Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 juni 2017 tot 3 juni 2017

Allen Ginsberg, Philippe Djian, Maarten van Buuren, Solomonica de Winter, Monika Maron, Larry McMurtry, Norbert Gstrein, Wolfgang Cordan, Gerhard Zwerenz

De Amerikaanse dichter Irwin Allen Ginsberg werd geboren in Newark, New Jersey, op 3 juni 1926. Zie ook alle tags voor Allen Ginsberg op dit blog.

Howl (Fragment)

“...upliftings & especially secret gas-station solipsisms of johns, & hometown alleys too,
who faded out in vast sordid movies, were shifted in dreams, woke on a sudden Manhattan, and picked themselves up out of basements hungover with heartless Tokay and horrors of Third Avenue iron dreams & stumbled to unemployment offices,
who walked all night with their shoes full of blood on the snowbank docks waiting for a door in the East River to open full of steamheat and opium,
who created great suicidal dramas on the appartment cliff-banks of the Hudson under the wartime blue floodlight of the moon & their heads shall be crowned with laurel in oblivion,
who ate the lamb stew of the imagination or digested the crab at the muddy bottom of the rivers of the Bowery,
who wept at the romance of the streets with their pushcarts full of onions and bad music,
who sat in boxes breathing in the darkness under the bridge, and rose up to build harpsichords in their lofts, who coughed on the sixth floor of Harlem crowned with flame under the tubercular sky surrounded by orange crates of theology,
who scribbled all night rocking and rolling over lofty incantations which in the yellow morning were stanzas of gibberish,
who cooked rotten animals lung heart feet tail borsht & tortillas dreaming of the pure vegetable kingdom,
who plunged themselves under meat trucks looking for an egg,
who threw their watches off the roof to cast their ballot for an Eternity outside of Time, & alarm clocks fell on their heads every day for the next decade,
who cut their wrists three times successively unsuccessfully, gave up and were forced to open antique stores where they thought they were growing old and cried,
who were burned alive in their innocent flannel suits on Madison Avenue amid blasts of leaden verse & the tanked-up clatter of the iron regiments of fashion & the nitroglycerine shrieks of the fairies of advertising & the mustard gas of sinister intelligent editors, or were run down by the drunken taxicabs of Absolute Reality,
who jumped off the Brooklyn Bridge this actually happened and walked away unknown and forgotten into the ghostly daze of Chinatown soup alleyways & firetrucks, not even one free beer,...

 

 2043062-98a890146803b1422a002d1166dfcde7.jpg
Allen Ginsberg (3 juni 1926 - 6 april 1997)
Daniel Radcliffe als Allen Ginsberg en Dane DeHaan als Lucien Carr in de film "Kill Your Darlings" uit 2013

 

 

De Franse schrijver Philippe Djian werd geboren in Parijs op 3 juni 1949. Zie ook alle tags voor Phiippe Dijan op dit blog.

Uit: Marlène

« Il jeta un coup d'oeil sur Mona qui s'était endormie dans un fauteuil. L'héberger, n'était-ce que pour quelques jours, ne l'enchantait guère. Avec ce caractère qu'elle avait. Il l'aimait bien, mais à distance, et sûrement pas du matin au soir. Il venait déjà d'enfoncer une porte à peine était-elle arrivée. Ça n'augurait rien de bon. Et si sa mère baissait les bras, que pourrait-il faire de plus, lui qui n'y connaissait rien et qui n'avait pas la moindre envie de connaître quoi que ce soit d'une fille de dix-huit ans dont le coeur et la tête semblaient bouillir comme une marmite pleine de soufre. Il n'avait pas les épaules. Il avait juste les épaules pour s'occuper de lui. Encore fallait-il que rien ne vienne troubler l'ordre qu'on établissait à grand-peine. Or une tempête s'était déclenchée dans la nuit. Rien d'exceptionnel — jardins dévastés, quelques arbres couchés, toitures endommagées, alarmes, pompiers, TV, coupures de courant, etc. —, mais il se serait bien passé d'un souci supplémentaire, et même en repos, immobile, à présent sagement endormie, inoffensive, Mona ne lui disait rien qui vaille. Il sortit prendre l'air. Il ne faisait pas très froid, le vent ne soufflait presque plus et le ciel était de nouveau tendu comme un drap de satin noir, sans un pli. La chaussée avait été débarrassée des principaux débris qui l'avaient encombrée — mais pas suffisamment pour empêcher Mona de parvenir jusqu'à sa porte, nom d'un chien, tandis qu'il était occupé à balayer la sciure devant chez lui d'un vieux tamaris tronçonné sur place. La nuit gardait une odeur de bois fraîchement coupé, de sève acide. Du verre brisé brillait un peu partout et ils étaient encore quelques-uns, résignés et silencieux, à ramasser la casse dans la pénombre, à l'empiler sur les trottoirs en traînant des pieds. Il les observa un instant. Leur donner un coup de main semblait plus ou moins s'imposer. »

 

 2043062-80f13959a4fa87dec45488e1b9abd18b.jpg
Philippe Djian (Parijs, 3 juni 1949)
Cover 

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Maarten van Buuren werd geboren op 3 juni 1948 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten van Buuren op dit blog.

Uit: Over La route des Flandres (Claude Simon)

“La route des Flandres is ontstaan uit de herinnering aan een dramatisch moment in de oorlog: ‘Tijdens de oorlog werd een kerel die ik kende, een kolonel, voor mijn ogen doodgeschoten. De omstandigheden waren zodanig dat ik duidelijk de indruk kreeg met een zelfmoord te maken te hebben. Dat is het thema.’ Het uitgangspunt is dus een historische gebeurtenis, een persoonlijke ervaring (‘Ik heb dat beleefd. Ik ben niet in staat om ook maar iets te verzinnen’), maar in het geheugen wordt dat gebeuren geassocieerd met een grote hoeveelheid andere herinneringen. De verkapte zelfmoord wordt bijvoorbeeld verweven met verhalen over een voorvader die aan het begin van de negentiende eeuw zelfmoord pleegde en wiens portret Claude Simon als kind onder ogen had. De aanvankelijke gebeurtenis is dus deel gaan uitmaken van een netwerk van associaties en La route des Flandres is de poging om dat hele netwerk te reconstrueren. Het werkelijke thema is dus niet de sneuvelende kolonel, ook niet de oorlog, maar de poging om het herinneringsproces te achterhalen dat die ervaringen tot een bonte compositie heeft verwerkt. Daarbij doet zich een essentieel probleem voor. De onderdelen van een herinnering worden door het geheugen tegelijkertijd getoond, terwijl de schrijver gedwongen is ze na elkaar te presenteren en dus een tijdsverloop te introduceren dat in werkelijkheid (de werkelijkheid van het geheugen wel te verstaan) niet bestaat: ‘In het geheugen bevindt alles zich op hetzelfde niveau: dialoog, emotie en beeld bestaan tegelijkertijd. Ik heb een structuur willen smeden die daarmee overeenkomt, die het mogelijk maakt om elementen naast elkaar te presenteren die in werkelijkheid over elkaar heen schuiven, om een zuiver zintuiglijke architectuur terug te vinden. Dat lijkt me het natuurlijkst en ook het moeilijkst. Schilders boffen maar. De toeschouwer heeft maar een ogenblik nodig om de verschillende onderdelen van een doek tot zich door te laten dringen.’ Een opvallend procédé waarvan Simon zich daarbij bedient (naast de associatieve overgang tussen de sequenties, de wisselende zinsstructuur, het spel met de interpunctie) is het gebruik van het tegenwoordig deelwoord. Met behulp daarvan presenteert Simon de handeling als iets dat geen begin of eind heeft, dat om zo te zeggen als beweging gestold is in het heden, een momentopname die in het geheugen ligt gefixeerd.”

 

 2043062-efa78f7d296c5a93d78e40a7c1a715a8.jpg
Maarten van Buuren (Maassluis, 3 juni 1948)

 

 

De Nederlandse schrijfster Solomonica de Winter werd geboren op 3 juni 1997 in Bloemendaal. Zie ook alle tags voor Solomonica de Winter op dit blog.

Uit: Die Geschichte von Blue (Vertaald door Anna-Nina Kroll)

„Ich hielt mir die Ohren zu, weil das Dröhnen des Busses meinen Kopf verstopfte. Daisy drehte sich um und sah mich an. Sie starrte auf meine Hände. Ich blickte auf den dreckigen Boden des Busses, der von zu vielen Füßen getreten worden war. Zu viele Gerüche von zu vielen
Menschen stachen mir gleichzeitig in die Nase. Zu viele verängstigte Seelen hatten auf diesen Bänken gesessen.
»Lass das sein«, murmelte Daisy fahrig und sah wieder aus dem Fenster. Ich nahm die Hände herunter. Als der Bus an der nächsten Haltestelle hielt, ließ mich das schrille Quietschen der Bremsen frösteln. Ich schloss die Finger um das Buch in meinem Schoß. Ein dunkelhäutiger Mann mit Hut und Anzug starrte mich an. Ich starrte zurück. Seine dunklen Augen waren wie schwarze Tunnel. Ich fragte mich, wohin sie wohl führten. Er runzelte die Stirn, dann versteckte er sich hinter seiner Zeitung.
Ich sah erst weg, als Daisy mir eine Ewigkeit später sagte, ich solle meinen Koffer nehmen und aussteigen. Ich kletterte aus dem Bus. Auf der anderen Straßenseite stand ein Müll eimer, der anscheinend seit Wochen nicht geleert worden war. Die Häuser rundherum waren grau. Mir fiel ein hohes Gebäude zwischen all den grauen, rechteckigen Klötzen auf. Es musste einmal rosa gewesen sein, aber jetzt hatte es die Farbe von totem Fleisch. Hinter eingeworfenen Fensterscheiben flatterten Vorhänge im Wind, und ich stellte mir vor, wie jemand in einem dieser kaputten Fenster auftauchen und mir zuwinken würde.
Ich mochte verlassene Gebäude.
»Blue, wir haben jetzt keine Zeit für einen Ausflug in deine Welt, okay?«, sagte Daisy und packte mich am Arm. Sie zerrte mich auf dem Gehweg hinter sich her, so dass ich fast rennen musste, um mit ihr mitzuhalten.
Ihr Griff brannte sich in mein Handgelenk. Ich mag es nicht, wenn man mich anfasst. Wenn mich jemand anfasst, sickert nämlich etwas von seiner Seele durch meine Poren, bohrt sich durch meine Adern und so weiter.“

 

 2043062-b8c10d63c8765de15a7e466a38607486.png
Solomonica de Winter (Bloemendaal, 3 juni 1997)

 

 

De Duitse schrijfster Monika Maron werd geboren op 3 juni 1941 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Monika Maron op dit blog.

Uit: Zwischenspiel

„Obwohl ich mich an den Traum nicht erinnern konnte, hinterließ er in mir ein bedrückendes Gefühl, das jeden Gedanken oder auch nur einen ziellosen Blick aus dem Fenster verdunkelte, ohne dass ich einen Zusammenhang herstellen konn-te zwischen Traum und Wachsein. Jeder Versuch, mich dem Traumgeschehen zu nähern und ihm wenigstens einen Erinnerungsfetzen zu entrei-ßen, verjagte es erst recht in hoffnungslose Ferne. Nur ein dumpfes Unbehagen blieb, das irgendein unaufklärbares nächtliches Geschehen in mir hin-terlassen hatte. Vielleicht war der Traum ja nur ein Vorgriff auf den Tag gewesen, den ich zwar im Kalender schwarz eingerahmt, dem Gedanken daran aber keine konkrete Gestalt gegönnt hatte. Nur die Blumen hatte ich rechtzeitig bestellt, weiße Rosen mit einer kleinen weißen Schleife: In Liebe, Ruth.
Der Regen der Nacht dampfte über dem Stra-ßenpflaster, und ein gelblich grauer Himmel warf sein Licht wie einen Schleier über Häuser und Bäume. Wettende versprach einen trockenen Tag und Temperaturen um die zwanzig Grad. Ich suchte nach passender Kleidung, entschied mich für einen leichten dunkelgrauen Anzug und flache Schuhe. Zu Beerdigungen ging ich nur, wenn es sich nicht vermeiden ließ oder wenn ich glaubte, den Toten müsse meine Abwesenheit kränken. Auch wenn ich nicht an ein Leben nach dem Tod glaubte, stellte ich mir dann vor, der oder die Gestorbene wäre auf geheimnisvolle Weise anwe-send, suchte Kinder, Enkelkinder und Freunde, fände mich nicht unter ihnen und müsste nach-träglich an meiner Zuneigung zweifeln. Ich hatte lange überlegt, ob ich zu Olgas Beerdigung gehen sollte, und letztlich war es dieser kleine Rest von lächerlicher Unsicherheit, der meine Entschei-dung bestimmt hatte. In der letzten Zeit hatten wir nur noch mit-einander telefoniert, Olga und ich. Am Dienstag nach Ostern hatte ich sie endlich besuchen wol-len, aber dann rief Olga an und sagte, sie fühle sich nicht wohl und dass wir unser Treffen lieber verschieben sollten. Und nun war Olga tot.“

 

 2043062-c6f24ff920664e7b5e48cd916931ae7b.jpg
Monika Maron (Berlijn, 3 juni 1941)

 

 

De Amerikaanse schrijver Larry Jeff McMurtry werd geboren op 3 juni 1936 in Wichita Falls, Texas. Zie ook alle tags voor Larry McMurtry op dit blog.

Uit: The Desert Rose

“Harmony is driving home, eastward out of Las Vegas, her spirits high, her head a clutter of memories. Harmony loves to remember bits of her life, it makes her feel well, anyway, it’s all been interesting. One of the memories that pops in is something Ross used to say, which was that they ought to call Las Vegas Leg City, or else Tits-burg. Ross was always thinking up funny names for things, he had kept her laughing right up until the time they had Pepper, plus about a year more, and then she and Pepper took him down to the bus station behind the Stardust one day, he was going to check on a job doing lights for a show up in Tahoe, and had sort of just never come back, although Pepper was as cute a little girl as anyone could want and Harmony herself at the time had been said by some to have the best legs in Las Vegas and maybe the best bust too, although that was long before she had ever done topless, so that only Ross and a few of her old boyfriends really knew the whole story there.
Ross did think she was great-looking though, there was no doubt of that, and their sex life had been okay—maybe not va-boom-karoom, which was the phrase Gary always used about people who had a big attraction for one another—but definitely okay, and they had almost had enough money to make a down payment on a house with a swimming pool. Didn’t happen, Pepper had to take swimming lessons down at the Stardust pool with the other kids whose parents worked in the show.
But then Harmony had always sort of known that legs and a sex life and a little girl and a house with a swimming pool hadn’t meant that much to Ross—he had told her right off he liked to change lives once in a while and he was such a good light-man he could always get work.
It was just that Ross could always make her laugh, that had been the cute thing about him, she still smiled when she thought of Ross, although he had started going bald and wasn’t even thirty when he left. She didn’t mind his going so much, Ross should get to change lives if that was what he liked, and he did send money, not too regularly but sometimes he would send a lot if he had a run at the craps tables, he had never been unkind, so if he liked to change lives that was okay.”

 

 2043062-eec0b1c13b41ed2939e7dfd19de66d25.jpg
Larry McMurtry (Wichita Falls, 3 juni 1936)
In 1994 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Norbert Gstrein werd geboren op 3 juni 1961 in Mils bei Imst, Tirol. Zie ook alle tags voor Norbert Gstrein op dit blog.

Uit: In der freien Welt

„Der Tod meines Freundes John in San Francisco ist mir mit wochenlanger Verspätung bekannt geworden, aber die genauen Umstände liegen immer noch im dunkeln. Es war wenige Tage nach seinem einundsechzigsten Geburtstag, ein Zufall wahrscheinlich, und die ersten Berichte in den Online-Ausgaben des San Francisco Chronicle und des Examiner gleichen sich fast aufs Wort, sind hier überschrieben mit »Poet dies in knife attack«, dort mit »Poet knifed to death«, ohne weiter darauf einzugehen, dass er Schriftsteller war. Kaum überraschend lautet die offizielle Version, dass er von einer Gruppe Jugendlicher überfallen und, obwohl er sich nicht zur Wehr gesetzt habe, auf offener Straße niedergestochen worden sei. Er war auf dem Heimweg von einer Abendeinladung im Mission District unterwegs, kurz vor Mitternacht, es gab keine Zeugen, und in der amerikanischen Kriminalstatistik ist er sicher nur ein Toter mehr, insbesondere wenn man bedenkt, dass Oakland auf der anderen Seite der Bucht jahrelang eine sogenannte Hochburg des Verbrechens war und vielleicht immer noch ist. Dabei sticht in seinem Fall eine Besonderheit ins Auge, die der Polizei unmöglich entgangen sein kann.
Er trug sein Smartphone und angeblich einen Betrag von exakt 157 Dollar 40 bei sich, ohne Zweifel mehr als zu den meisten Zeiten seines Lebens, und ist nicht ausgeraubt worden. Damit fällt das naheliegendste Motiv weg, und bei der Frage, warum sonst er umgebracht worden ist oder wer Interesse gehabt haben könnte, ihn aus der Welt zu schaffen, sehe ich sofort zwei Ermittlungsbeamte aus dem Fernsehen vor mir, die an eine Tür klopfen und sich treuherzig erkundigen, ob er Feinde gehabt habe.“

 2043062-51834ebfdee516ebb56473341d0db10e.jpg
Norbert Gstrein (Mils, 3 juni 1961)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler, antropoloog en verzetsstrijder Wolfgang Cordan (pseudoniem van Heinrich Wolfgang Horn) werd geboren op 3 juni 1909 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Wolfgang Cordan op dit blog.

Uit:Popol Vuh. Das Buch des Rates

“Das Buch des Rates gehört zu den großen Schriften des Menschheitsmorgens. Daß es bisher nur in Fachkreisen bekannt geworden ist, liegt zum Teil an seinem Charakter eines Geheimbuches und den damit verbundenen, seltsamen Geschicken. Zum anderen Teil liegt es aber an der Fachwissenschaft selbst. Die Abneigung der Angelsachsen und Spanier, fremde Sprachen zu erlernen, hat sich auf die gesamte Amerikanistik ausgewirkt. So sind alle früheren Ausgaben unseres Epos im Text nahezu unverständlich, im Kommentar verworren. Erst neuerdings gibt es eine sehr gute spanische Version von Adrian Recinos, der mehrere Mayasprachen beherrschte. Diese Fassung wurde auch ins Englische übertragen.
In deutscher Sprache gab es, außer einigen kläglichen Vorläufern, nur die Übersetzung von L. Schulze-Jena. Auch diese versagt, aus Unkenntnis der Sprache, an einigen ganz entscheidenden Stellen. Das Buch ist in den Kriegswirren untergegangen und ohne Wirkung geblieben.
Wenn nach einem Wort Unamunos die Sprache das Blut des Geistes ist, so leuchtet ein, daß man nicht mit einem Lexikon übersetzen kann. Man muß unter den Mayas leben, ihr Wesen in Gesten und Tonfall erlauschen, ihre Art zu denken erlernen. Wenn ein Maya sagt: »Mein Herz ist trocken, takín kont‘on«, so ist das etwas wesenhaft anderes als »Ich habe Durst«.
Indianisches Wesen überwältigt jeden aufgeschlossenen Sinn. So gewann es den Reverendo Padre Francisco Ximénez, Cura Doctrinero por el Real Patronato del Pueblo de Sto. Tomás Chichicastenángo, del Sacrado Orden de Predicatores.
Francisco Ximenez kam 1688, erst vierundzwanzig Jahre alt, mit einer Schiffsladung von Klerikern, wie er selbst sagt, nach Guatemala. Über seine Eindrücke in der Neuen Welt schweigt er. Wir sehen ihn aber alsbald als Novizen in Chiapas, wo er in der heute nach Fray Bartolomé de Las Casas genannten Stadt zum Priester geweiht wurde,“

 

 2043062-96da3c65e19d07d5ff15590a29e7f5ff.jpg
Wolfgang Cordan (3 juni 1909 - 29 januari 1966)
Cover

 

 

De Duitse schrijver en essayist Gerhard Zwerenz werd geboren op 3 juni 1925 in Crimmitschau in Saksen. Zie ook alle tags voor Gerhard Zwerenz op dit blog.

Uit: Nicht alles gefallen lassen ...

„Augenscheinlich verfügten diese über ein ähnliches Instrument, denn eines Tages schossen sie von drüben mit einem Luftgewehr herüber. Ich erledigte das feindliche Fernrohr dafür mit einer Kleinkaliberbüchse, an diesem Abend ging unser Volkswagen unten im Hof in die Luft.
Unser Vater, der als Oberkellner im hochrenommierten Café Imperial arbeitete, nicht schlecht verdiente und immer für den Ausgleich eintrat, meinte, wir sollten uns jetzt an die Polizei wenden.
Aber unserer Mutter paßte das nicht, denn Frau Dörfelt verbreitete in der ganzen Straße, wir, das heißt unsre gesamte Familie, seien derart schmutzig, daß wir mindestens zweimal jede Woche badeten und für das hohe Wassergeld, das die Mieter zu gleichen Teilen zahlen müssen, verantwortlich wären.
Wir beschlossen also, den Kampf aus eigener Kraft in aller Härte aufzunehmen, auch konnten wir nicht mehr zurück, verfolgte doch die ganze Nachbarschaft gebannt den Fortgang des Streites.
Am nächsten Morgen schon wurde die Straße durch ein mörderisches Geschrei geweckt.
Wir lachten uns halbtot, Herr Dörfelt, der früh als erster das Haus verließ, war in eine tiefe Grube gefallen, die sich vor der Haustüre erstreckte.
Er zappelte ganz schön in dem Stacheldraht, den wir gezogen hatten, nur mit dem linken Bein zappelte er nicht, das hielt er fein still, das hatte er sich gebrochen.
Bei alledem konnte der Mann noch von Glück sagen, denn für den Fall, daß er die Grube bemerkt und umgangen hätte, war der Zünder einer Plastikbombe mit dem Anlasser seines Wagens verbunden.
Damit ging kurze Zeit später Klunker-Paul, ein Untermieter von Dörfelts hoch, der den Arzt holen wollte.“

 

 2043062-d56498fbf1954a8235619e84e217065f.jpg
Gerhard Zwerenz (3 juni 1925 –13 juli 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn vorige blog van vandaag. 

Geschreven door Romenu om 11:44 Reageer op dit bericht

Carlo Michelstaedter, Kathleen E. Woodiwiss, Eugène Van Oye, Pedro Mir, Detlev von Liliencron, Friederike Brun, Otto Erich Hartleben, Philippe Quinault

De Italiaanse dichter, filosoof en schilder Carlo Michelstaedter werd geboren op 3 juni 1887 in Gorizia. Zie ook alle tags voor Carlo Michaelstaedter op dit blog.

 

Say No To Life (Fragment)

Even as swallows year by year return
Back to the nests that held them featherless,
So man goes back in the course of his days,
Time after time to the thought of his cradle.
And as every year he keeps that day,
That to hunger and thirst, to sorrow and grief,
That to this mortal life did him awaken,
Every year he persuades himself again
To love his life.

And the parents who in the newly-born,
In the fragile and helpless little being,
Saw the fruit of their hopes;
And holding out to him with timorous love
All that life gives to him who asks to live,
Made of his tears a veil for their own eyes;

Trusting that clothes and food
Could make him live his life;
Year after year revive their ancient hope,
Their ancient grief,
And with a veil still cover their tired eyes,
Offering thanks to him for being born,
That he may thank them for his life,
and that The dumb grief be forgotten,
and the vain Promise be ever present.

 

 2043058-bf76c5e9977d6d94264f8597915b566f.jpg
Carlo Michelstaedter (3 juni 1887 - 17 oktober 1910)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Kathleen E. Woodiwiss werd geboren op 3 juni 1939 in Alexandria, Louisiana. Zie ook alle tags voor Kathleen E. Woodiwiss op dit blog.

Uit: The Wolf and the Dove

"For once, Wulfgar, my Norman knight," she breathed, her violet eyes glowing with the warmth. " ′Tis what the slave wills "
She danced away as his hands fell from her and curtsied prettily for him. Her eyes swept him from toe to head and knew his desires had not cooled.
"Mind your dress, lord. These days would chill even the stoutest of men."
Grabbing up a pelt she pulled it close about her and gave him an impishly wicked look. Turning on her heels with a low laugh, she went to the hearth, there to lay small logs upon the still-warm coals. She blew upon them but drew back in haste as the ashes flew up and sat back upon her heels rubbing her reddened eyes while Wulfgar′ s amused chuckles filled the room. She made a face at his mirth and swung the kettle of water on its hook over the building heat as he crossed to the warmth of the fire beside her and began to dress.
The water steamed and she went to where his sword and belt hung and there found his scabbard knife and returning with it, began to whet it on the stone of the fireplace. He raised his brow in wonder at her actions.
"My flesh is much more tender than yours, Wulfgar," she explained. "And if you would go about barefaced you should keep it so. The burr upon your chin does sorely chasten me and since I′ve seen this shaving done so well upon my people, I would think it not unseemly that you would allow me the single honour to return the favour."
Wulfgar glanced at her small dagger lying atop her gunna, remembering his thoughts of the day before. Was his death warranted now when he must go and fight her people? Should he tell her he was not one to waste lives needlessly? By Heavens, he would know the truth now. He nodded.”

 

 2043058-018f2014570a37eb07253cf7069b6ee7.jpg
Kathleen E. Woodiwiss (3 juni 1939 – 6 juli 2007)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter, toneelschrijver en arts Eugène Van Oye werd geboren in Torhout op 3 juni 1840. Zie ook alle tags voor Eugène Van Oye op dit blog.

 

Sterrenloze nachten
Fecisti nos, Domine, ad te; et inquietume
st cor nostrum, donec requiescat in te. (Augustinus)

Altijd wensen, altijd vrezen,
hoop en wanhoop in het hart:
rusteloos geslingerd wezen
van de vreugden naar de smart…
Altijd voorwaarts, voorwaarts haken,
zonder stuurman, zonder baken,
naar een steeds onzichtbaar strand :
en – bij ’t moedig henenstromen,
moedeloos, droefgeestig dromen
van ’t verloren kinderland !

Gistren wiegde ik heen in dromen
die vandaag vervlogen zijn;
andre zullen wederkomen
met hun valse toverschijn…
Ach, het onstandvastig wezen
van ’t geluk dat, pas gerezen,
henenwasemt in verdriet !
Tussen ’t gister en het heden,
tussen toekomst en verleden,
welk een stipje, welk een Niet !

‘k bemind en heb genoten,
‘k heb geweeklaagd en gezucht,
’t woelziek leven uitgegoten
op de winden in de lucht.
‘k zocht, gezweept door hunne roede,
’t lokkend leven, levensmoede…
tot ik machteloos nederviel…
O ! wie zal daarheen mij voeren
waar geen banden zullen snoeren
mijne vrijgeboren ziel ?…

 

 2043058-fa0f34eab056e2fa78bd921a51415b31.jpg
Eugène Van Oye (3 juni 1840 - 4 juni 1926)
Portret door Jos De Swerts, 1923

 

 

De Domicaanse dichter en schrijver Pedro Mir werd op 3 juni 1913 in San Pedro de Macorís geboren. Zie ook alle tags voor Pedro Mir op dit blog.

 

There is a country in the world

There is
a country in the world
                                    put
on the same trajectory as the sun.
Native to the night.
                                     Put
on a staggering archipelago
sugared and rum-soaked,
                                     Simply
aerial,
         like a batwing
supported by a breeze.
                                     
Simply
clear,
            like the trace of a kiss from an old
unmarried woman
              or a day spent on rooftops.
                                                     Simply
ripe. Fluvial. And material. And
simply torrid and trampled
like a lean-hipped adolescent.
Simply sad and oppressed
sincerely wild and depopulated.
In truth.
Three million
                          amounts to life
and so much between
                   four cardinal cordilleras
and an immense bay and another immense bay,
three peninsulas with inshore islands
and a wonder of vertical rivers
and land shaded by trees and land
under brooks to the skirt of a mountain
in foothills and beyond the horizon
and land where roosters crow
and land under the gallop of horses
and land a day’s width, under a map, beyond
and beneath all the footprints halfway to love,
It
      is what has been declared.
                                                There is
      a country in the world
      simply wild and depopulated.

 

 2043058-bb49b0ec57e3e0f82b654dd440094308.jpg
Pedro Mir (3 juni 1913 – 11 juli 2000)
Cover

 

 

De Duitse dichter Detlev von Liliencron werd op 3 juni 1875 in Kiel geboren. Zie ook alle tags voor Detlev von Liliencron op dit blog.

 

An der Grenze

Noch fliegt die Schwalbe ein und aus
Und flitzt im Wege auf und ab.
Doch aus des Pappelbaumes Flaus
Sprang schon ein gelbes Knöpfchen ab.

Noch treibt der bunte Schmetterling
Auf grünen Wiesen hin und her.
Ein Fädchen, das am Hute hing,
Kams schon von kahlen Koppeln her?

Vereinzelt noch ein treues Wort
Und eine Freude dann und wann.
Was nähert sich, was schaukelt dort?
Die Hadesfähre? Ankunft: Wann?

 

 

Einen Sommer lang

Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang,
Süßes, seliges Verstecken
Einen Sommer lang.

Wenn wir uns von ferne sehen,
Zögert sie den Schritt,
Rupft ein Hälmchen sich im Gehen,
Nimmt ein Blättchen mit.

Hat mit Ähren sich das Mieder
Unschuldig geschmückt,
Sich den Hut verlegen nieder
In die Stirn gerückt.

Finster kommt sie langsam näher,
Färbt sich rot wie Mohn,
Doch ich bin ein feiner Späher,
Kenn' die Schelmin schon.

Noch ein Blick in Weg und Weite,
Ruhig liegt die Welt,
Und es hat an ihre Seite
Mich der Sturm gesellt.

Zwischen Roggenfeld und Hecken
Führt ein schmaler Gang,
Süßes, seliges Verstecken
Einen Sommer lang.

 

 2043058-d422acfcf15a2cef1db7aa3dbe3fd68f.jpg
Detlev von Liliencron (3 juni 1875 – 22 juli 1909)
Portret door Hansa Olde, 1904

 

 

De Deense dichteres Friederike Brun werd geboren op 3 juni 1765 in Gräfentonna, Thüringen. Zie ook alle tags voor Friederike Brun op dit blog.

 

Die Sieben Hügel (Fragment)
(Mit einer Komposition von Hrn. Kapellmeister Schulze).

Auf grüner grüner Heide
Stehn sieben Hügelein.
Es flüstern Wind’ im schaurigem Thal,
Es tanzen Elfen auf mondlichem Stral.
Singt, Mädlein, auf grüner Heide,
Singt: Leide! Leide! Leide!

Im tiefen Wiesengrunde
Glänzt fern ein Weiher hell.
Es klagen Unken aus tiefem Moor,
Es steigen Gebilde so dunstig empor.
Singt, Mädlein, auf grüner Heide,
Singt: Leide! Leide! Leide!

Hier war vor grauen Jahren
Ein König, reich und groß.
Er war gezogen in Krieg und Schlacht,
Hatt’ nicht der sieben Töchterlein dacht.
Singt, Mädlein, auf grüner Heide,
Singt: Leide! Leide! Leide!

Die sieben Jungfraun wallten
Im hohen Buchenhain.
Es rauschte das Meer mit nichtigem Schaum,
Es sauste der Sturm im luftigen Baum.
Singt, Mädlein, auf grüner Heide,
Singt: Leide! Leide! Leide!

 

 2043058-e8b00ec3a4ddfefa6bbade51b714b268.jpg
Friederike Brun (3 juni 1765 – 25 maart 1835)
Portret door C. W Eckersberg, 1818

 

 

De Duitse dichter en schrijver Otto Erich Hartleben werd geboren op 3 juni 1864 in Clausthal. Zie ook alle tags voor Otto Erich Hartleben op dit blog.

 

Moderne Oden - II

Wohin du horchst, vernimmst du den Hilferuf
der Noth. Wohin du blickest, erschrecken dich
gerungne Hände, bleiche Lippen,
die nach des Todes Erlösung schmachten.

Wohin du hilfreich schreitest, versinkt dein Fuss
im Koth der Lügen. Jeglichem Elend noch
umwebten sie den Schein der Ordnung,
jeglicher Schande des Alters Würde.

In diesem dunkelfluthenden Wogenschwall
wo ist der Grund, der unsere Anker hält?
Wann naht der Gott, im Sturme fahrend,
der die verpesteten Lüfte reinigt?

Wo blitzt ein Lichtstrahl kommenden Morgenroths
an diesem nachtbelasteten Horizont?
Wo sieht der Jugend Thatensehnsucht
flattern die Wimpel des fernen Zieles?

 

 2043058-95eac1d358eb0187a19032731eac0754.jpg
Otto Erich Hartleben (3 juni 1864 – 11 februari 1905)

 

 

De Franse dichter, schrijver en librettist Philippe Quinault werd geboren in Parijs op 3 juni 1635. Zie ook alle tags voor Philippe Quinault op dit blog.

 

Poème de Sceaux (Fragment)

Sa faveur me prefere aux Nymphes de sa Cour ;
Et dans ce tranquile sejour
Je me fais de luy plaire une soigneuse estude ;
Lors qu’elle a satisfait aux ordres du Destin
Elle vient sans esclat, dans cette Solitude,
Se delasser le soir des travaux du matin.

Elle regarde avec estime
Le Mecene nouveau de l’Empire François ;
Elle admire l’ardeur qui sans cesse l’anime
Pour le plus auguste des Rois.
Elle n’a jamais veu de zele
Ny plus actif, ny plus fidelle ;
Elle a beau devancer le Soleil dans les Cieux,
Et voler pour se rendre ou son devoir l’appelle ;
Dés qu’elle ouvre la porte a la clarté nouvelle
Le vigilant COLBERT se présente à ses yeux ;
Elle le voit tousjours exact, laborieux,
Tousjours esveillé devant elle.

La Deesse en secret, d’une pressante voix,
Luy conseilla d’aller loin du bruit quelque fois
Chercher un doux relasche à ses travaux penibles,
Et de ces Retraites paisibles
Luy fît resoudre l’heureux choix.

 

 2043058-a9a37969123c32d01c3d30ea33f9ece0.JPG
Philippe Quinault (3 juni 1635 - 26 november 1688)
Monument in Felletin

Geschreven door Romenu om 11:43 Reageer op dit bericht

Nico Noorman

De Nederlandse dichter Nico Noorman werd geboren op 3 juni 1949 te Groningen. Na het behalen van het Mulodiploma volgde hij van 1967-1971 de opleiding tot Zoölogisch Analist met specialisatie Ecologie. Tijdens zijn stagejaar bij de Rijksuniversiteit van Groningen deed hij onderzoek naar het eetgedrag van ratten en het gedrag van koolmezen. Na het vervullen van de dienstplicht bij de Koninklijke Marine trad hij in 1973 in dienst bij het toenmalige Centraal Diergeneeskundig Instituut, tegenwoordig ID-DLO, in Lelystad. Als analist was hij daar tot 1989 werkzaam op de afdeling Parasitologie en voornamelijk betrokken bij het epidemiologisch onderzoek van de leverbotziekte. Van 1989 tot 1992 werkte hij als analist/programmeur op de afdeling Automatisering van hetzelfde instituut. Daarna verbleef hij een jaar in Pakistan als medewerker bij het ‘Dutch Committee for Afghanistan’. Van 1994 tot 2000 was hij als technisch medewerker verbonden aan de afdeling Dierfysiologie van de Rijksuniversiteit in Groningen in het kader van het NWO/STW-project ‘Milieuvriendelijke bestrijding van huisvliegen door middel van gecombineerde visuele en chemische prikkels’. Sinds 2014 is hij editor van de websites nederlands.nl en gedichten.nl. Daarnaast schrijft hij gedichten, met name snelsonnetten.

 

Geen bereik

Ik zoef vaak op mijn e-bike door de velden
Maar ik zie niets van ’t wonderschone land
Gespannen staar ik naar mijn rechterhand
Weer geen bereik...al heb ik niets te melden

Niet appen op de fiets...nooit van gehoord
Want ik ben elke dag contactgestoord

 

 

Streefgewicht

Hè hè, het nieuwe jaar is aangebroken
Ik ga volledig voor mijn streefgewicht
Alleen door ‘t melden hier in dit gedicht
Zal ik bereiken wat is afgesproken

Ik vreet me dus het schompes ‘t hele jaar
Tien kilo meer krijg ik best voor elkaar

 

 

Kwartetten

Mag ik van jou de zingende Afghaan
En ook die Irakees met grote tanden
Geef mij die Syrische met lege handen
Tot slot die Eritreeër met banaan

Vier vluchtelingen heb ik nu...kwartet!
Maar vol is vol...ook in mijn snelsonnet!

 

 2111367-96462622e4624142cce55e9133d5cc73.JPG
Nico Noorman (Groningen, 3 juni 1949)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

C. Buddingh'-Prijs voor Vicky Francken

 

C. Buddingh'-Prijs voor Vicky Francken

Het beste Nederlandstalige poëziedebuut van het afgelopen jaar is geschreven door de Nederlandse dichteres Vicky Francken.Voor haar bundel “Röntgenfotomodel” kreeg ze donderdag de C. Buddingh'-Prijs. Vicky Francken werd geboren in 1989 in Boxmeer. Sinds 1988 wordt tijdens het Poetry International Festival de C. Buddingh’-prijs uitgereikt aan de schrijver van het beste Nederlandstalige poëziedebuut. Uit de dertig inzendingen van dit jaar nomineerde de jury: “Binnenplaats” van Joost Baars; “Röntgenfotomodel” van Vicky Francken; “De geluiden” van Paul Meeuws en “Anagrammen van een blote keizer” van Tijl Nuyts. De prijs is genoemd naar de dichter en dagboekschrijver C. (Kees) Buddingh’ (1918-1985). Zie ook alle tags voor Vicky Francken op dit blog.

 

Weekendtas voor langer dan een weekend

De condens op een raam van ademhalen kijkt uit
op een tuin waarvan ik weet dat je me erin zult zien
staan, je kunt niet naast me kijken. Ik schreef in sneeuw en kou
de letters van een werkwoordsvorm en
de letters van je naam.
 
In het steenwit van een kleermakerszit, mag je de brieven lezen
die ik je schrijven ga als ik weg ben en dat is waarschijnlijk
morgen.  Niet mee neem ik

de deur waardoor ik wegloop voor eeuwiger dan even,
de vaas van je moeder die je lelijk vond en kapot wilde gooien
maar ik hield je tegen en

de hond. Verder bij benadering zo bijna alles.

 

 2042884-fb1c34cecf3173c469f7e4e0d5ac287f.jpg
Vicky Francken (Boxmeer, 1989)

Geschreven door Romenu om 19:34 Reageer op dit bericht

Jim Knipfel, Marcel Reich-Ranicki, Sibylle Berg, Carol Shields, Jean Nelissen, Thomas Hardy, Markies De Sade, Dorothy West, Max Aub

De Amerikaanse schrijver Jim Knipfel werd geboren op 2 juni 1965 in Green Bay, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Jim Knipfel op dit blog.

Uit: These Children Who Come at You with Knives

“As if that wasn't bad enough, the entire sidewalk in both directions had become a river of bodily fluids. Snot and puke and pus and bile and piss all flowed together in a thick noxious stream dotted with islands of shit. Great clouds of fat blackflies hung low over the flood, and even in the chill autumn air the unimaginable stench made Milton's own gorge rise. Confronted with such a nightmarish landscape, most men would have screamed or called the police or written a strong let-ter of complaint to the EPA. Not Milton, who had almost ex-pected this. He didn't simply want to identify the culprit anymore. He wanted revenge. This was a malicious premeditated attack aimed at him personally. He knew that. And whoever was responsible would pay. That night, instead of waiting by the window, Milton stepped outside, crossed the street, and hid in a darkened, recessed door-way. From that vantage point he could see a good stretch of side-walk in either direction. He would hide in that doorway as long as it took. The streets were silent. Even the cars were asleep. At the stroke of four, as Milton's eyelids began to grow quite heavy, he caught a quick movement across the street to his left. A shadow dashed beneath a streetlamp. He strained his eyes but could see nothing. There was another dark flash to his right. In the pool of light he definitely saw a small leg. Another figure came dancing around the corner, fully visible, and Milton nearly let loose with a yelp of surprise. It was a tiny man, no more than three feet tall. He looked human, apart from the pointed ears, the stupid haircut, the peaked red cap, and a pair of strange curly-toed boots. Aside from the hat and the boots, the little man was naked as a jaybird. Not just naked, Milton noted with revulsion, but pissing as well. Dancing in circles and pissing. In his hands he held a crystal bucket. Milton couldn't tell what was contained in the bucket, but whatever it was the little man was splashing it on the sidewalk as he danced and pissed. The bucket, though tiny, seemed to hold a bottomless supply of something thick and green. A second little man, equally naked apart from the hat and boots, came dancing down the block, snorting and spitting an endless stream of phlegm in every direction. Soon there was a third and a fourth and a fifth.

 

 2042874-52feb8e1f6ffc8f6a26a28c17ed693f6.jpeg
Jim Knipfel (Green Bay, 2 juni 1965)

 

 

De Duitse schrijver en literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki werd geboren op 2 juni 1920 in Włocławek, Polen. Zie ook alle tags voor Marcel Reich-Ranicki op dit blog.

Uit: Deutschlands Glück in Deutschlands Unglück (Rede bij Thomas Manns 50e sterfdag)

„Das Faszinosum geht von einem anderen Umstand aus: Gab es je einen großen deutschen Schriftsteller, der ein Leben lang so viel getan hätte, um der Öffentlichkeit das von ihm gewünschte Bild seiner Existenz zu vermitteln, wenn nicht aufzuzwingen? Ein Meister der Selbststilisierung und der Selbstinszenierung, ein bürgerlicher Dichterfürst, der stets förmlich und etwas feierlich auftrat, der sich mit einer Schicht aus Würde und Ironie umgab, ein Schriftsteller, der schon in den zwanziger Jahren ein König im Reich der Literatur war, der später als inoffizielles, doch unumstrittenes Oberhaupt der deutschen Emigration galt und für die gesittete Welt mitten im Krieg das andere Deutschland verkörperte, er, der Deutschlands Glück in Deutschlands Unglück war - er entschloß sich, das feierliche und pathetische Bild seiner Persönlichkeit, das er jahrzehntelang aufgebaut hatte, endgültig aufzugeben, ja systematisch zu zerstören.
Nur ihr, der Persönlichkeit, gilt der für die Nachwelt bestimmte Revisionsprozeß, nicht aber seinem Werk. Zum Vorschein kommt ein ganz anderes Bild Thomas Manns - das Selbstporträt eines von Unsicherheit und Furcht gequälten Neurotikers und Hypochonders, der, leidend und Mitleid erweckend, der Welt nichts, absolut nichts mehr vormachen will. Was das überlieferte Bild an Pathos, Feierlichkeit und Klassizität verlor, gewann es an Wahrhaftigkeit und barer Menschlichkeit.
Ursprünglich war sein Tagebuch ein Monolog ohne Zuhörer, ein Schlupfwinkel, in dem er ohne Zeugen sein konnte. Und weil diese Aufzeichnungen lediglich für ihn selber bestimmt waren, ist hier von der Diktion seiner Epik, von seiner stilistischen Bravour und Virtuosität nichts zu merken. In seinem ganzen Leben hat Thomas Mann keinen einzigen Brief so nachlässig geschrieben wie diese Tagebücher. Einen hier notierten Satz oder gar Absatz zu überprüfen, dazu fehlte ihm die Zeit und die Lust. Irgendwann in seinen späteren Jahren hat er beschlossen, die Tagebücher unredigiert und unkorrigiert zu belassen. Die von ihm festgelegte Schutzfrist von fünfundzwanzig Jahren nach seinem Tod hat er eigenhändig auf zwanzig Jahre reduziert. Diese Genehmigung kam natürlich einer Aufforderung gleich: Es kann kein Zweifel sein, Thomas Mann wollte, daß diese Tagebücher gedruckt werden.“

 

 2042874-ef778025f64ca3ad2bad3a96beceeed6.jpg
Marcel Reich-Ranicki (2 juni 1920 – 18 september 2013)
Hier met echtgenote Teofila in het Buddenbrookhaus in Lübeck

 

 

De Duitse schrijfster Sibylle Berg werd geboren in Weimar op 2 juni 1962. Zie ook alle tags voor Sibylle Berg op dit blog.

Uit: Ein paar Leute suchen das Glück und lachen sich tot

„Es ist wirklich unangenehm langweilig.

Als ich jünger war, dachte ich, wenn ich viel daran denke, wie es ist, alt zu sein, dann kann mich nichts mehr überraschen. Ich dachte mir, es wäre wahrscheinlich ganz gut, alt zu sein. Ich habe mir vorgestellt, ich wäre so eine coole Alte, mit viel Schmuck und lila gefärbtem Haar. Und ich würde in einem Haus wohnen, in Nizza vielleicht, und das schwankte immer, die Idee, wo das Haus sein würde. Auf jeden Fall wäre das Haus imme voll mit wirklich verrückten Menschen, die echt verrückte Sachen machen würden. Auf Tischen tanzen und so was. Und ich könnte über alles lachen, weil ich weise wäre und es besser wüßte. Was auch immer. Und so richtig klasse wäre es, dachte ich immer, daß mir im Alter die meisten Geschichten egal wären. Liebeskummer, Cellulite und so was.
Ich dachte mir, es müsse wirklich ganz nett sein, alt zu werden. Und jetzt bin ich alt und weiß gar nicht, wie es so schnell dazu kommen konnte. Ich bin nicht reich, ich dachte immer, das käme schon noch, aber es kam halt nicht. Es kam auch kein reicher Mann. Oder sagen wir mal, überhaupt ein Mann, der blieb. Immer dachte ich, es käme da noch ein besserer, weil ich ja auch immer besser würde. Aber das stimmte auch nicht.
Es kamen eher immer weniger und schlechtere. Und auf einmal war ich alt. Ohne mich irgendwie weise oder eben alt zu fühlen.
Ich fühle mich nur gelangweilt. Ich wohne also nicht in einem Haus in Nizza, sondern in einem verfluchten Altersheim. Die anderen hier, die sind wirklich alt. Ich nicht. Wenn eines noch an Wunder glaubt, ist es nicht alt.
Ich glaube, das kann wirklich nicht alles gewesen sein. Es wird noch etwas ganz Großes passieren.
Irgendwas, das mir klarmacht, wozu das alles gut ist. Das weiß ich nämlich beim Stand der Dinge nicht wirklich. Ich am Fenster und seh den totkultivierten Garten an. In meinem Haus in
Nizza wäre mein Garten ganz verwildert gewesen. Ich hätte da jetzt draußen gesessen, mit ein paar Freunden, einige würden grad wieder auf dem Tisch tanzen, und ich würde mich vielleicht langweilen, egen dieserpermanenten Tischtanzerei.“

 

 2042874-c610de18c079b5cd02d1197cc6233cc2.jpg
Sibylle Berg (Weimar, 2 juni 1962)
Cover

 

 

De Canadese schrijfster Carol Shields werd op 2 juni 1935 in Oak Park, Chicago, geboren als Carol Warner. Zie ook alle tags voor Carol Shields op dit blog.

Uit: The Stone Diaries

« A cool place, the recipe says: ‟Set the mould in a cool place.” (The book is an old one, printed in England more than thirty years ago, its pages limp, but the author’s tone vigorous and pungent.) Yet where on a day like today is Mercy Goodwill to find a cool place? Even the dark stone floor under the cellar steps where she stores her milk and butter and lard has warmed up, giving off this last fortnight a queer sour smell. The Flett family, next door, has recently purchased a Labrador Ice Chest, zinc-lined, and Mrs. Flett has spoken shyly of this acquisition to Mercy, mentioning its features, its ventilating flues, the shining tin provision shelves, how a block of ice is able to last through two warm days or more.
Some sharp thought, the worry over how to keep the pudding cool, or perhaps envy for the Fletts’ new ice chest, brings on my mother’s first spasm of pain. She gives a little cry. Her eyes pull tight at the corners, as though someone has taken hold of her hair and yanked it upward so that her scalp sings. A witness, had there been a witness present in the little back kitchen, might have feared a fainting spell coming on, even though my mother is not much given to faintness. What she feels is more like a shift in the floor of her chest, rising at first, and then an abrupt drop, a squeezing like an accordion held sideways.
She looks down and observes with wonder how the blue and white stripes of her apron are breaking into colored flakes. Her hands fly straight out in the air, a reflex meant to hold back the crushing pressure, and she steadies herself by settling her shoulders and placing her palms flat on the table, leaning forward and letting go a long, soft whimper. The sound that comes from her lips is formless, loose, a wavy line of bewilderment. (Later, these words, more than any others, will attach themselves to my image of my mother: looseness, bewilderment.) For a heavy woman she perspires little, even during the height of summer, and she takes, if the truth were known, a shy pride in her bodily dryness—only now a broad band of dampness is spreading beneath her apron and down the channel of her back. She breathes rapidly, blinking as the pain wraps a series of heavy bands around her abdomen. Down there, buried in the lapped folds of flesh, she feels herself invaded. A tidal wave, a flood.”

 

 2042874-9d5ff00752bc278d2c07830f3bd56a6d.jpg
Carol Shields (2 juni 1935 – 16 juli 2003)

 

 

De Nederlandse sportjournalist en schrijver Jean Nelissen werd geboren in Geleen op 2 juni 1936. Zie ook alle tags voor Jean Nelissen op dit blog.

Uit: Een bewogen dag in 1968: ‘Papa heeft de Tour gewonnen’

“Aan tafel in Fouquets worden in het algemeen door mijn collega’s de kansen van Janssen niet hoog ingeschat. Hij staat 16 seconden achter op de doorgaans betere tijdrijder Herman van Springel. Kan hij in de afsluitende tijdrit door de verraderlijke straatjes van de Parijse voorsteden met steenslag en valse bochten de tijdrit én de Tour winnen? Het is 40 jaar geleden. Maar ik weet nog als de dag van gisteren dat ik in Fouquets tegen mijn collega's zei: ‘Jongens, onderschat Jan niet.’
Want wie werd wereldkampioen in Sallanches, wie versloeg de elite van de sprinters onder wie Rik van Looy, Rudi Altig en Eddy Merckx op de baan van Roubaix en wie won de monsterklassieker Bordeaux-Parijs en wie zegevierde in de Ronde van Spanje? Niemand in het peloton kan zo intens diep in het rood rijden, zichzelf twee keer of meer overwinnen, zich half bewusteloos rijden. En een tijdrit over 54,5 km op de laatste dag van een slopende ronde van drie weken is anders dan de Grand Prix des Nations waarin Van Springel excelleerde.
Ik besluit rechtstreeks naar het Bois de Vincennes te rijden, voor het eerst het eindpunt nu het beroemde Parc des Princes ten prooi is gevallen aan projectontwikkelaars. De lucht boven Parijs is onberispelijk blauw. Slechts een enkel wit wolkje tekent zich af. Ik rijd het laatste gedeelte van het parcours. Aan de kant van de weg verdringen zich dan al de mensen, soms tien rijen dik, geheel volgens de Franse traditie dat je de hele dag van de Tour moet genieten.
De piste municipale in Vincennes, die plaats biedt aan 5.000 toeschouwers, loopt al vol. Er heerst een opgewonden sfeer.”

 

 2042874-df13cabb5039b5aac9bd904876d1e817.jpg
Jean Nelissen (2 juni 1936 - 1 september 2010)
De Jean Nelissen Award, een prijs voor sportjournalisten

 

 

De Engels romanschrijver en dichter Thomas Hardy werd op 2 juni 1840 geboren in Higher Bockhampton, bij Dorchester. Zie ook alle tags voor Thomas Hardy op dit blog.

Uit: Far from the Madding Crowd

“The stopping peculiarity of his watch Oak remedied by thumps and shakes, and he escaped any evil consequences from the other two defects by constant comparisons with and observations of the sun and stars, and by pressing his face close to the glass of his neighbours' windows, till he could discern the hour marked by the green-faced timekeepers within. It may be mentioned that Oak's fob being difficult of access, by reason of its somewhat high situation in the waistband of his trousers (which also lay at a remote height under his waistcoat), the watch was as a necessity pulled out by throwing the body to one side, compressing the mouth and face to a mere mass of ruddy flesh on account of the exertion required, and drawing up the watch by its chain, like a bucket from a well.
But some thoughtful persons, who had seen him walking across one of his fields on a certain December morning--sunny and exceedingly mild--might have regarded Gabriel Oak in other aspects than these. In his face one might notice that many of the hues and curves of youth had tarried on to manhood: there even remained in his remoter crannies some relics of the boy. His height and breadth would have been sufficient to make his presence imposing, had they been exhibited with due consideration. But there is a way some men have, rural and urban alike, for which the mind is more responsible than flesh and sinew: it is a way of curtailing their dimensions by their manner of showing them. And from a quiet modesty that would have become a vestal, which seemed continually to impress upon him that he had no great claim on the world's room, Oak walked unassumingly and with a faintly perceptible bend, yet distinct from a bowing of the shoulders. This may be said to be a defect in an individual if he depends for his valuation more upon his appearance than upon his capacity to wear well, which Oak did not.
He had just reached the time of life at which "young" is ceasing to be the prefix of "man" in speaking of one. He was at the brightest period of masculine growth, for his intellect and his emotions were clearly separated: he had passed the time during which the influence of youth indiscriminately mingles them in the character of impulse, and he had not yet arrived at the stage wherein they become united again, in the character of prejudice, by the influence of a wife and family. In short, he was twenty-eight, and a bachelor.”

 

 2042874-6b7d07c6f802a860291d1fc18a36708c.jpg
Thomas Hardy (2 juni 1840 – 11 januari 1928)
Cover

 

De Franse schrijver Donatien Alphonse François, Markies de Sade werd geboren op 2 juni 1740 in Parijs. Zie ook alle tags voor Markies de Sade op dit blog.

Uit: The 120 Days of Sodom and Other Writings (Inleiding door Simone de Beauvoire vertaald door Austryn Wainhouse en Richard Seaver)

“Imperious, choleric, irascible, extreme in everything, with a dissolute imagination the like of which has never been seen, atheistic to the point of fanaticism, there you have me in a nutshell, and kill me again or take me as I am, for I shall not change.”
They chose to kill him, first by slow degrees in the boredom of the dungeon and then by calumny and oblivion. This latter death he had himself desired. “The ditch once covered over, above it acorns shall be strewn in order that, the spot become green again and the copse grown back thick over it, the traces of my grave may disappear from the face of the earth as I trust the memory of me shall fade out of the minds of all men. . . .”1 This was the only one of his last wishes to be respected, though most carefully so. The memory of Sade has been disfigured by preposterous legends,2 his very name has buckled under the weight of such words as “sadism” and “sadistic.” His private journals have been lost, his manuscripts burned—the ten volumes of Les Journées de Florbelle at the instigation of his own son—his books banned. Though in the latter part of the nineteenth century Swinburne and a few other curious spirits became interested in his case, it was not until Apollinaire that he assumed his place in French literature. However, he is still a long way from having won it officially. One may glance through heavy, detailed works on “The Ideas of the Eighteenth Century,” or even on “The Sensibility of the Eighteenth Century,” without once coming upon his name. It is understandable that as a reaction against this scandalous silence Sade’s enthusiasts have hailed him as a prophetic genius; they claim that his work heralds Nietzsche, Stirner, Freud, and surrealism.
But this cult, founded, like all cults, on a misconception, by deifying the “divine marquis” only betrays him. The critics who make of Sade neither villain nor idol, but a man and a writer, can be counted upon the fingers of one hand. Thanks to them, Sade has come back at last to earth, among us.”

 

 2042874-f25ef9ad81b70a852ade484c52814f67.jpg
Markies De Sade (2 juni 1740 – 2 december 1814)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijfster Dorothy West werd geboren op 2 juni 1907 in Boston. Zie ook alle tags voor Dorothy West op dit blog.

Uit: Skippy

« Skippy was the least important occupant of the house. He was loved, but he was never consulted. It was taken for granted that the family’s will was his will, and that he would follow blindly. He was their dog.
When the family decided to move, Skippy was not invited to voice his views. They decided quite suddenly, on a day when everything seemed to go wrong. Mrs. Adams watched the first prize go to Mrs. Cranston at the flower show. Mr. Adams came home from the publishing house with a book to read and report on, and Mrs. Adams followed him up to their bedroom, where he had retired to escape the sounds of banging doors, telephones,and dinner preparations.
Buzz Adams stormed in cross as sticks because Sally, who lived next door, had given him back his class ring. Chottie Adams drifted in dreamily from her first meeting with a tall, dark and handsome young man. When the Adamses sat down to dinner, they began a round of grievances.
Mrs. Adams said, with her mouth beginning to waver again, “It isn’t that Lila Cranston has a better growing hand than I have. It’s because she has a bigger garden. She doesn’t have to crowd things and let them run riot. I don’t know what I wouldn’t give to move to a house with extensive grounds.”
Mr. Adams said vehemently, “I’d like to move, too. I’d like a house big enough to allow me the luxury of a room of my own.”
“I wish we lived in a stately house,” said Chottie wistfully. “Every corner in this house is crammed with Daddy’s old books. We live so informally.”
“If I may put my two cents in,” Buzz offered miserably, “I hate this whole neighborhood.”
“That’s it!” said Mr. Adams excitedly. “We will move tomorrow, not get out actually, but tomorrow I’ll see the agent for the Thayer place. It’s quite an estate, but I can swing it and the peace is worth the price.”..

 

 2042874-b0033a60cf599318a3617bf40ff0eaa6.jpg
Dorothy West (2 juni 1907 – 16 augustus 1998)
Cover biografie

 

 

De Spaanse schrijver Max Aub werd geboren op 2 juni 1903 in Parijs. Zie ook alle tags voor Max Aube op dit blog.

Uit: Nichts geht mehr (Viver de las Aguas, vertaald door Albrecht Buschmann en Stefanie Gerhold)

„Einige versuchen, die Stiere zu reizen, hinterher haben sie einen zerrissenen Hosenboden, werden verhöhnt und verspottet. Staub, Bier, Bänderwettläufe, und dazu spielt die Kapelle einen Pasodoble nach dem anderen.
Der Feuerstier aber kommt erst in der Nacht und steht allein am Ufer des Flusses, keiner wagt sich an ihn heran. Seit den frühen Morgenstunden kommen alt und jung über Trampelpfade oder an den Bewässerungsgräben entlang, um die Jungstiere einem prüfenden Blick zu unterziehen. Halb verdeckt von Schilfrohr weiden die Tiere in einem trockenen und steinigen Bachbett am Rande des Wildwassers. Man sucht Deckung hinter Oliven- und Feigenbäumen. Das aufgeregte Jiepern der Mädchen schürt die Stimmung. Die Pärchen schlagen sich nach rechts und links in die Büsche, »um besser sehen zu können«, wie sie versichern, und so geschützt, schürzen sie ihre Kleider. Hier und dort packt jemand sein Essen aus. Etwas weiter unten gehen drei Feldarbeiter vorbei, die Hacke geschultert, sie sind auf dem Heimweg ins Dorf und haben kein Auge für die weidenden Jungstiere, die Kippe schräg im Mund spucken sie schnalzend aus:
»Mein Gott, die ham' wohl noch nie'n Vieh gesehn!«
Ein Maultier stapft stumpfsinnig einen kreisförmigen Graben um eine steinalte Bewässerungspumpe und schlägt mit seinen Hufen dem lärmenden Vergnügen blind den Takt; spärlich rinnt das Wasser. Rafael Serrador steckt seinen rechten kleinen Finger zuerst ins rechte, dann ins linke Nasenloch, bückt sich nach einem Kieselstein und versucht, ihn bis zum Fluß zu werfen, aber er kommt nicht so weit. Andere, die ein klein wenig älter sind, schleudern ungestüm Steinbrocken auf die Rücken der Jungstiere. Nur ein paar heben den Kopf und glotzen ungerührt, andere tun allenfalls einen Schritt nach vorn, während sie mit hängendem Maul zwischen den vielen Wassergräben nach mageren Stengeln suchen.
Der Fluß durchzieht eine ocker- bis maulbeerfarbene Klamm, die sich von den Grüntönen des gegenüberliegenden Ufers abhebt. Hinter dem Röhricht kann man den Wasserlauf erahnen; am toten Ende des Einschnitts sind Wasserstrudel zu sehen. Der Himmel tiefblau, krächzend durchziehen ihn einige Raben. Schon kommen die Leute von der Messe, kümmern sich nicht um die Wege, nehmen die Abkürzung über die gefurchten und geharkten Beete, zertreten Luzernepflänzchen, gewundene Kürbistriebe, Zwiebeln. Sie stehlen Trauben und Melonen.”

 

 2042874-68962e89f939fdda175cc5975bc184dc.jpg
Max Aub (2 juni 1903 – 22 juli 1972)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten