Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 maart 2026 tot 13 maart 2026

Yuri Andrukhovych

De Oekraïense dichter en schrijver Yuri Andrukhovych werd geboren op 13 maart 1960 in Iwano-Frankiwsk. Zie ook alle tags voor Yuri Andrukhovych op dit blog.

 

 

Rib

I’d like to donate a rib
to an anatomy workshop.
There one finds the giant hearts of butchers and lovers,
the sagging and bloated lungs of smokers,
trumpeters and glass-blowers,
the melancholy innards of drunks,
a tattooed order of a hero (right above the nipple)
and the hands of the last executioner
after the twelfth sentence…
Not another word about the rest of the creatures.
I’d like to donate a rib.
Perhaps something would come out of it —
a fish,
or a woman,
or a branch of
a forgotten tree
gingko…

 

 

Heorgian Family

Kikabidze, she said, firmly,
His name was Kikabidze.

What a ridiculous idea – to buy a prostitute a beer
at 2 a.m.,
pretending to be a businessman from the Baltic States
on delegation in Kiev!

On the other hand – what a chance
to listen to what these people know
about the country they live in,
about those who will never live in it,
about those who won’t be able to live at all.

They killed him, she tells me,
he stuck his nose into lots of things,
he was the best journalist
in our country.

I can’t correct her mistake,
I can’t know how it really was,
what his name really was.

I just want to believe in my own lie:
I am a businessman from the Baltic States
(yes, a businessman from the Baltic States!),
and all day long
in this country
I’ve got to sign contracts, drink to them,
down coffee, Cognac, sip Atenol,
send faxes and text messages
to get out of here all the sooner
and back to my Riga.

And she
repeats and repeats:

Kikabidze,
Kikabidze was his name.

 

 

In het thuisland van Roodkapje

Men zegt dat er in januari niemand komt.
Geen ziel te bekennen in het paleis of de bijgebouwen,
hangsloten op de deuren, tuinplanten in zakken,
de beelden eveneens, de bomen kaal.
Ik heb het ergens eerder gezien.

Maar in mei bloeit alles
met patiënten.
Hele stoeten Duitsers
op rolschaatsen, op fietsen.
Verliefde stelletjes, de eerste brigade gepensioneerden
in korte broeken. Oh, en nog eentje,
een kunstenaarsgemeenschap,
een nest van romantiek! Ze kopen
frisdrank in de orangerie en, eindeloos verrukt
door de uniekheid van de plek, de tijd, zichzelf en anderen,
volgen ze het programma verder –
naar het standbeeld
van Roodkapje.
(Blijkbaar vond in dit bos
dat ongelukkige incident met de wolf plaats).

Wat de patiënten zelf betreft,
ze trekken drie keer per dag naar het terras
op het afgesproken tijdstip,
volgens het programma van het naar binnen schrokken van eten,
en vullen de tijd met gesprekken in alledaagse talen
(Bettina von Arnim, zeggen ze, Bettina von Arnim.
Dat is het wachtwoord). Het is hier zo mooi, in mei,
dat je niets wilt doen.

“Bettina von Arnim” – zeg ik tegen het wijnglas
en tegen de asbak. O, wat heb ik een pech!
O, wat ben ik toch ondankbaar! En waarom dit ongemak?
En waarom blijf ik zo koppig denken
aan ontsnapping, aan een dwangbuis,
aan gestreepte gevangenispyjama’s?

Niemand weet wat hij
van iemand kan verwachten. Dat is tenslotte waarom we patiënten zijn –
om de boel op stelten te zetten.

De eerste drie dagen
merkte niemand zijn verdwijning op.

Op de vierde dag vroeg iemand zich af
waar hij in vredesnaam gebleven was, die joviale dikbuikige Fin
met zijn gulp permanent open
en de geur van bier onder zijn oksels. (Bovenstaande
details zullen uit beleefdheid niet hardop worden uitgesproken.
Natuurlijk zal er iets gezegd worden,
iets neutralers, zoals bijvoorbeeld
“En waar is onze Finse vriend?”)

Op de vijfde dag is het tijd voor het personeel
om zijn kamer leeg te halen.

En dan komt de waarheid aan het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Yuri Andrukhovych (Iwano-Frankiwsk, 13 maart 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e maart ook mijn blog van 13 maart 2021 en eveneens mijn blog van 13 maart 2019 en ook mijn blog van 13 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye, Raoul de Jong

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: De cirkel (Vertaald door Gerda Baardman, Liedwien Biekmann, Brenda Mudde en Elles Tukker)

“Mijn god, dacht Mae. Dit is het paradijs. De campus was immens en grillig, een explosie van Stille Oceaan-kleuren, en toch tot in het kleinste detail zorgvuldig overwogen, door de meest expressieve handen vormgegeven. Op een stuk land waar ooit een scheepswerf had gezeten, toen een drive-inbioscoop, toen een rommelmarkt, toen drie keer niks, bevonden zich nu zachtgroene heuvels en een fontein van Calatrava. En een picknickterrein met in concentrische cirkels opgestelde tafels. En tennisbanen, gravel én gras. En een volleybalveld waarop de peuters van de bedrijfs-crèche gillend ronddartelden, meanderend als waterstroompjes. Te midden van dit alles was ook nog plek om te werken: anderhalve vierkante kilometer geborsteld staal en glas, het hoofdkantoor van het machtigste bedrijf ter wereld. De hemel erboven was strakblauw. Dit alles passeerde Mae toen ze van de parkeerplaats naar het hoofdgebouw liep en erg haar best deed eruit te zien alsof ze daar thuishoorde. Het wandelpad kronkelde om citroen- en sinaasappelbomen heen en de steenrode kinderkopjes waren hier en daar vervangen door tegels met dwingende, inspirerende teksten. ‘Droom’, stond er op een, het woord was er met een laser ingebrand. ‘Doe mee’, stond er op een andere. Het waren er tientallen: ‘Zoek de overeenkomsten’. ‘Wees creatief’. ‘Fantaseer’. Ze stapte bijna op de hand van een jongen in een grijze overall; hij was bezig een nieuwe steen te plaatsen met de tekst ‘Adem’. Op een zonnige maandag in juni stond Mae voor de hoofdingang, recht onder het glas waarin het logo was geëtst. Hoewel het bedrijf nog geen zes jaar bestond, hoorden de naam en het logo — een cirkel om een raster van verstrengelde lijnen met een kleine c in het midden — al tot de bekendste ter wereld. Er werkten hier, op de grootste campus, meer dan tienduizend mensen, maar de Cirkel had overal op de aardbol kantoren en nam iedere week honderden briljante jonge geesten aan. Vier jaar op rij was het uitgeroepen tot het meest bewonderde bedrijf ter wereld. Mae wist dat ze zonder Annie nooit de kans zou hebben gekregen om op zo’n plek te werken. Annie was twee jaar ouder en ze hadden tijdens hun studie drie semesters een kamer gedeeld in een lelijk gebouw dat ze leefbaar hadden gemaakt door hun bijzondere band, een als tussen vriendinnen, als tussen zussen of nichtjes die wilden dat ze zusjes waren en dus een reden hadden om nooit uit elkaar te gaan.”

 


Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Genieten van het werk

“We maken schoon om ruimte te creëren voor kunst.”
Micaela Miranda, Freedom Theatre, Palestina

Werk was een stralend toevluchtsoord toen de wind zijn tanden
in mijn hoofd zette. Alles waar we van houden verdwijnt,
drijft weg – maar je kon dit stukje vloer vegen,
dit terras of deze veranda, witte steentjes verzamelen in een emmer,
het stukje grond harken voor toekomstige beplanting, het aanrecht afwissen
met een doek. Een heerlijke natte grijze doek, wring hem goed uit
het scheelt zoveel. De tuin ontdoen van rondwaaiende stukjes plastic.
De glorie van het doen. De adem van het doen.
Soms voorkwam de simpelste handeling dat angst
verbrokkelde tot een totaal gebrek aan energie, of dat verdriet
zich vermenigvuldigde, of dat verdriet de enige persoon was
die in het huis woonde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, programmamaker en danser Raoul de Jong werd geboren in Rotterdam op 12 maart 1984. Zie ook alle tags voor Raoul de Jong op dit blog.

Uit: Dagboek van een puber

Geen van mijn vrienden kan zich herinneren wat zij in hun puberdagboeken schreven: twee gooiden hun dagboeken weg, een derde had het zijne verbrand en een vierde duwde het hare door de papierversnipperaar. Toen ik in de zomer van 2017 op de zolder van mijn achtentachtigjarige opa een eenentwintig jaar oud schrift vond, snapte ik waarom ze dat hadden gedaan. Sinds mijn oma is overleden, blijf ik soms een paar dagen bij mijn opa logeren. Overdag werk ik dan achter mijn laptop aan de eettafel, terwijl opa in een gemakkelijke stoel naast het raam de krant leest en commentaar geeft op het wereldnieuws. Dat is elke dag iets anders, maar komt geruststellend genoeg al drieëndertig jaar toch ook op ongeveer hetzelfde neer: het gaat slecht, het wordt slechter en er is niets wat wij daaraan kunnen doen, behalve klagen. Om stipt zes uur eten we: aardappelen, groenten, en iets uit de bio-industrie. Daarna doen we de afwas en zetten koffie, de rest van de avond kijken we tv. Tros Radar, Kassa, of iets anders over bedonderaars en bedriegerij met Antoinette Hertsenberg. Om elf uur begin ik te gapen en zeg dat ik morgen weer vroeg op moet. ‘Weet je waar de handdoeken liggen?’ vraagt opa dan. ‘In de kast naast de badkamer, al mijn hele leven,’ antwoord ik, en ik geef hem een kus en ga naar de zolder. Maar die avond zei opa: ‘De schoonmaakster heeft een doos gevonden.’ ‘Goh,’ zei ik. Ja, knikte hij, ‘met dingetjes. Van jou.’ Als ik er vanavond even naar keek, konden we de doos morgenochtend bij het vuilnis zetten. De doos stond al op me te wachten, pontificaal op het hoofdkussen van mijn logeerbed. Ik deed hem open en werd bruusk geconfronteerd met een krantenknipsel uit het Dep Dagblad van 2003. ‘Over tien jaar woon ik in Amsterdam of New York, heb succes met mijn werk en heb tienduizend nieuwe, leuke, hippe vrienden, onder wie Katja Schuurman’ stond onder een foto van mijn achttienjarige zelf, die druipend van zelfoverschatting de camera in kijkt. Ik kieperde de doos leeg en vond: — drie boetes en één aanmaning van de Ns — een nooit verstuurd kaartje aan een vriendin (ik ben op vakantie met mijn moeder, gezellig dat het is!!!) — een kaartje voor een concert van No Doubt .”

 


Raoul de Jong (Rotterdam, 12 maart 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:49 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten