten etc., ich habe übrigens einen Projektmanager gefunden, ein fleißiger, „macht es einfach“, herrlich und wenn der hört politisch unkorrekt, ist der dabei.”

 

 1995627-70432ff8a3268c5857bdd83e81cf30cb.jpg
Claudia Grehn (Wiesbaden, 8 januari 1982)
Scene uit een opvoering door leerlingen van hetHAP Grieshaber Gymnasium in Reutlingen. 2013

 

 

De Britse schrijver Wilkie Collins werd geboren in Londen op 8 januari 1824. Zie ook alle tags voor Wilkie Collins op dit blog.

Uit: The Woman in White

“This is the story of what a Woman's patience can endure, and what a Man's resolution can achieve.
If the machinery of the Law could be depended on to fathom every case of suspicion, and to conduct every process of inquiry, with moderate assistance only from the lubricating influences of oil of gold, the events which fill these pages might have claimed their share of the public attention in a Court of Justice.
But the Law is still, in certain inevitable cases, the pre-engaged servant of the long purse; and the story is left to be told, for the first time, in this place. As the Judge might once have heard it, so the Reader shall hear it now. No circumstance of importance, from the beginning to the end of the disclosure, shall be related on hearsay evidence. When the writer of these introductory lines (Walter Hartright by name) happens to be more closely connected than others with the incidents to be recorded, he will describe them in his own person. When his experience fails, he will retire from the position of narrator; and his task will be continued, from the point at which he has left it off, by other persons who can speak to the circumstances under notice from their own knowledge, just as clearly and positively as he has spoken before them.
Thus, the story here presented will be told by more than one pen, as the story of an offence against the laws is told in Court by more than one witness—with the same object, in both cases, to present the truth always in its most direct and most intelligible aspect; and to trace the course of one complete series of events, by making the persons who have been most closely connected with them, at each successive stage, relate their own experience, word for word.
Let Walter Hartright, teacher of drawing, aged twenty-eight years, be heard first.”

 

 1995627-bf635d9c568972d6bbc86eed7e13c768.jpg
Wilkie Collins (8 januari 1824 – 23 september 1889)
Portret door John Everett Millais, 1850

 

 

De Hongaarse schrijver Béla Zsolt werd op 8 januari 1895 geboren in Komárom in het noorden van Hongarije. Zie ook alle tags voor Béla Zsolt op dit blog.

Uit: Nine Suitcases (Vertaald door Ladislaus Lob)

“These nocturnal passenger trains in wartime have their own peculiar sounds. The deportation wagons have a way ofscreeching, like an eagle or a vulture - whereas this kind of train whines and groans as if beseeching, then grinds its teeth in furious impotence, not so much like a beast of burden but like an overburdened man bent double, whose heart skips a beat, but if he dares stop, he is mercilessly driven forward again. Every five hundred paces or so the train comes to a stop, hoping to stay there, on the dark railroad bed – but there is no reprieve; by noon it must arrive at the Keleti Terminal in Budapest. This puny locomotive must drag to the capital seemingly half of the bombed-out families in the country, and an equal number of soldiers on leave, and black-marketeers - anyone traveling from Zägon, Kolozsva’r, Gyula, and Szatma'r to Budapest must manage to get on this one and only daily train. From time to time the locomotive seems to breathe its last, as if it had run out ofsteam for good - and then its whistle sounds an almost fiuting note of entreaty for help. But the troop trains coming from the other direction streak past like fire engines or ambulances speeding on city streets.
And that puny little locomotive, if one can believe the male falsetto emanating from the other end of the car, had almost been done in by Russian airplanes yesterday afternoon. The falsetto, obviously belonging to an expert, went on to explain that a locomotive such as ours would not even have been allowed out on the tracks ofa main line in peacetime.
‘The whole front of the engine is riddled with bulletholes! It’s a miracle the boiler escaped undamaged!’
‘Where did it happen?’ asked a tired voice.
- ‘Just past Csap.’

 

 1995627-1df6df3356d394a58972ac059f23d407.jpg
Béla Zsolt (8 januari 1895 – 6 februari 1949)
Affiche voor een toneelopvoering in Penarth, Wales, 2016

 

 

De Mexicaanse dichter Francisco González Bocanegra werd geboren in San Luis Potosí op 8 januari 1824. Zie ook alle tags voor Francisco Bocanegra op dit blog.

Uit: Himno Nacional Mexicano

Estrofa X

¡Patria, Patria! tus hijos te juran
exhalar en tus aras su aliento,
si el clarín, con su bélico acento,
los convoca a lidiar con valor.
¡Para ti las guirnaldas de oliva!
¡Un recuerdo para ellos de gloria!
¡Un laurel para ti de victoria!
¡Un sepulcro para ellos de honor!

Coro

Mexicanos al grito de guerra
el acero aprestad y el bridón.
Y retiemble en sus centros la tierra,
al sonoro rugir del cañón.
¡Y retiemble en sus centros la tierra,
al sonoro rugir del cañón!

 

Couplet X

Vaderland, Vaderland! Je zonen zweren
hun adem uit te blazen op je altaar,
als de klaroen met zijn oorlogszuchtige toon
hen oproept waardig te strijden.
Voor jou kransen van olijf!
Voor hen een herinnering van glorie!
Voor jou een lauwerkrans van overwinning!
Voor hen een tombe van eer!

Refrein

Mexicanen, op de roep van de oorlog,
weest gereed om het zwaard en de teugels te grijpen.
En laat de aarde tot in het binnenste beven
door het geluid van een brullend kanon.
En laat de aarde tot in het binnenste beven
door het geluid van een brullend kanon!

 

 1995627-9d7ffdc39df025a608a38b720a2236b5.png
Francisco Bocanegra (8 januari 1824 - 1 april 1861)

 

 

De Spaanse schrijver Baltasar Gracián y Morales S.J. werd geboren in Belmonte (bij Calatayud) op 8 januari 1601. Zie ook alle tags voor Baltasar Gracián y Morales op dit blog.

Uit: The Art of Worldly Wisdom (Vertaald door Joseph Jacobs)

“v Create a Feeling of Dependence.

Not he that adorns but he that adores makes a divinity. The wise man would rather see men needing him than thanking him. To keep them on the threshold of hope is diplomatic, to trust to their gratitude boorish; hope has a good memory, gratitude a bad one. More is to be got from dependence than from courtesy. He that has satisfied his thirst turns his back on the well, and the orange once sucked falls from the golden platter into the waste-basket. When dependence disappears, good behaviour goes with it as well as respect. Let it be one of the chief lessons of experience to keep hope alive without entirely satisfying it, by preserving it to make oneself always needed even by a patron on the throne. But let not silence be carried to excess lest you go wrong, nor let another's failing grow incurable for the sake of your own advantage.

vi A Man at his Highest Point.

We are not born perfect: every day we develop in our personality and in our calling till we reach the highest point of our completed being, to the full round of our accomplishments, of our excellences. This is known by the purity of our taste, the clearness of our thought, the maturity of our judgment, and the firmness of our will. Some never arrive at being complete; somewhat is always awanting: others ripen late. The complete man, wise in speech, prudent in act, is admitted to the familiar intimacy of discreet persons, is even sought for by them.”

 

 1995627-ef6b6d5c44e8f3d529e2a70dd22ff1d3.jpg
Baltasar Gracián y Morales (8 januari 1601 – 6 december 1658)
Anoniem portret in de parochiekerk  San Miguel de Graus, Spanje

 

 

De Duitse schrijver, schilder en beeldhouwer Roland Moed werd geboren op 8 januari 1961 in  Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Roland Moed op dit blog.

Uit: Wie Europakinder: Hesperiens Wandlung

“Manchmal wenn ich, wie so oft, alleine an meinem Schreibtisch sitze und der Rauch meiner Zigarette sich verflüchtigt wie die Erinnerungen, die bald verblassen und in den Augenblicken in denen man sich erinnert, sich doch nicht an das erinnert wie es wirklich gewesen war und wir manchmal voller Sehnsucht auf die Bilder starren die wir einmal gewesen; während ununterbrochen die Autos auf der Potsdamer Strasse entlang fahren und das dröhnen und vibrieren der Motoren nur unterbrochen wird vom Sirenengeheul der Feuerwehr die ihre schrillen Signale in die Dunkelheit schickt und das Blaulicht in Intervallen körperlos sich in den Fensterscheiben spiegelt und Gedanken unterbrochen werden, ohne sich zu manifestieren und, wahrgenommen zu werden, wie die vielen Selbstgespräche deren Worte an Schaufensterscheiben unbenutzt verhallen, niemanden erreichen und doch an jemanden gerichtet sind und sie, den kindlichen Worten gleich, einen Sinn erfüllen und Befriedigung verschaffen ohne die wir heute nicht wortlos stehen könnten, wie die Bilder einer Ausstellung unaufdringlich an den Wänden hängen und sichtbares Zeichen geben von anderen Existenzen hinter dem Horizont, der uns begrenzt und den wir stets verschieben müssen, wollen wir weiterkommen und uns entwickeln oder erkunden, und ohne ein Wort der Bestellung der Wirt in aller Ruhe einen kleinen schwarzen Kaffee serviert der alle Lebensgeister weckt, die bis dahin ihre Arbeit rein mechanisch ausgeführt haben und nach dem ersten Schluck begannen langsam die Worte zu mir zu dringen die mein Nachbar, ein ärmlich gekleideter Mann etwa Mitte vierzig, dessen Hose, eine dunkelbraune Kordhose die ihm gerade bis zu seinen Knöcheln ging und seine blauen dünnen Socken zum Vorschein kamen die so gar nicht zur Hose passen wollten und eine gräulich gefärbte Windjacke die ursprünglich einmal weiß gewesen sein muss, unaufhörlich mit südfranzösischem Akzent auf mich einredete und selbst wenn ich nicht auf seine Fragen reagierte, er für mich antwortete und manchmal übergangslos seine Worte an den nächsten Gast richtete der gerade ein- trat und von einem Wortschwall begrüßt wurde...“

 

 1995627-098a031401be701dfab778357fe0dad4.jpg
Roland Moed (Frankfurt am Main, 8 januari 1961)

Geschreven door Romenu om 11:59 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten