Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 augustus 2025 tot 27 augustus 2025

Tom Lanoye, Guillaume Apollinaire

De Belgische dichter, schrijver en vertaler Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

Uit: ReinAard: Schelmenroman

Wat is er fokking fout met mij?
Ik smeet mij wel, zelfs voor goed geld,
Op het verminken van the Shake
En het verbasteren van Vondel.
Geen meesterwerk was mij te heilig –
Amok en bagger maakte ik
Van Goethe en antieke Grieken,
Van tering-Tsjechov, schele Sartre
En de rest van de reutemeteuten…

Geen vege voorvader bleef veilig:
Ik goot ze door mijn zeefje tot
Ze klonken als door God gezonden.
(Wel eerst door mij gevierendeeld,
Verknipt, verknapt en weer verbonden.)

Maar nooit, putain! – hoe is dat mogelijk? –
Zocht ik mijn stuff in eigen streek.
Juist ik. Gescheten, uitgespogen,
In ’t Zotte Land van Waas & Wee
Waar ooit een vos de wellust preekte.

Een glorieus en geestig beest,

Ontwapenend gewetenloos,
Van zeden los en los van God –
Een rot in zijn vak,
Een dot van een schoft,
Het kruim van het schuim,
The best of the beasts:

EEN VOS

 


Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

 

De Franstalige schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

In de tuin van Anna

Gewis indien wij in het jaar zeventienzestig hadden geleefd 

Is dat de datum die u ontcijfert Anna op die bank van steen

En als per ongeluk ik Duitser was geweest
Maar per geluk heel dicht bij u zou zijn geweest
Zouden we vagelijk en vrijwel aldoor in het Frans
Gesproken hebben over liefde
En hartstochtelijk hangend aan mijn arm
Had u mij horen praten van Pythagoras
Daarbij aan de koffie denkend
Van over een half uur 

En de herfst zou net als die herfst geweest zijn
Dat de berberissen en wijnranken kronen kregen

En onverwacht zou ik gebogen hebben
Voor nobele dames dik en smachtend

Ik zou geheel alleen en langzaam
Gedurende lange avonden
Dikke tokajer of malvezij savoureren
Ik zou mijn Spaans gewaad gedragen hebben
Om de weg op te gaan waarover
In een oude koets mijn grootmoeder arriveert
Die het vertikt om Duits te verstaan

Ik had verzen vol mythologie geschreven
Over uw borsten het landleven en de dames
Uit de omstreken

Menige wandelstok had ik gebroken
Op de ruggen van landmannen

Ik zou ervan gehouden hebben om naar muziek te luisteren
Terwijl ik ham at

Ik had in het Duits gevloekt ik zweer het u
Als u me verrast zou hebben door die rosse dienstmeid
Vol op de mond te kussen

U zou zich verontschuldigd hebben in dat bosje van blauwbessen

Even zou ik geneuried hebben
Dan zouden we naar de geluiden van de schemering geluisterd hebben

 

 

Vertaald door Leo van der Sterren

 


Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2023 en ook mijn blog van 27 augustus 2019 en ook mijn blog van 27 augustus 2018 en ook mijn blog van 27 augustus 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:13 Reageer op dit bericht

Paula Hawkins, Guillaume Apollinaire

De Britse schrijfster Paula Hawkins werd geboren op 26 augustus 1972 en groeide op in Salisbury (het huidige Harare in Zimbabwe) in Rhodesië. Zie ook alle tags voor Paula Hawkins op dit blog.

Uit: Het blauwe uur (Vertaald door Henske Marsman)

“In de snijdende kou van een verblindende oktoberochtend staat James Becker op de loopbrug, met zijn heup tegen de leuning, een sigaret te rollen. De beek stroomt zwart en langzaam onder hem door, met water dat bijna bevriest, sijpelend als stroop over de roestbruine stenen. Dit punt is halverwege zijn dagelijkse wandeling naar zijn werk, die twaalf minuten duurt vanaf de Gamekeeper’s Lodge, waar hij woont, naar Fairburn House, waar hij werkt. vijftien minuten als hij een rookpauze houdt. De kraag van zijn jas omhoog, een steelse blik over zijn schouder; voor een buitenstaander lijkt hij misschien iets heimelijks te hebben, maar daar heeft hij geen reden toe. Hij hoort hier. Hoe verbazingwekkend ook – zelfs hij kan het nauwelijks geloven. Hoe kan hij, vaderloze bastaardzoon van een supermarktkassière, openbareschooljongen in een goedkoop pak, hier wonen en werken, in Fairburn, tussen de aristocraten? Hij pást hier niet. Maar op de een of andere manier, dankzij hard werken, stom geluk en slechts een vleugje verraad, is hij hier toch. Hij steekt zijn sigaret op en kijkt nog één keer over zijn schouder naar de lodge, waar het warme licht uit het keukenraam de beukenhaag goud kleurt. Niemand kijkt naar hem – Helena zal nog wel in bed liggen, het kussen tussen haar knieën geklemd – dus niemand ziet dat hij zijn belofte om te stoppen verbreekt. Hij is wel geminderd, naar nog maar drie per dag. Zodra het water bevriest, denkt hij, stop ik helemaal. Hij leunt achterover tegen de reling, neemt een ferme trek van zijn sigaret en kijkt naar de heuvels in het noorden. Er ligt al een dun laagje sneeuw op de toppen. Ergens tussen hier en daar loeit een sirene, en Becker meent op de weg een flits van blauw licht te zien, een ambulance of politieauto. Zijn bloed stroomt snel en zijn hoofd tolt van de nicotine. In zijn maag voelt hij, zwak maar onmiskenbaar, een steek van angst. Hij rookt snel, alsof het op die manier minder schade aanricht, en schiet de peuk over de reling het water in. Hij steekt de brug over en loopt knarsend over het berijpte gazon in de richting van het huis.
Als hij de deur van zijn kantoor opendoet, is zijn vaste telefoonlijn aan het rinkelen. ‘Hallo?’ Becker klemt de hoorn tussen zijn schouder en kin, zet zijn computer aan en draait op zijn stoel om met uitgestrekte arm het koffiezetapparaat op het bijzettafeltje aan te zetten. Na een korte stilte hoort hij een heldere, afgemeten stem: ‘Goedemorgen. Spreek ik met James Becker?’ ‘Jazeker.’ Becker typt zijn wachtwoord in en wurmt zich uit zijn jas. ‘Juist.’ Weer een stilte. ‘Met Goodwin, Tate Modem.’

 


Paula Hawkins (Salisbury, 26 augustus 1972)

 

 

De Franse schrijver en dichter Guillaume Apollinaire werd in Parijs geboren op 26 augustus 1880. Zie ook alle tags voor Guillaume Apollinaire op dit blog.

 

 

De vensters

Van rood naar groen sneuvelt al het geel
Als ara’s zingen in hun verre regenwouden
Orgaanvlees van pihi’s
We moeten een gedicht schrijven over de vogel met één vleugel
We sturen het straks door per telefoon
Reusachtig trauma
Het laat de ogen stromen
Daar zit een mooi meisje tussen die jongedames uit Turijn
De arme jongen snuit zijn neus in zijn witte das
Je zal het gordijn omhoogtrekken
En kijk nou daar gaat het venster open
De handen weven licht als spinnen
Schoonheid bleekheid onpeilbare violetten
We zullen tevergeefs op adem willen komen
Om twaalf uur ’s nachts gaan we beginnen
Wanneer je tijd hebt ben je vrij
Alikruik puitaal velerlei zonnen en de zee-egel van de schemering
Een oud paar gele schoenen voor het venster
Torens
De torens zijn de straten
Putten
Putten zijn de pleinen
Putten
Holle bomen die de dolende creoolsen beschutten
De lichtgekleurde zwarten zingen duistere liedjes
Voor hun kastanjekleurige vrouwen
En de gans gan-gan trompettert noordwaarts
Waar jagers op wasberen
Bontvellen schoonschrapen
Eclatante diamant
Vancouver
Waar de trein wit van sneeuw en van nachtelijk vuur de winter ontvlucht
O Parijs
Van rood naar groen sneuvelt al het geel
Parijs Vancouver Hyères Maintenon New York en de Antillen
Het venster slaat open als een mooie oranje
Vrucht van het licht

 

Vertaald door Wouter van der Land

 


Guillaume Apollinaire (26 augustus 1880 – 9 november 1918)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2023 en ook mijn blog van 26 augustus 2021 en ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:16 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten